De voorzitter opent de zitting op 23/03/2023 om 19:34.
Enig artikel
De notulen en het zittingsverslag van de gemeenteraad van 23 februari 2023 worden goedgekeurd.
Artikel 162 van de grondwet.
Artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikels 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening houdende organisatie van de ruimtelijke ordening, in bijzonder artikel 4.2.17 en 4.2.20.
Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen.
Artikel 31 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Beoordelingsbevoegdheid van de gemeenteraad
De gemeenteraad beschikt over de volheid van bevoegdheid over de zaak der wegen. De gemeenteraad beschikt evenwel niet over de bevoegdheid om zich uit te spreken over de vergunningsaanvraag, nu deze dient te worden beoordeeld door de vergunningverlenende overheid.
De gemeenteraad dient zich uit te spreken over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein, rekening houdend met de doelstellingen en principes, vermeld in artikels 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt.
De gemeenteraad dient daarbij wel rekening te houden met het project waar de aanvraag deel van uitmaakt.
Artikel 31 van het Omgevingsvergunningsdecreet bepaalt:
§ 1. Als de aanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, roept het college van burgemeester en schepenen, in voorkomend geval op verzoek van de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, de gemeenteraad samen om te beslissen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg.
De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein. Hierbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt.
§ 2. Als het college van burgemeester en schepenen niet de bevoegde overheid is die in eerste aanleg over de aanvraag beslist, dan bezorgt de gemeente de beslissing van de
gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg binnen zestig dagen na het verzoek aan de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15.”
Artikels 3 en 4 van het decreet houdende de gemeentewegen bepalen:
Artikel 3.
Dit decreet heeft tot doel om de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit te voldoen.
Om de doelstelling, vermeld in het eerste lid, te realiseren voeren de gemeenten een geïntegreerd beleid, dat onder meer gericht is op:
1° de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau;
2° de herwaardering en bescherming van een fijnmazig netwerk van trage wegen, zowel op recreatief als op functioneel vlak.
Artikel 4.
Bij beslissingen over wijzigingen van het gemeentelijk wegennet wordt minimaal rekening gehouden met de volgende principes:
1° wijzigingen van het gemeentelijk wegennet staan steeds ten dienste van het algemeen belang;
2° een wijziging, verplaatsing of afschaffing van een gemeenteweg is een uitzonderingsmaatregel die afdoende wordt gemotiveerd;
3° de verkeersveiligheid en de ontsluiting van aangrenzende percelen worden steeds in acht genomen;
4° wijzigingen aan het wegennet worden zo nodig beoordeeld in een gemeentegrensoverschrijdend perspectief;
5° bij de afweging voor wijzigingen aan het wegennet wordt rekening gehouden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder daarbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen.”
Op 27 september 2022 werd een aanvraag ingediend voor het verkavelen van een perceel (Erf 7, sectie B nrs. 740J13 en 740 D15) in 3 loten voor woningbouw.
De aanvraag werd tussen 4 november 2022 en 3 december 2022 aan een openbaar onderzoek onderworpen, in het kader waarvan vier bezwaarschriften werden ingediend.
In de aanvraag wordt de bestaande (private) wegenis verbreed en overgedragen naar het openbaar domein. De wegeniswerken bestaan uit het plaatsen van RWA en DWA huisaansluitputjes + het aansluiten op de openbare riolering en de aanleg van garage-opritten in betonstraatstenen.
De zaak der wegen van de aanvraag bestaat uit het volgende:
Het begrip rooilijn wordt gedefinieerd als “de huidige of toekomstige grens tussen de openbare weg en de aangelande eigendommen, vastgelegd in een rooilijnplan. Als een rooilijnplan ontbreekt, is de rooilijn de huidige grens tussen de openbare weg en de aangelande eigendommen” (art. 2, 12° gemeentewegendecreet).
Bij de aanvraag is een plan met de over te dragen grond toegevoegd. Op dit plan is het toekomstige openbaar domein aangeduid. De grenzen van dit openbaar domein zijn de rooilijnen.
Uitrusting
De zaak der wegen omvat meer dan enkel de eigenlijke wegzate. De bevoegdheid van de gemeenteraad strekt zich uit over het tracé en de uitrusting van gemeentewegen, inclusief alle aanhorigheden bij een gemeenteweg, o.a. de trottoirs, de inrichting van de (eventuele) parkeerplaatsen, de ligging, aansluiting en de materialen van de nutsleidingen (rioleringen) en van de aan te leggen groenvoorzieningen, de ligging, breedte en diepte van de nieuw te delven gracht naast de nieuw ontworpen weg, de afwatering, waterzuivering, noodzakelijke uitbreiding van maatschappelijke infrastructuur,… (zie MvT, Parl.St. Vl.Parl. 2018-19, nr. 1847/1, 43).
Het tussen de rooilijnen gelegen gedeelte van de site, wordt ingericht als wegenis:
- De bestaande wegenis blijft in grijze betonstraatstenen.
- De verharding ter hoogte van de garages wordt voorzien in grijze klinkerverharding en het overblijvende deel wordt ingezaaid met gras.
- Ter hoogte van de vrije zijtuinstroken van de halfopen bebouwing wordt de oprit uitgevoerd in grasdallen.
Voor een meer uitgebreide beschrijving kan worden verwezen naar het aanvraagdossier, en in het bijzonder naar het inplantingsplan.
Het verzoek tot aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de rooilijn is conform artikel 12, §2 van het gemeentewegendecreet geïntegreerd in een aanvraag tot omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen voor zover die wijziging past in het kader van de realisatie van de bestemming van de gronden, voor zover het aanvraagdossier een ontwerp van rooilijnplan bevat dat voldoet aan de bij en krachtens het decreet gestelde eisen op het vlak van de vorm en inhoud van gemeentelijke rooilijnplannen of voor zover het een grafisch plan met aanduiding van de op te heffen rooilijn bevat.
Beoordeling
Enkel de elementen uit de bezwaren die te maken hebben met de zaak der wegen worden voorgelegd aan de gemeenteraad. In de vier bezwaarschriften werden geen opmerkingen gemaakt over de ligging/breedte van de wegenis. De bezwaren handelen over het type project op de site.
De in artikel 3 van het gemeentewegendecreet vernoemde doelstellingen zijn:
Door de verbreding van de bestaande wegenis, kan op een veiligere manier de combinatie gemaakt worden van ontsluiting van de nieuwe kavels én het fiets -en voetgangersverkeer.
De in artikel 4 van het gemeentewegendecreet vernoemde principes zijn:
De verbreding van de bestaande wegenis is noodzakelijk om de menging van verkeer op een veiligere manier te laten verlopen.
Conclusie
Het voorstel is bijgevolg in overeenstemming met de doelstellingen en principes vermeld in artikels 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen.
Opname in het openbaar domein
De ruimte aangeduid op het plan dient te worden opgenomen in het openbaar domein.
Rooilijnplan & inplantingsplan.
Artikel 1
De gemeenteraad gaat over tot goedkeuring van het rooilijnenplan.
Artikel 2
De gemeenteraad stemt in met de zaak der wegen van de omgevingsvergunningsaanvraag van het dossier OMV 2022103214.
Artikel 3
De gemeenteraad beslist tot opname in het openbaar domein van de gronden binnen de rooilijnen.
Artikel 4
De gemeenteraad verzoekt de kosteloze aanleg van de wegenis en de groenzone als last aan de aanvrager op te leggen.
Artikel 162 van de grondwet.
Artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikels 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening houdende organisatie van de ruimtelijke ordening, in bijzonder artikel 4.2.17 en 4.2.20.
Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen.
Artikel 31 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Beoordelingsbevoegdheid van de gemeenteraad
De gemeenteraad beschikt over de volheid van bevoegdheid over de zaak der wegen. De gemeenteraad beschikt evenwel niet over de bevoegdheid om zich uit te spreken over de vergunningsaanvraag, nu deze dient te worden beoordeeld door de vergunningverlenende overheid.
De gemeenteraad dient zich uit te spreken over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein, rekening houdend met de doelstellingen en principes, vermeld in artikels 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt.
De gemeenteraad dient daarbij wel rekening te houden met het project waar de aanvraag deel van uitmaakt.
Artikel 31 van het Omgevingsvergunningsdecreet bepaalt:
§ 1. Als de aanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, roept het college van burgemeester en schepenen, in voorkomend geval op verzoek van de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, de gemeenteraad samen om te beslissen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg.
De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein. Hierbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt.
§ 2. Als het college van burgemeester en schepenen niet de bevoegde overheid is die in eerste aanleg over de aanvraag beslist, dan bezorgt de gemeente de beslissing van de
gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg binnen zestig dagen na het verzoek aan de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15.”
Artikels 3 en 4 van het decreet houdende de gemeentewegen bepalen:
Artikel 3.
Dit decreet heeft tot doel om de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit te voldoen.
Om de doelstelling, vermeld in het eerste lid, te realiseren voeren de gemeenten een geïntegreerd beleid, dat onder meer gericht is op:
1° de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau;
2° de herwaardering en bescherming van een fijnmazig netwerk van trage wegen, zowel op recreatief als op functioneel vlak.
Artikel 4.
Bij beslissingen over wijzigingen van het gemeentelijk wegennet wordt minimaal rekening gehouden met de volgende principes:
1° wijzigingen van het gemeentelijk wegennet staan steeds ten dienste van het algemeen belang;
2° een wijziging, verplaatsing of afschaffing van een gemeenteweg is een uitzonderingsmaatregel die afdoende wordt gemotiveerd;
3° de verkeersveiligheid en de ontsluiting van aangrenzende percelen worden steeds in acht genomen;
4° wijzigingen aan het wegennet worden zo nodig beoordeeld in een gemeentegrensoverschrijdend perspectief;
5° bij de afweging voor wijzigingen aan het wegennet wordt rekening gehouden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder daarbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen.”
Op 22 september 2022 werd een aanvraag ingediend voor het verkavelen van een perceel in de Steenovenstraat (Kuurne, sectie C nrs. 163C, 164A4 en 169D7) in 14 kavels voor woningbouw.
De aanvraag werd tussen 10 november 2022 en 9 december 2022 aan een openbaar onderzoek onderworpen, in het kader waarvan zes bezwaarschriften werden ingediend.
In de aanvraag wordt alle nieuw aangelegde wegenis aangeduid als toekomstig openbaar domein. In totaal gaat het om 1823 m². Het openbaar domein wordt uitgewerkt als type woonwerf/ parkomgeving. De straten worden autovrij om de zwakke weggebruiker centraal te stellen. De verhardingen worden beperkt en de zoomwegen worden uitgevoerd in ingezaaide grastegels.
De zaak der wegen omvat meer dan enkel de eigenlijke wegzate. De bevoegdheid van de gemeenteraad strekt zich uit over het tracé en de uitrusting van gemeentewegen, inclusief alle aanhorigheden bij een gemeenteweg, o.a. de trottoirs, de inrichting van de (eventuele) parkeerplaatsen, de ligging, aansluiting en de materialen van de nutsleidingen (rioleringen) en van de aan te leggen groenvoorzieningen, de ligging, breedte en diepte van de nieuw te delven gracht naast de nieuw ontworpen weg, de afwatering, waterzuivering, noodzakelijke uitbreiding van maatschappelijke infrastructuur,… (zie MvT, Parl.St. Vl.Parl. 2018-19, nr. 1847/1, 43).
De zaak der wegen van de aanvraag bestaat uit het volgende:
Het begrip rooilijn wordt gedefinieerd als “de huidige of toekomstige grens tussen de openbare weg en de aangelande eigendommen, vastgelegd in een rooilijnplan. Als een rooilijnplan ontbreekt, is de rooilijn de huidige grens tussen de openbare weg en de aangelande eigendommen” (art. 2, 12° gemeentewegendecreet).
Bij de aanvraag is een plan met de over te dragen grond toegevoegd. Op dit plan is het toekomstige openbaar domein aangeduid. De grenzen van dit openbaar domein zijn de rooilijnen.
Voor een meer uitgebreide beschrijving kan worden verwezen naar het aanvraagdossier, en in het bijzonder naar het inplantingsplan.
Het verzoek tot aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de rooilijn is conform artikel 12, §2 van het gemeentewegendecreet geïntegreerd in een aanvraag tot omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen voor zover die wijziging past in het kader van de realisatie van de bestemming van de gronden, voor zover het aanvraagdossier een ontwerp van rooilijnplan bevat dat voldoet aan de bij en krachtens het decreet gestelde eisen op het vlak van de vorm en inhoud van gemeentelijke rooilijnplannen of voor zover het een grafisch plan met aanduiding van de op te heffen rooilijn bevat.
Beoordeling
Enkel de elementen uit de bezwaren die te maken hebben met de zaak der wegen worden voorgelegd aan de gemeenteraad. In de zes bezwaarschriften werden volgende elementen aangehaald die betrekking hebben op de wegenis:
De voorgestelde ligging, breedte en uitrusting van de gemeenteweg zoals wordt voorgesteld geven geen geschikte en aanvaardbare invulling aan het openbaar domein. Er wordt verwezen naar de gegronde elementen uit de bezwaarschriften. Er blijken heel wat waardevolle soorten en vegetaties aanwezig te zijn op de site. Hier werd geen rekening mee gehouden bij het ontwerpen van de verkaveling. Het aanvaarden van het rooilijnplan en de zaak der wegen zou dan ook het verdwijnen van deze waardevolle elementen betekenen. Vanuit maatschappelijk oogpunt moet een concept uitgedacht worden dat maximaal rekening houdt met de waardevolle elementen op de site.
Toetsing aan de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen.
De in artikel 3 van het gemeentewegendecreet vernoemde doelstellingen zijn:
De voorgestelde padenstructuur is waardevol voor de bewoners van de nieuwe verkaveling i.f.v. toegang tot hun percelen, het betreffen geen recreatieve of voor een breder publiek functionele verbindingen. Er kan niet gesproken worden van een herwaardering van het fijnmazig netwerk van trage wegen.
De in artikel 4 van het gemeentewegendecreet vernoemde principes zijn:
In het verkavelingsontwerp wordt voorgesteld om heel wat wegenis op te nemen in het openbaar domein die in principe een duidelijk privaat karakter heeft bijvoorbeeld: de zone van de parking, deze bevat slechts 2 'publieke parkeerplaatsen', daarvoor wordt de volledige wegenis en aanpalende groenzone overgedragen. Op het einde bevindt zich een gemeenschappelijke groenzone die omwille van de locatie niet functioneel is.
Het verkavelingsconcept is een autoluwe wijk, wat zeker positief is. Er wordt echter voorzien om heel wat paden over te dragen in het openbaar domein die duidelijk een privaat karakter hebben (toegang tot kavels 6 en 7, 9,...). Ook de toegang tot de wijkverzamelweg biedt geen meerwaarde.
Er wordt geconcludeerd dat voorliggend voorstel niet ten dienste staat van het algemeen belang.
Conclusie
Het voorstel is bijgevolg niet in overeenstemming met de doelstellingen en principes vermeld in artikels 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen.
Opname in het openbaar domein
De ruimte aangeduid op het plan wordt niet opgenomen in het openbaar domein.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld:
Rooilijnplan & inplantingsplan.
Artikel 1
De gemeenteraad gaat niet over tot goedkeuring van het rooilijnenplan.
Artikel 2
De gemeenteraad stemt niet in met de zaak der wegen van de omgevingsvergunningsaanvraag van het dossier OMV 2022122183.
Artikel 3
De gemeenteraad beslist de gronden binnen de rooilijnen niet op te nemen in het openbaar domein.
Artikels 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De huidige overeenkomst voor het gebruik van grond voor de speelweide (met fietsenstalling) aan buurthuis 't Senter, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 13 februari 2014, loopt ten einde op 3 april 2023. De betrokken besturen van Kuurne, Lendelede en Kortrijk wensen dit initiatief op gronden eigendom van de kerkfabriek Sint-Katharina verder te zetten. Hiervoor werd een nieuwe gebruiksovereenkomst met de kerkfabriek opgemaakt.
Het betreft twee percelen grond gelegen Sint-Katrienplein te Kuurne (Sente), kadastraal gekend sectie A, nr. 105/A2 en 105/Z. De overeenkomst van onbepaalde duur gaat in op 4 april 2023. De beëindiging van de overeenkomst zal steeds in onderling overleg gebeuren.
Tussen de besturen werd tevens een samenwerkingsovereenkomst opgemaakt om de afspraken over het onderhoud op deze site te formaliseren. De overeenkomst bevat afspraken rond het onderhoud van de groenstrook achter het buurthuis, de speelzone en de omgeving voor en naast de kerk vanaf de poort met inbegrip van de naastliggende parking. Dit onderhoud betreft enkel het gewone onderhoud van de opgesomde zones. Grotere ingrepen, zoals het verwijderen van bomen of investeringen op de speelweide, kunnen pas plaatsvinden na onderling overleg tussen en akkoord van de drie partijen van deze overeenkomst. De samenwerkingsovereenkomst is onlosmakelijk verbonden met de gebruiksovereenkomst met de kerkfabriek. Bij het beëindigen van de gebruiksovereenkomst wordt ook de samenwerkingsovereenkomst van rechtswege beëindigd. De overeenkomst kan door geen enkele partij eenzijdig opgezegd of gewijzigd worden. Wijzigingen gebeuren steeds in onderling overleg.
Concrete afspraken:
Beide ontwerpovereenkomsten worden ter goedkeuring aan de gemeenteraad voorgelegd.
Beslissing van de gemeenteraad van 13 februari 2014 betreffende 'Gebruiksovereenkomst tot ingebruikneming van grond aansluitend bij het buurthuis 't Senter met het oog op de realisatie van een speelweide - goedkeuring'.
Overeenkomst tot gebruik van percelen grond gelegen Sint-Katrienplein te Kuurne (Sente) en eigendom van de kerkfabriek St. Katharina.
Samenwerkingsovereenkomst voor onderhoud percelen grond gelegen Sint-Katrienplein te Kuurne (Sente) en eigendom van de kerkfabriek St. Katharina.
Er dient geen jaarlijkse vergoeding meer betaald te worden aangezien de kerkfabriek een toelage krijgt vanuit de drie besturen.
Artikel 1
De gemeenteraad stemt in met de ingebruikneming van twee percelen grond gelegen Sint-Katrienplein te Kuurne, samen met stad Kortrijk en gemeente Lendelede, jegens kerkfabriek Sint-Katharina, voor een speelweide en fietsenstalling bij buurthuis 't Senter en dit conform de voorwaarden opgenomen in het ontwerp van gebruiksovereenkomst. De gemeenteraad hecht goedkeuring aan het ontwerp van gebruiksovereenkomst. Het ontwerp van gebruiksovereenkomst in bijlage maakt integraal deel uit van dit besluit.
Artikel 2
De gemeenteraad hecht goedkeuring aan het ontwerp van samenwerkingsovereenkomst met stad Kortrijk en gemeente Lendelede m.b.t. het onderhoud van deze gronden gelegen Sint-Katrienplein te Kuurne. Het ontwerp van samenwerkingsovereenkomst in bijlage maakt integraal deel uit van dit besluit.
Artikel 162 van de grondwet.
Artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikels 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Huidige situatie
In het meerjarenplan 2020-2025 is één van de prioritaire doelstellingen dat we het subsidiesysteem voor verenigingen onder de loep nemen (Kuurne creëert een financieel gunstig klimaat voor alle Kuurnse verenigingen). Op vandaag is er sprake van een dubbel onevenwicht:
| SOORT VERENIGING |
GEMIDDELDE SUBSIDIE / VERENIGING |
| JEUGDVERENIGING |
1.722,00 € |
| SOCIO-CULTURELE VERENIGING |
212,74 € |
| VERENIGING VOOR AMATEURISTISCHE KUNSTBEOEFENING |
429,50 € |
| SPORTCLUB |
430,00 € |
| PARASPORTCLUB |
183,00 € |
Het is duidelijk dat de jeugdverenigingen ruimschoots meer krijgen dan de andere verenigingen. Verder valt op dat vooral de socio-culturele verenigingen en de parasportclubs wel erg weinig krijgen.
Huidig systeem voor werkingssubsidies
Om verder het voorstel voor wijziging te kunnen toelichten, is het belangrijk om te weten hoe de werkingssubsidies van de verschillende soorten verenigingen zijn opgebouwd. Daarom even wat achtergrond.
De jeugdverenigingen, sociaal-culturele verenigingen en (para)sportclubs worden op drie verschillende manieren gesubsidieerd. Elk heeft dus een eigen subsidiereglement.
1. Het bestaande subsidiereglement voor sociaal-culturele verenigingen stelt dat de werkingssubsidie wordt opgebouwd uit:
2. De werkingssubsidie van de jeugdverenigingen wordt op een gelijkaardige manier berekend als de socio-culturele verenigingen. Ook bij die verenigingen wordt er gewerkt met een forfaitair basisbedrag (531 EUR voor gewone jeugdbewegingen, 1.550 EUR voor jeugdverenigingen met amateuristische kunstbeoefening, 931 EUR voor jeugdverenigingen met ideologische inslag). Daarbovenop komt er nog een variabel bedrag dat afhankelijk is van het aantal activiteiten dat de jeugdvereniging organiseert.
3. De werkingssubsidie van de sportclubs en parasportclubs wordt volledig bepaald aan de hand van een puntensysteem dat het subsidiebedrag bepaalt. Ook hier geldt het principe hoe meer activiteiten, hoe meer punten en hoe hoger de subsidie. Voor sportclubs die een jeugdwerking hebben komt bovenop het variabel bedrag nog een impulssubsidie voor jeugdwerking. In tegenstelling tot de socio-culturele verenigingen krijgen de (para)sportclubs geen basissubsidie.
Voorstel tot wijziging
Om het dubbele onevenwicht waarvan hoger sprake weg te werken, stellen we voor om te focussen op de werkingssubsidies. De bedoeling is om de socio-culturele verenigingen, verenigingen voor amateuristische kunstbeoefening en (para)sportclubs meer in de richting te laten evolueren van wat de jeugdverenigingen jaarlijks krijgen. Op die manier wordt ook het onevenwicht met projectsubsidies kleiner. Daarbij stellen we concreet het volgende voor:
Het voordeel van deze maatregel is dat vooral de verenigingen die hun best doen om een uitgebreid aanbod te organiseren de meeste extra subsidies ontvangen.
Effect maatregelen
Na het doorvoeren van de voorgestelde maatregelen zou een gemiddelde vereniging de volgende subsidies ontvangen:
| SOORT VERENIGING |
GEMIDDELDE SUBSIDIE / VERENIGING |
| JEUGDVERENIGING |
1.722,00 € |
| SOCIO-CULTURELE VERENIGING |
334,56 € |
| VERENIGING VOOR AMATEURISTISCHE KUNSTBEOEFENING |
512,75 € |
| SPORTCLUB |
630,00 € |
| PARASPORTCLUB |
383,00 € |
De voorgestelde maatregelen maken de subsidiekloof tussen de jeugdverenigingen en de andere verenigingen toch net iets kleiner. Om de kloof helemaal weg te werken zouden we nog verregaandere maatregelen moeten nemen. Ofwel zouden we de subsidie voor alle verenigingen behalve de jeugdverenigingen fors moeten opdrijven maar dat zou financieel een (te) zware impact hebben. Een andere mogelijkheid zou zijn om de subsidie van de jeugdverenigingen te verminderen maar dat is dan weer niet wenselijk voor die verenigingen.
Wel zorgen de maatregelen er ook voor dat het tweede onevenwicht (waarbij een gemiddelde projectsubsidie (500 à 600 EUR) al snel veel meer geld oplevert voor een vereniging dan een heel jaar werking te organiseren) grotendeels weggewerkt is.
Andere wijzigingen
In haar advies suggereerde het verenigingenplatform om ondertussen ook nog een aantal andere kleine wijzigingen door te voeren. Het verenigingenplatform vraagt in de eerste plaats om het soort activiteiten dat gesubsidieerd wordt en die met naam genoemd worden in het dertig jaar oude reglement wat te updaten. Op die manier zouden de genoemde activiteiten beter moeten overeenstemmen met het soort activiteiten dat op vandaag georganiseerd wordt door de verenigingen. Verder wordt ook expliciet gevraagd om een opendeurdag, een toonmoment, workshops en een quiz toe te voegen aan de te subsidiëren activiteiten. Op deze vraag wordt ingegaan. De diensten gingen na welke soorten activiteiten de sociaal-culturele verenigingen de laatste jaren organiseerden en vulde het reglement in die zin aan.
Ten slotte vraagt het verenigingenplatform in haar advies ook om een score en dus ook wat bijbehorend subsidiegeld toe te kennen wanneer een vereniging inspanningen levert om hun activiteiten of hun vereniging naar buiten te brengen, bv. door een advertentie te plaatsen, flyers te verspreiden enz. Ook op deze vraag wordt ingegaan.
De nodige kredieten voor de verhoging werden voorzien in de laatst goedgekeurde AMJP3 van december 2022.
Advies van het verenigingenplatform van 19 oktober 2022.
Advies van de ouderenraad van 28 oktober 2022.
Artikel 1
Aan het Reglement voor de subsidiëring van sociaal-culturele verenigingen en organisaties worden volgende wijzigingen aangebracht:
HOOFDSTUK 3. - BASIS- EN WERKINGSSUBSIDIES EN SUBSIDIE VOOR LOGISTIEK
Afdeling 1. - Aanvragen
Artikel 11
De erkende verenigingen en organisaties krijgen een forfaitaire basissubsidie van 125 200 EUR.
...
Artikel 15
Voor de berekening van het bedrag van de aan de organisatie toe te kennen subsidies wordt volgende verdeelsleutel toegepast.
§ 1 - Werkingssubsidie.
Om het bedrag van de werkingssubsidie, die aan elke belanghebbende vereniging of organisatie uit die werksoort wordt toegekend, vast te stellen, worden achtereenvolgens volgende berekeningen gemaakt.
Het aantal behaalde punten wordt per organisatie vermenigvuldigd met de waarde in geld van één punt. De waarde in geld voor één punt wordt per organisatiegroep vastgezet:
Sociocultureel vormings- en ontwikkelingswerk met volwassenen
| Ouderverenigingen |
€ 0,097 €0,1 |
| Seniorenverenigingen |
€ 0,071 €0,1 |
| Socioculturele verenigingen |
€ 0,045 €0,1 |
| Culturele verenigingen |
€ 0,074 €0,1 |
Amateuristische kunstbeoefening met volwassenen
| Verenigingen voor instrumentale muziek |
€ 0,211 |
| Verenigingen voor vocale muziek |
€ 0,067 €0,1 |
| Verenigingen voor toneel, straattheater, circus, dans- en volkskunst |
€ 0,215 |
| Creatieve ateliers en verenigingen voor beeldende expressie, design en multimediale kunsten |
€ 0,170 |
Aldus bekomt men het bedrag van de werkingssubsidie
Afdeling 3 - Puntentabellen per werksoort
Artikel 16
In de werksoort van het sociaal-cultureel vormings- en ontwikkelingswerk met volwassenen worden volgende punten toegekend:
Voor de werkingssubsidie:
a) per schijf van actieve leden:
| minder dan 50 leden |
20 punten |
| 50 - 99 leden |
40 punten |
| 100 - 149 leden |
60 punten |
| 150 - 199 leden |
80 punten |
| 200 - 299 leden |
90 punten |
| tot 399 leden |
100 punten |
| tot 499 leden |
120 punten |
| tot 749 leden |
140 punten |
| 1.000 leden en meer |
150 punten |
b) per activiteit voor cultuurspreiding: (podiumoptreden, tentoonstelling, projectie, voordracht, educatieve reis, bedrijfsbezoek, stadsbezoek en dergelijke meer), zelfgeorganiseerde quiz of zelf georganiseerde vormingsactiviteit :
* 200 punten
Geleide wandelingen en begeleide wandelingen (met rolwagens) of fietstochten, verrassingstocht, niet-educatieve uitstappen, :
* 100 punten
Per dagactiviteit van kaarting, bakbolling, petanque, creatieve activiteit, vogelpik, etentje, feest, en dergelijke meer:
* 20 punten (met een max. van 300 punten per jaar)
c) per activiteit waarvoor er samenwerking met een andere Kuurnse vereniging kan worden aangetoond:
* 20 punten
Deze samenwerking moet duidelijk aantoonbaar zijn in de organisatie, financiering promotie van de activiteit.
d) per activiteit in verband met vormingswerk:
- inrichting van discussievergaderingen en -groepen, studiekringen, leesclub, kookatelier, workshops, toonmoment, opendeurdag enz.:
* 100 punten
- voor het aantrekken van een buitenstaander-deskundige, per deskundige en per activiteit waarbij hij betrokken is:
* 20 punten
e) per activiteit voor kadervorming :
- voor zelf ingerichte kadervormingsactiviteit, per deelnemer en per dagdeel van minimum 2,5 uur:
* 10 punten
- voor deelname aan kadervormingsactiviteit op regionaal vlak, per deelnemer en per dagdeel van minimum 2,5 uur:
*10 punten
- voor deelname aan kadervormingsactiviteit op provinciaal vlak, per deelnemer en per dagdeel van minimum 2,5 uur:
* 15 punten
- voor deelname aan kadervormingsactiviteit op nationaal vlak, per deelnemer en per dagdeel van minimum 2,5 uur:
* 20 punten
- voor deelname aan kadervormingsactiviteit op grensoverschrijdend vlak, per deelnemer en per dagdeel van minimum 2,5 uur:
* 20 punten
f) per aanwezigheid van de organisatie of vereniging op de Algemene Vergadering van de cultuurraad: 10 punten
g) voor de afvaardiging van een lid van de organisatie of vereniging in het Dagelijks Bestuur van de cultuurraad: 20 punten
Om recht te hebben op deze punten moet het afgevaardigd lid minimaal op de helft van het jaarlijks aantal vergaderingen van het dagelijks bestuur van de cultuurraad aanwezig zijn.
h f) voor de uitgave van een eigen plaatselijk tijdschrift, per uitgave (maximaal 6 nummers per jaar worden in aanmerking genomen):
* 10 punten
i g) voor de verspreiding van informatie via een elektronische nieuwsbrief, een website of sociale media:
* 20 punten
h) voor de actieve promotie van een activiteit of de vereniging zelf naar buiten toe. We denken daarbij aan een advertentie, flyer, affiche, gadgets …
*20 punten
Artikel 17
§1 - Werkingssubsidie
In de werksoort van de amateuristische kunstbeoefening met volwassenen worden voor de werkingssubsidie volgende punten toegekend:
(1) organisaties voor INSTRUMENTALE muziek:
a) per schijf van actieve leden :
minder dan 20 leden 20 punten
20 - 39 leden 40 punten
40 - 59 leden 60 punten
60 - 80 leden 80 punten
meer dan 80 leden 90 punten
per 10 leden meer + 10 punten
b) per categorie waarin de organisatie geklasseerd wordt
bevordering : + 200 punten
c) per openbare manifestatie of activiteit voor cultuurverspreiding die door de organisatie wordt ingericht
per opvoering: 200 punten
Zo de activiteit geschiedt in het kader van een verplaatsing buiten de gemeente, worden de punten verhoogd met
50 punten
d) per gastoptreden (optreden van een door de organisatie uitgenodigde groep)
per uitvoering in de gemeente: 50 punten
e) per inrichting van een workshop, toonmoment, opendeurdag enz.:
100 punten
e) f) per activiteit waarvoor er samenwerking met een andere Kuurnse vereniging kan worden aangetoond:
20 punten
Deze samenwerking moet duidelijk aantoonbaar zijn in de organisatie, financiering en promotie van de activiteit.
f)g)per door een lid gevolgde vormings- of bijscholingscursus, ingericht door een muziekfederatie, per lid en per dagdeel van minimum 2,5 uur
10 punten
g) per aanwezigheid van de organisatie of vereniging op de Algemene Vergadering van de cultuurraad: 10 punten
h) voor de afvaardiging van een lid van de organisatie of vereniging in het Dagelijks Bestuur van de cultuurraad: 20 punten
Om recht te hebben op deze punten moet het afgevaardigd lid minimaal op de helft van het jaarlijks aantal vergaderingen van het dagelijks bestuur van de cultuurraad aanwezig zijn.
i h) voor de uitgave van een eigen plaatselijk tijdschrift, per uitgave (maximaal 6 nummers per jaar worden in aanmerking genomen):
10 punten
j i) voor de verspreiding van informatie via een elektronische nieuwsbrief, een website of sociale media:
20 punten
j) voor de actieve promotie van een activiteit of de vereniging zelf naar buiten toe. We denken daarbij aan een advertentie, flyer, affiche, gadgets …
20 punten
(2) organisaties voor VOCALE muziek en WOORDKUNST:
a) per schijf van actieve leden :
minder dan 20 leden 20 punten
20 - 39 leden 40 punten
40 - 59 leden 60 punten
60 - 80 leden 80 punten
meer dan 80 leden 90 punten
per 10 leden meer + 10 punten
b) per categorie waarin de organisatie geklasseerd wordt
bevordering : + 200 punten
c) per openbare manifestatie of activiteit voor cultuurverspreiding die door de organisatie wordt ingericht: 100 punten
Zo de activiteit geschiedt in het kader van een verplaatsing buiten de gemeente, worden de punten verhoogd met:
25 punten
d) per gastoptreden (optreden van een door de organisatie uitgenodigde groep)
per uitvoering in de gemeente:25 punten
e) per inrichting van een workshop, toonmoment, opendeurdag enz.:
100 punten
e) f) per activiteit waarvoor er samenwerking met een andere Kuurnse vereniging kan worden aangetoond:
20 punten
Deze samenwerking moet duidelijk aantoonbaar zijn in de organisatie, financiering en promotie van de activiteit.
f) g)per door een lid gevolgde vormings- of bijscholingscursus, ingericht door een muziekfederatie, per lid en per dagdeel van minimum 2,5 uur
10 punten
g) per aanwezigheid van de organisatie of vereniging op de Algemene Vergadering van de cultuurraad: 10 punten
h) voor de afvaardiging van een lid van de organisatie of vereniging in het Dagelijks Bestuur van de cultuurraad: 20 punten
Om recht te hebben op deze punten moet het afgevaardigd lid minimaal op de helft van het jaarlijks aantal vergaderingen van het dagelijks bestuur van de cultuurraad aanwezig zijn.
i h) voor de uitgave van een eigen plaatselijk tijdschrift, per uitgave (maximaal 6 nummers per jaar worden in aanmerking genomen):
10 punten
j i) voor de verspreiding van informatie via een elektronische nieuwsbrief, een website of sociale media:
20 punten
j) voor de actieve promotie van een activiteit of de vereniging zelf naar buiten toe. We denken daarbij aan een advertentie, flyer, affiche, gadgets …
20 punten
(3) organisaties voor TONEEL, STRAATTHEATER, CIRCUS, DANS- EN VOLKSKUNST:
a) per schijf van actieve leden :
minder dan 20 leden 20 punten
20 - 39 leden 40 punten
40 - 59 leden 60 punten
60 - 80 leden 80 punten
meer dan 80 leden 90 punten
per 10 leden meer + 10 punten
b) per categorie waarin de organisatie geklasseerd wordt
bevordering : + 200 punten
c) per openbare manifestatie of activiteit voor cultuurverspreiding die door de organisatie wordt ingericht
per opvoering: 200 punten
Zo de activiteit geschiedt in het kader van een verplaatsing buiten de gemeente, worden de punten verhoogd met:
50 punten
d) per gastoptreden (optreden van een door de organisatie uitgenodigde groep)
per uitvoering in de gemeente: 50 punten
e) per inrichting van een workshop, toonmoment, opendeurdag enz.:
100 punten
e)f) per activiteit waarvoor er samenwerking met een andere Kuurnse vereniging kan worden aangetoond:
20 punten
Deze samenwerking moet duidelijk aantoonbaar zijn in de organisatie, financiering en promotie van de activiteit.
f)g) per door een lid gevolgde vormings- of bijscholingscursus, ingericht door een muziekfederatie, per lid en per dagdeel van minimum 2,5 uur:
10 punten
g) per aanwezigheid van de organisatie of vereniging op de Algemene Vergadering van de cultuurraad: 10 punten
h) voor de afvaardiging van een lid van de organisatie of vereniging in het Dagelijks Bestuur van de cultuurraad: 20 punten
Om recht te hebben op deze punten moet het afgevaardigd lid minimaal op de helft van het jaarlijks aantal vergaderingen van het dagelijks bestuur van de cultuurraad aanwezig zijn.
i) h) voor de uitgave van een eigen plaatselijk tijdschrift, per uitgave (maximaal 6 nummers per jaar worden in aanmerking genomen):
10 punten
j i) voor de verspreiding van informatie via een elektronische nieuwsbrief, een website of sociale media:
20 punten
j) voor de actieve promotie van een activiteit of de vereniging zelf naar buiten toe. We denken daarbij aan een advertentie, flyer, affiche, gadgets …
20 punten
(4) organisaties voor CREATIEVE ATELIERS, BEELDENDE EXPRESSIE, DESIGN en MULTIMEDIALE KUNSTVORMEN
a) per schijf van actieve leden :
minder dan 20 leden 20 punten
20 - 39 leden 40 punten
40 - 59 leden 60 punten
60 - 80 leden 80 punten
meer dan 80 leden 90 punten
per 10 leden meer + 10 punten
b) per openbare manifestatie of activiteit voor cultuurverspreiding die door de organisatie wordt ingericht
per opvoering: 150 punten
Zo de activiteit geschiedt in het kader van een verplaatsing buiten de gemeente, worden de punten verhoogd met:
40 punten
c) per gastoptreden (optreden van een door de organisatie uitgenodigde groep)
per uitvoering in de gemeente: 40 punten
d) per inrichting van een workshop, toonmoment, opendeurdag enz.:
100 punten
e) per activiteit waarvoor er samenwerking met een andere Kuurnse vereniging kan worden aangetoond:
20 punten
Deze samenwerking moet duidelijk aantoonbaar zijn in de organisatie, financiering en promotie van de activiteit.
f) per door een lid gevolgde vormings- of bijscholingscursus, ingericht door een muziekfederatie, per lid en per dagdeel van minimum 2,5 uur:
10 punten
g) per aanwezigheid van de organisatie of vereniging op de Algemene Vergadering van de cultuurraad: 10 punten
h) voor de afvaardiging van een lid van de organisatie of vereniging in het Dagelijks Bestuur van de cultuurraad: 20 punten
Om recht te hebben op deze punten moet het afgevaardigd lid minimaal op de helft van het jaarlijks aantal vergaderingen van het dagelijks bestuur van de cultuurraad aanwezig zijn.
i g) voor de uitgave van een eigen plaatselijk tijdschrift, per uitgave (maximaal 6 nummers per jaar worden in aanmerking genomen):
10 punten
j h) voor de verspreiding van informatie via een elektronische nieuwsbrief, een website of sociale media:
20 punten
i) voor de actieve promotie van een activiteit of de vereniging zelf naar buiten toe. We denken daarbij aan een advertentie, flyer, affiche, gadgets …
20 punten
Artikel 21
Onderhavig reglement treedt in werking op 1 januari 2010 april 2023.
Artikel 22
Bij de inwerkingtreding van dit reglement worden hoofdstuk 1, 2, 3, 4 en 7 van het gemeentelijk reglement “Subsidiëring van plaatselijke verenigingen”, dat door de gemeenteraad werd goedgekeurd in de zitting van 23 september 2003 en werd aangepast in de zittingen van 28 oktober 2003, 30 maart 2004, 30 november 2004 en 20 december 2005 opgeheven.
Artikel 2
Deze beslissing wordt onderworpen aan het bestuurlijk toezicht.
Artikel 162 van de grondwet.
Artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
In het meerjarenplan 2020-2025 is een van de prioritaire doelstellingen dat we het subsidiesysteem voor verenigingen onder de loep nemen (Kuurne creëert een financieel gunstig klimaat voor alle Kuurnse verenigingen).
Voor de subsidies voor sportverenigingen werd er een opsplitsing gemaakt tussen sportverenigingen (sporten die voorkomen op de sporttakkenlijst van Sport Vlaanderen) en parasporten en liefhebberijen. Dit was toen noodzakelijk om subsidies te ontvangen van Sport Vlaanderen. Deze verplichting is op vandaag niet meer van toepassing en we wensen alle sportverenigingen, of ze nu op de sporttakkenlijst staan of niet, op gelijke wijze te beoordelen. Daarom stellen we voor om het subsidiereglement voor parasporten en liefhebberijen op te heffen en deze sportverenigingen vanaf 2023 mee op te nemen in het algemeen subsidiereglement sportverenigingen.
Het gemeentelijk subsidiereglement voor plaatselijke parasporten en liefhebberijen, goedgekeurd door de gemeenteraad van 22 december 2008.
Advies raad van bestuur sportraad van maandag 13 februari 2023.
Artikel 1
Het gemeentelijk subsidiereglement voor plaatselijke parasporten en liefhebberijen, goedgekeurd door de gemeenteraad van 22 december 2008, wordt opgeheven.
Artikel 2
De parasporten en liefhebberijen zullen vanaf nu als sportvereniging beschouwd worden en zullen via het gemeentelijk subsidiereglement sportverenigingen subsidies kunnen aanvragen.
Artikel 162 van de grondwet.
Artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Huidige situatie
In het meerjarenplan 2020-2025 is een van de prioritaire doelstellingen dat we het subsidiesysteem voor verenigingen onder de loep nemen (Kuurne creëert een financieel gunstig klimaat voor alle Kuurnse verenigingen). Op vandaag is er sprake van een dubbel onevenwicht:
| SOORT VERENIGING |
GEMIDDELDE SUBSIDIE / VERENIGING |
| JEUGDVERENIGING |
1.722,00 € |
| SOCIO-CULTURELE VERENIGING |
212,74 € |
| VERENIGING VOOR AMATEURISTISCHE KUNSTBEOEFENING |
429,50 € |
| SPORTCLUB |
430,00 € |
| PARASPORTCLUB |
183,00 € |
Het is duidelijk dat de jeugdverenigingen ruimschoots meer krijgen dan de andere verenigingen. Verder valt op dat vooral de socio-culturele verenigingen en de parasportclubs wel erg weinig krijgen.
Huidig systeem voor werkingssubsidies
Om verder het voorstel voor wijziging te kunnen toelichten, is het belangrijk om te weten hoe de werkingssubsidies van de verschillende soorten verenigingen zijn opgebouwd. Daarom even wat achtergrond.
De jeugdverenigingen, sociaal-culturele verenigingen en (para)sportclubs worden op drie verschillende manieren gesubsidieerd. Elk heeft dus een eigen subsidiereglement.
1. De werkingssubsidie van de sportclubs en parasportclubs wordt volledig bepaald aan de hand van een puntensysteem dat het subsidiebedrag bepaalt. Hier geldt het principe hoe meer activiteiten, hoe meer punten en hoe hoger de subsidie. Voor sportclubs die een jeugdwerking en competitiewerking hebben komt bovenop het variabel bedrag nog een impulssubsidie voor jeugdwerking. In tegenstelling tot de socio-culturele verenigingen krijgen de (para)sportclubs geen basissubsidie.
2. Het bestaande subsidiereglement voor sociaal-culturele verenigingen stelt dat de werkingssubsidie wordt opgebouwd uit:
3. De werkingssubsidie van de jeugdverenigingen wordt op een gelijkaardige manier berekend als de socio-culturele verenigingen. Ook bij die verenigingen wordt er gewerkt met een forfaitair basisbedrag (531 EUR voor gewone jeugdbewegingen, 1.550 EUR voor jeugdverenigingen met amateuristische kunstbeoefening, 931 EUR voor jeugdverenigingen met ideologische inslag). Daarbovenop komt er nog een variabel bedrag dat afhankelijk is van het aantal activiteiten dat de jeugdvereniging organiseert.
Voorstel tot wijziging
Om het dubbele onevenwicht waarvan hoger sprake weg te werken, stellen we voor om te focussen op de werkingssubsidies. De bedoeling is om de socio-culturele verenigingen, verenigingen voor amateuristische kunstbeoefening en (para)sportclubs meer in de richting te laten evolueren van wat de jeugdverenigingen jaarlijks krijgen. Op die manier wordt ook het onevenwicht met projectsubsidies kleiner. Daarbij stellen we concreet het volgende voor:
Artikel 2
Par. 1 - Dit reglement is van toepassing op de toekenning van subsidies aan plaatselijke organisaties voor sportverenigingen, die meer bepaald een activiteit ontwikkelen op volgende gebieden:
- sporten erkend door BLOSO Sport Vlaanderen en vermeld op de sporttakkenlijst
- parasporten en liefhebberijen: alle sporten die niet voorkomen op de sporttakkenlijst erkend door de Vlaamse overheid.
Artikel 3
De subsidies zijn financiële tegemoetkomingen vanwege de gemeente.
Indien de kostprijs van de door de gemeente verstrekte materiële tegemoetkomingen of voorzieningen niet vooraf aan de organisaties, die daarvan gebruik maken, werd aangerekend, wordt bij de berekening van de aan hen toe te kennen subsidiebedragen daarmee rekening gehouden.
Deze tegemoetkomingen of voorzieningen zijn de door de gemeente ter beschikking gestelde gebouwen en terreinen, zoals vergaderlokalen, ontmoetingsruimten, sportterreinen, enz ... Deze opsommingen zijn exemplatief en derhalve niet beperkend niet limitatief.
HOOFDSTUK 2. - DE ERKENNING
Artikel 6
Om erkend te worden moet de plaatselijke sportvereniging aan de volgende voorwaarden voldoen :
- De sportvereniging moet het statuut van vereniging zonder oogwinstmerk of een feitelijke vereniging hebben.
- De sportvereniging moet geleid worden door een dagelijks bestuur (minstens voorzitter, secretaris en penningmeester) waarvan minstens 40% van de bestuurders woonachtig is in de gemeente of minstens 40% van de leden van de sportvereniging woonachtig is in de gemeente. Minstens één van beide voorwaarden moet vervuld worden.
- De zetel en de activiteiten van de sportvereniging hebben plaats op het grondgebied van de gemeente, onverminderd de toepassing van artikel 2, par. 2.
- De sportvereniging oefent haar activiteit uit in het Nederlands in overeenstemming met de vigerende taalwetten.
- De sportvereniging moet een actieve sportwerking kunnen aantonen, d.w.z. minimum 25 sportactiviteiten per jaar.
- Een sportvereniging dient bij het indienen van de vraag om erkenning bewijsstukken in dat zij tijdens het vorige werkjaar voldoende activiteiten heeft uitgeoefend.
- Een sportvereniging moet aanvaarden, binnen de perken van de artikelen 11 en 12, verantwoording af te leggen ten aanzien van het gemeentebestuur over de aanwending van de subsidies.
- Een sportvereniging moet een open vereniging zijn. Hieronder wordt verstaan dat iedereen lid kan worden van de sportvereniging op voorwaarde dat hij /zij de waarden en normen, reglementen en doelstellingen van de vereniging eerbiedigt.
- De burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de sportvereniging, haar bestuurders en haar lesgevers moet door een verzekering gedekt zijn.
- De sportvereniging moet ter bescherming van haar aangesloten leden een verzekeringspolis afsluiten
Organisaties waarbinnen de in artikel 6 vermelde activiteiten verricht worden bij wijze van beroep of tegen bezoldiging komen niet in aanmerking voor erkenning.
HOOFDSTUK 3. WERKINGSSUBSIDIES
Afdeling 1. –Aanvragen werkingssubsidies
Artikel 9
De werkingssubsidies, verleend in functie van de kredieten ingeschreven in de begroting van het lopende dienstjaar, worden berekend op basis van de gegevens en activiteiten betreffende het vorige werkjaar. (werkjaar loopt van 15/08 tot en met 14/08)
Artikel 10
Par.1 - De organisatie is verplicht vóór 15 APRIL AUGUSTUS van het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd volgende bewijsstukken voor te leggen:
- Een verslag over de gerealiseerde activiteiten tijdens het vorige werkjaar van de organisatie.
Dit verslag moet opgesteld zijn volgens de structuur van de puntentabel.
- Alle wijzigingen die zich voordoen bij volgende bestuursleden dienen zo spoedig mogelijk te worden doorgegeven aan het gemeentebestuur: voorzitter - secretaris - penningmeester.
Par. 2 – De sportvereniging is verplicht om een actieve werking te hebben voor het komende werkjaar. Indien dit niet het geval is kan ze geen aanspraak maken op werkingssubsidies van het voorbije werkjaar.
Par. 3 - De organisaties moeten bij de aanvraag tevens het bewijs voegen, waaruit blijkt dat de verplichtingen, waartoe zij gehouden zijn in uitvoering van de afgesloten verzekeringspolissen, werden nageleefd ; daarbij moet melding worden gemaakt van het aantal verzekerde lokalen of leden.
Par. 4 - Met laattijdig ingediende aanvragen wordt geen rekening gehouden, indien zij na verwittiging binnen de 14 dagen aan de aanvraag geen gevolg geven.
Artikel 13
Voor de berekening van het bedrag van de aan de organisatie toe te kennen subsidies wordt volgende verdeelsleutel toegepast.
Par.1 Forfaitaire subsidie
Iedere sportvereniging die voldoet aan de bepalingen betreffende de erkenning en betreffende de aanvragen van de subsidies krijgen een forfaitaire subsidie van 200 euro.
Par. 2: Kwaliteitscriteria.
60% van het resterende subsidiebedrag na de forfaitaire subsidie voor elke sportvereniging wordt hieronder verdeeld.
Thema 3: Aanbod en doelgroepen
Parameters:
Aanbod met specifieke begeleiding naar jeugd en volwassenen
Aanbod met specifieke begeleiding naar competitie en recreatie
Organisatie van een tornooi buiten de reguliere competitie
Deelname in clubverband aan een buitenlandse organisatie
Gratis initiatie of proefles voor toekomstige leden
Organiseren van een sportpromotionele activiteit
Meewerken aan sport promotionele naschoolse activiteiten i.s.m. Sportdienst
Een inclusief sportbeleid voeren
Zorgen voor extra uitstraling buiten de provinciegrenzen
| Aanbod en doelgroepen |
Parameters |
Aantal te verdienen punten |
| Jeugdwerking en volwassenen begeleiding |
Verschillende trainingsuren voor jeugd en volwassenen doorgeven Een actieve jeugdwerking met minstens 30 weken training per jaar. |
10 punten |
| Competitie en recreatie begeleiding |
Verschillende trainingsuren competitie en recreatie |
10 punten |
| Organisatie tornooi buiten de reguliere competitie |
Programma tornooi, deelname van minimum 4 andere clubs |
5 10 punten |
| Deelname buitenlandse organisatie |
Deelname bewijs |
4 5 punten |
| Gratis initiaties of proeflessen |
Folder met vermelding vermelding op website of facebook pagina |
4 5 punten |
| Sport promotionele activiteit |
Programma van de activiteit die de eigen sport in de kijker stelt, deze moet toegankelijk zijn voor leden en niet leden |
9 10 punten |
| Meewerken sport promotionele naschoolse activiteiten met de sportdienst |
Vermelding welke activiteit |
4 5 punten
|
| Een inclusief sportbeleid voeren, G-sporters kunnen deelnemen aan minstens een deel van de activiteiten van de sportvereniging |
Lijst bezorgen van de aangesloten G-sporters |
10 punten |
| De sportvereniging zorgt voor extra uitstraling van de gemeente doordat ze deelnemen aan officiële competitie buiten de provinciegrenzen |
De club speelt met minstens 1 ploeg in officiële competitie boven provinciaal of de club heeft individuele sporters die geselecteerd zijn voor het officiële Vlaams of Belgisch kampioenschap |
5 punten |
Thema 5: Communicatie
Parameters:
Clubblad en/of nieuwsbrief die minimaal 3 maal per jaar verschijnt
Clubwebsite
Clublogo
Club beschikt over een charter tegen, discriminatie, racisme, pesten,… en heeft een vertrouwenspersoon waar sporters terecht kunnen bij problemen.
| Communicatie |
Parameters |
Aantal te verdienen punten |
| Clubblad en/of nieuwsbrief minimaal 3 per jaar |
Clubblad of nieuwsbrief bijvoegen |
2 punten |
| Clubwebsite of facebook pagina |
Gegevens website of facebookpagina moet recent geupdate worden over voldoende info beschikken: - trainingsuren, contactgegevens, doel van de vereniging, activiteiten die georganiseerd worden,… |
5 10 punten |
| Verenigingslogo |
Logo bijvoegen |
2 punten |
| Charter tegen discriminatie, racisme, pesten, grensoverschrijdend gedrag … Club heeft vertrouwenspersoon waar sporters terecht kunnen bij problemen |
Charter wordt aan ieder lid bezorgd bij inschrijving, het staat op de website, facebookpagina van de club. Het wordt voldoende gecommuniceerd naar de leden. |
15 punten |
Par. 3: Kwantiteitscriteria.
40% van het resterende subsidiebedrag na de forfaitaire subsidie voor elke sportvereniging wordt hieronder verdeeld.
de totale subsidie wordt aan de hand van deze criteria verdeeld.
Thema 1: aantal leden
Parameters:
aantal leden
aantal jeugdleden
aantal leden die woonachtig zijn in Kuurne
| Aantal leden |
Parameters |
Aantal te verdienen punten |
| Totaal aantal leden |
Ledenlijst (uittreksel van verzekeringslijst of lijst van federatie) |
Aantal leden x 1 punt |
| Aantal jeugdleden (-18jaar) |
Ledenlijst met geboorte data |
Aantal jeugdleden x 1 punt |
| Aantal jeugdleden (-18 jaar) woonachtig in Kuurne |
Ledenlijst (uittreksel van verzekeringslijst of lijst van federatie) |
Aantal leden x 2 punten |
| Aantal leden +18 jaar woonachtig in Kuurne |
Ledenlijst (uittreksel van verzekeringslijst of lijst van federatie) |
Aantal leden x 1 punten |
Thema 2: competitie niveau
Parameters:
niveau aantal leden / ploegen in van competitie
Een sportvereniging moet kiezen om in te dienen als ploegsport of individuele sporters, dit mag niet gecombineerd worden.
| Competitie niveau |
parameters |
Aantal te verdienen punten |
|
|
|
|
| Niveau 1 |
Het competitie niveau wordt per sport bepaald, in een addendum worden alle sporten en hun bijhorend niveau bepaald |
Aantal leden x 1 punt |
| Niveau 2 |
|
Aantal leden x 2 punten |
| Niveau 3 |
|
Aantal leden x 3 punten |
| Niveau 4 |
|
Aantal leden x 4 punten |
| Niveau 5 |
|
Aantal leden x 5 punten |
| Ploegsport |
Officiële competities georganiseerd door de sportfederatie |
Aantal ploegen in competitie x 10 punten maximum 150 punten |
| Individuele sport en |
Officiële competitie georganiseerd door de sportfederatie. Een individuele sporter moet aan minstens 7 wedstrijden hebben deelgenomen om in aanmerking te komen |
Aantal individuele sporters die minstens aan 7 wedstrijden hebben deelgenomen x 2 punten maximum 150 punten |
HOOFDSTUK 4 SLOTBEPALINGEN
Artikel 16
Het reglement treedt in werking met ingang van het jaar 2009 1 april 2023.
De nodige kredieten voor de verhoging werden voorzien in de laatst goedgekeurde AMJP3 van december 2022.
Artikel 1
Aan het subsidiereglement voor sportverenigingen worden volgende wijzigingen aangebracht:
Artikel 2
Par. 1 - Dit reglement is van toepassing op de toekenning van subsidies aan plaatselijke organisaties voor sportverenigingen, die meer bepaald een activiteit ontwikkelen op volgende gebieden :
- sporten erkend door BLOSO Sport Vlaanderen en vermeld op de sporttakkenlijst
- parasporten en liefhebberijen: alle sporten die niet voorkomen op de sporttakkenlijst erkend door de Vlaamse overheid.
Artikel 3
De subsidies zijn financiële tegemoetkomingen vanwege de gemeente.
Indien de kostprijs van de door de gemeente verstrekte materiële tegemoetkomingen of voorzieningen niet vooraf aan de organisaties, die daarvan gebruik maken, werd aangerekend, wordt bij de berekening van de aan hen toe te kennen subsidiebedragen daarmee rekening gehouden.
Deze tegemoetkomingen of voorzieningen zijn de door de gemeente ter beschikking gestelde gebouwen en terreinen, zoals vergaderlokalen, ontmoetingsruimten, sportterreinen, enz ... Deze opsommingen zijn exemplatief en derhalve niet beperkend niet limitatief.
HOOFDSTUK 2. - DE ERKENNING
Artikel 6
Om erkend te worden moet de plaatselijke sportvereniging aan de volgende voorwaarden voldoen :
- De sportvereniging moet het statuut van vereniging zonder oogwinstmerk of een feitelijke vereniging hebben.
- De sportvereniging moet geleid worden door een dagelijks bestuur (minstens voorzitter, secretaris en penningmeester) waarvan minstens 40% van de bestuurders woonachtig is in de gemeente of minstens 40% van de leden van de sportvereniging woonachtig is in de gemeente. Minstens één van beide voorwaarden moet vervuld worden.
- De zetel en de activiteiten van de sportvereniging hebben plaats op het grondgebied van de gemeente, onverminderd de toepassing van artikel 2, par. 2.
- De sportvereniging oefent haar activiteit uit in het Nederlands in overeenstemming met de vigerende taalwetten.
- De sportvereniging moet een actieve sportwerking kunnen aantonen, d.w.z. minimum 25 sportactiviteiten per jaar.
- Een sportvereniging dient bij het indienen van de vraag om erkenning bewijsstukken in dat zij tijdens het vorige werkjaar voldoende activiteiten heeft uitgeoefend.
- Een sportvereniging moet aanvaarden, binnen de perken van de artikelen 11 en 12, verantwoording af te leggen ten aanzien van het gemeentebestuur over de aanwending van de subsidies.
- Een sportvereniging moet een open vereniging zijn. Hieronder wordt verstaan dat iedereen lid kan worden van de sportvereniging op voorwaarde dat hij /zij de waarden en normen, reglementen en doelstellingen van de vereniging eerbiedigt.
- De burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de sportvereniging, haar bestuurders en haar lesgevers moet door een verzekering gedekt zijn.
- De sportvereniging moet ter bescherming van haar aangesloten leden een verzekeringspolis afsluiten
Organisaties waarbinnen de in artikel 6 vermelde activiteiten verricht worden bij wijze van beroep of tegen bezoldiging komen niet in aanmerking voor erkenning.
HOOFDSTUK 3. WERKINGSSUBSIDIES
Afdeling 1. –Aanvragen werkingssubsidies
Artikel 9
De werkingssubsidies, verleend in functie van de kredieten ingeschreven in de begroting van het lopende dienstjaar, worden berekend op basis van de gegevens en activiteiten betreffende het vorige werkjaar. (werkjaar loopt van 15/08 tot en met 14/08)
Artikel 10
Par. 1 - De organisatie is verplicht vóór 15 APRIL AUGUSTUS van het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd volgende bewijsstukken voor te leggen:
- Een verslag over de gerealiseerde activiteiten tijdens het vorige werkjaar van de organisatie.
Dit verslag moet opgesteld zijn volgens de structuur van de puntentabel.
- Alle wijzigingen die zich voordoen bij volgende bestuursleden dienen zo spoedig mogelijk te worden doorgegeven aan het gemeentebestuur: voorzitter - secretaris - penningmeester.
Par. 2 – De sportvereniging is verplicht om een actieve werking te hebben voor het komende werkjaar. Indien dit niet het geval is kan ze geen aanspraak maken op werkingssubsidies van het voorbije werkjaar.
Par. 3 - De organisaties moeten bij de aanvraag tevens het bewijs voegen, waaruit blijkt dat de verplichtingen, waartoe zij gehouden zijn in uitvoering van de afgesloten verzekeringspolissen, werden nageleefd ; daarbij moet melding worden gemaakt van het aantal verzekerde lokalen of leden.
Par. 4 - Met laattijdig ingediende aanvragen wordt geen rekening gehouden, indien zij na verwittiging binnen de 14 dagen aan de aanvraag geen gevolg geven.
Artikel 13
Voor de berekening van het bedrag van de aan de organisatie toe te kennen subsidies wordt volgende verdeelsleutel toegepast.
Par. 1 Forfaitaire subsidie
Iedere sportvereniging die voldoet aan de bepalingen betreffende de erkenning en betreffende de aanvragen van de subsidies krijgen een forfaitaire subsidie van 200 euro.
Par. 2: Kwaliteitscriteria.
60% van het resterende subsidiebedrag na de forfaitaire subsidie voor elke sportvereniging wordt hieronder verdeeld.
Thema 3: Aanbod en doelgroepen
Parameters:
Aanbod met specifieke begeleiding naar jeugd en volwassenen
Aanbod met specifieke begeleiding naar competitie en recreatie
Organisatie van een tornooi buiten de reguliere competitie
Deelname in clubverband aan een buitenlandse organisatie
Gratis initiatie of proefles voor toekomstige leden
Organiseren van een sportpromotionele activiteit
Meewerken aan sport promotionele naschoolse activiteiten i.s.m. Sportdienst
Een inclusief sportbeleid voeren
Zorgen voor extra uitstraling buiten de provinciegrenzen
| Aanbod en doelgroepen |
Parameters |
Aantal teverdienen punten |
| Jeugdwerking en volwassenen begeleiding |
Verschillende trainingsuren voor jeugd en volwassenen doorgeven Een actieve jeugdwerking met minstens 30 weken training per jaar. |
10 punten |
| Competitie en recreatie begeleiding |
Verschillende trainingsuren competitie en recreatie |
10 punten |
| Organisatie tornooi buiten de reguliere competitie |
Programma tornooi, deelname van minimum 4 andere clubs |
5 10 punten |
| Deelname buitenlandse organisatie |
Deelname bewijs |
4 5 punten |
| Gratis initiaties of proeflessen |
Folder met vermelding vermelding op website of facebook pagina |
4 5 punten |
| Sport promotionele activiteit |
Programma van de activiteit die de eigen sport in de kijker stelt, deze moet toegankelijk zijn voor leden en niet leden |
9 10 punten |
| Meewerken sport promotionele naschoolse activiteiten met de sportdienst |
Vermelding welke activiteit |
4 5 punten
|
| Een inclusief sportbeleid voeren, G-sporters kunnen deelnemen aan minstens een deel van de activiteiten van de sportvereniging |
Lijst bezorgen van de aangesloten G-sporters |
10 punten |
| De sportvereniging zorgt voor extra uitstraling van de gemeente doordat ze deelnemen aan officiële competitie buiten de provinciegrenzen |
De club speelt met minstens 1 ploeg in officiële competitie boven provinciaal of de club heeft individuele sporters die geselecteerd zijn voor het officiële Vlaams of Belgisch kampioenschap |
5 punten |
Thema 5: Communicatie
Parameters:
Clubblad en/of nieuwsbrief die minimaal 3 maal per jaar verschijnt
Clubwebsite
Clublogo
Club beschikt over een charter tegen, discriminatie, racisme, pesten,… en heeft een vertrouwenspersoon waar sporters terecht kunnen bij problemen.
| Communicatie |
Parameters |
Aantal te verdienen punten |
| Clubblad en/of nieuwsbrief minimaal 3 per jaar |
Clubblad of nieuwsbrief bijvoegen |
2 punten |
| Clubwebsite of facebook pagina |
Gegevens website of facebookpagina moet recent geupdate worden over voldoende info beschikken: - trainingsuren, contactgegevens, doel van de vereniging, activiteiten die georganiseerd worden,… |
5 10 punten |
| Verenigingslogo |
Logo bijvoegen |
2 punten |
| Charter tegen discriminatie, racisme, pesten, grensoverschrijdend gedrag … Club heeft vertrouwenspersoon waar sporters terecht kunnen bij problemen |
Charter wordt aan ieder lid bezorgd bij inschrijving, het staat op de website, facebookpagina van de club. Het wordt voldoende gecommuniceerd naar de leden. |
15 punten |
Par. 3: Kwantiteitscriteria.
40% van het resterende subsidiebedrag na de forfaitaire subsidie voor elke sportvereniging wordt hieronder verdeeld.
de totale subsidie wordt aan de hand van deze criteria verdeeld.
Thema 1: aantal leden
Parameters:
aantal leden
aantal jeugdleden
aantal leden die woonachtig zijn in Kuurne
| Aantal leden |
Parameters |
Aantal te verdienen punten |
| Totaal aantal leden |
Ledenlijst (uittreksel van verzekeringslijst of lijst van federatie) |
Aantal leden x 1 punt |
| Aantal jeugdleden (-18jaar) |
Ledenlijst met geboorte data |
Aantal jeugdleden x 1 punt |
| Aantal jeugdleden (-18 jaar) woonachtig in Kuurne |
Ledenlijst (uittreksel van verzekeringslijst of lijst van federatie) |
Aantal leden x 2 punten |
| Aantal leden +18 jaar woonachtig in Kuurne |
Ledenlijst (uittreksel van verzekeringslijst of lijst van federatie) |
Aantal leden x 1 punten |
Thema 2: competitie niveau
Parameters:
niveau aantal leden / ploegen in van competitie
Een sportvereniging moet kiezen om in te dienen als ploegsport of individuele sporters, dit mag niet gecombineerd worden.
| Competitie niveau |
parameters |
Aantal te verdienen punten |
|
|
|
|
| Niveau 1 |
Het competitie niveau wordt per sport bepaald, in een addendum worden alle sporten en hun bijhorend niveau bepaald |
Aantal leden x 1 punt |
| Niveau 2 |
|
Aantal leden x 2 punten |
| Niveau 3 |
|
Aantal leden x 3 punten |
| Niveau 4 |
|
Aantal leden x 4 punten |
| Niveau 5 |
|
Aantal leden x 5 punten |
| Ploegsport |
Officiële competities georganiseerd door de sportfederatie |
Aantal ploegen in competitie x 10 punten maximum 150 punten |
| Individuele sport en |
Officiële competitie georganiseerd door de sportfederatie. Een individuele sporter moet aan minstens 7 wedstrijden hebben deelgenomen om in aanmerking te komen |
Aantal individuele sporters die minstens aan 7 wedstrijden hebben deelgenomen x 2 punten maximum 150 punten |
HOOFDSTUK 4 SLOTBEPALINGEN
Artikel 16
Het reglement treedt in werking met ingang van het jaar 2009 1 april 2023.
Artikel 2
Deze beslissing wordt onderworpen aan het bestuurlijk toezicht.
Artikel 56 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997, en latere wijzigingen, artikel 37/6/1 t.e.m. 37/70.
Omzendbrief BaO/2022/02 van 28 juni 2022 betreffende Inschrijvingsrecht en aanmeldingsprocedures in het gewoon basisonderwijs voor inschrijvingen voor het schooljaar 2023-2024 en volgende.
Het college van burgemeester en schepenen besliste in zitting van 25 oktober 2022 om voor het schooljaar 2023-2024 een aanmeldings- en inschrijvingsbeleid te voeren en op te treden als initiatiefnemer voor alle Kuurnse basisscholen.
Elke initiatiefnemer die de inschrijvingen laat voorafgaan door een aanmeldingsprocedure, richt een ombudsdienst inschrijvingen in die instaat voor de eerstelijnsbehandeling van:
De ombudsdienst inschrijvingen bevat minstens volgende leden:
De werking van de Ombudsdienst Inschrijvingen wordt geregeld in een reglement van orde, opgesteld door de organisator van de aanmeldingsprocedure.
Het reglement van orde Ombudsdienst inschrijvingen werd bij consensus goedgekeurd op het netoverschrijdend overleg van 28 februari 2023.
Het reglement van orde legt ten minste de volgende zaken vast:
Het reglement van orde Ombudsdienst Inschrijvingen dient ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
Beslissing college van burgemeester en schepenen van 25 oktober 2022 houdende "Gemeentelijk basisonderwijs - Aanmeldings- en inschrijvingsbeleid 2023-2024 - indienen dossier."
Artikel 1
De gemeenteraad keurt volgend reglement van orde inschrijvingen goed:
Ombudsdienst inschrijvingen (ODI) reglement van orde voor het Kuurns basisonderwijs
Inhoud
1. Algemeen
2. Samenstelling
3. Bevoegdheden
4. Werking
4.1. Termijn indiening klachten/vragen
4.2. Voorafgaand aan de samenkomst van de ODI
4.3. Rechtsgeldigheid samenkomst ODI
5. De mogelijkheid tot wraking
6. Besluitvorming en uitspraak
7. Mededeling van de uitspraak
8. Inwerkingtreding
1.Algemeen
De Ombudsdienst Inschrijvingen (ODI) wordt opgericht in het kader van een aanmeldprocedure in het gewoon Kuurns basisonderwijs.
Het reglement van orde en de samenstelling van de ODI werden opgemaakt conform de regelgeving:
- het Decreet basisonderwijs;
- het besluit van de Vlaamse regering over het inschrijvingsrecht in het basisonderwijs en het
secundair onderwijs.
2. Samenstelling
De samenstelling van de ombudsdienst inschrijvingen bestaat minstens uit de door het decreet bepaalde leden. Daarnaast worden ook extra leden toegevoegd. Binnen het Kuurns basisonderwijs wordt de samenstelling van de ombudsdienst inschrijvingen als volgt ingevuld:
- schepen van onderwijs;
- De directeur van de deelnemende scholen;
- Een vertegenwoordiging van de erkende ouderverenigingen;
De schepen van onderwijs fungeert als voorzitter van de ombudsdienst inschrijvingen.
De deskundige onderwijs neemt deel aan de ODI in functie van ondersteuning en administratie. Bij afwezigheid van de voorzitter wordt onder leiding van de deskundige onderwijs een plaatsvervangend voorzitter aangeduid. De deskundige onderwijs heeft geen stemrecht in de ombudsdienst inschrijvingen.
In functie van de continuïteit zal elk effectief lid zoveel mogelijk aanwezig zijn. Indien dit niet mogelijk is, kan men vertegenwoordigd worden door een plaatsvervanger. Elk effectief lid bepaalt zelf wie deze plaatsvervanger wordt en zorgt ervoor dat deze voldoende inhoudelijk op de hoogte is.
OF
Naast een effectief lid is er voor elke geleding ook de mogelijkheid tot een plaatsvervanger. Ofwel neemt het effectieve lid deel, ofwel de plaatsvervanger. Het plaatsvervangend lid meldt zich voor- aanvang van de vergadering bij de voorzitter.
Alle effectieve, plaatsvervangende en ondersteunende leden zijn gehouden tot discretie over de aangelegenheden die zij in de uitoefening van hun mandaat vernemen. Zij oefenen hun mandaat op een onpartijdige en onbevooroordeelde wijze uit en behartigen het algemene belang.
3. Bevoegdheden
Deze ODI staat in voor de eerstelijnsbehandeling van:
1. De klachten of de vaststellingen over technische fouten of materiële vergissingen.
Hieronder te verstaan: voor of na de definitieve toewijzing, een geval waarbij een technische fout of een zuiver materiële vergissing tijdens het verloop van de aanmeldingsprocedure, afbreuk doet aan de ordening of toewijzing van de leerling in kwestie.
2. De vragen over de erkenning van de uitzonderlijke situatie van de in te schrijven leerling.
Hieronder te verstaan: een geval waarbij de betrokkene voor een specifieke school die aanmeldt een uitzonderlijke situatie inroept die alleen van toepassing is op de leerling in kwestie in die school en waarbij die inschrijving de enig mogelijke is om de toegang tot onderwijs te garanderen voor die leerling.
De ODI staat tevens in voor de evaluatie van de behandelde klachten en vaststellingen met het oog op eventuele bijsturing van de aanmeldingsprocedure.
4. Werking
4.1. Termijn indiening klachten/vragen
De aanmeldingsprocedure loopt af bij de start van de vrije inschrijvingen.
Klachten en vaststellingen die na de termijn van 15 kalenderdagen na de vaststelling van de betwiste feiten ingediend worden, zijn onontvankelijk.
4.2. Voorafgaand aan de samenkomst van de ODI
Ouders en alle belanghebbenden sturen binnen de 15 kalenderdagen na de vaststelling van de betwiste feiten, een mail naar de deskundige onderwijs met vermelding van:
- De naam van de ouder en/of andere belanghebbende (= de indiener(s));
- De naam en het rijksregisternummer van het kind;
- Informatie over de fout of vergissing;
- De expliciete vraag of klacht;
- Bij de vraag naar een uitzonderlijke situatie: de naam van de school;
De klachten en/of vragen over de erkenning van de uitzonderlijke situatie worden verzameld en voorgelegd aan de voorzitter van de ODI, waarna de voorzitter de leden fysiek of digitaal samenroept.
De indiener wordt geïnformeerd over de datum en het uur waarop de ODI zal samenkomen om de klacht/vraag te behandelen zodat de indiener (of een vertegenwoordiger), indien gewenst, tijdens de zitting kan gehoord worden door de leden.
De ODI kan alle nodige documenten opvragen bij het schoolbestuur in kwestie.
4.3. Rechtsgeldigheid samenkomst ODI
Om geldig te kunnen vergaderen dienen minstens de helft van de leden aanwezig te zijn. Bij het niet bereiken van het aanwezigheidsquorum bepaalt de voorzitter een nieuwe zitting ten laatste binnen de 7 kalenderdagen na de eerste zitting. De tweede zitting vergadert rechtsgeldig ongeacht het aantal aanwezige vertegenwoordigers.
De ODI komt rechtsgeldig samen en formuleert een advies binnen de 15 kalenderdagen na samenkomst.
5. De mogelijkheid tot wraking
De indiener van de vraag of klacht kan voor de aanvang van de samenkomst van de ODI één of meer leden wraken. Ingeval de reden tot wraking later is ontstaan, kan wraking ook nog worden ingeroepen tijdens de samenkomst. In dat laatste geval wordt de zaak naar de eerstvolgende samenkomst verwezen. Het lid dat weet dat er een reden tot wraking tegen hem bestaat, moet zich van de zaak onthouden.
Een plaatsvervanger neemt de plaats in van het gewraakte lid. Indien zowel een effectief als plaatsvervangend lid worden gewraakt, dan wordt er door de andere leden onder leiding van de deskundige onderwijs een plaatsvervangend lid aangeduid. Indien het om de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter gaat dan wordt de zaak geschorst tot de nieuwe voorzitter is aangewezen.
De redenen van de wraking zijn die vermeld in de artikelen 828 en 829, tweede lid van het Gerechtelijk Wetboek.
6. Besluitvorming en uitspraak
De voorzitter opent de zitting en leidt de gesprekken. Hetgeen de voorzitter met het oog op de handhaving van de orde beveelt, wordt stipt en terstond uitgevoerd.
Ingeval de indiener van de klacht/vraag dit wenst, brengt deze partij eerst zijn uiteenzetting waarna de andere partijen kunnen repliceren.
Op het einde van de samenkomst sluit de voorzitter de gesprekken.
Met het oog op de uitspraak volgt de beraadslaging onmiddellijk na het sluiten van de gesprekken. Dit gebeurt met gesloten deuren.
Adviezen worden bij voorkeur in consensus genomen. Indien er geen consensus is, wordt het advies bij stemming door de meerderheid (de helft + 1) aangenomen en heeft de voorzitter, indien nodig, de doorslaggevende stem.
Adviezen en resultaten bij klachten of de vaststellingen over technische fouten of materiële vergissingen :
Als de ODI na een klacht over of een vaststelling van een technische fout of een zuiver materiële vergissing voor de definitieve toewijzingen een gunstig advies geeft over de correctie van de fout, kan de leerling door het schoolbestuur samen met de correctie van de fout worden opgenomen in het aanmeldingssysteem voor de definitieve toewijzing gebeurt. De ODI kan bepalen door wie de correctie van de fout dient worden in te geven en geeft geen nader advies over het resultaat na toewijzing.
Als de ODI na een klacht over een technische fout of een zuiver materiële vergissing na een definitieve toewijzing een gunstig advies geeft over de correctie van de fout, kan de leerling door het betrokken schoolbestuur in overcapaciteit worden ingeschreven.
Als de ombudsdienst inschrijvingen een negatief advies geeft over een klacht over een technische fout of een materiële vergissing voor of na de definitieve toewijzingen, hoeft de school niets te wijzigen aan de aanmelding of toewijzing van de leerling in kwestie.
Adviezen en resultaten bij vragen over een erkenning van de uitzonderlijke situatie van een in te schrijven leerling:
Als een ouder een vraag voor de erkenning van een uitzonderlijke situatie stelt aan de ombudsdienst inschrijvingen, legt de ODI de vraag voor aan het schoolbestuur in kwestie.
Indien het schoolbestuur in kwestie een eventuele inschrijving in overcapaciteit haalbaar acht, legt ze die vraag voor aan de Commissie inzake Leerlingenrechten (CLR).
De CLR beslist binnen dertig kalenderdagen over de uitzonderlijke situatie waarbij die inschrijving de enige mogelijke is om de toegang tot onderwijs te garanderen voor die leerling. Alleen als de CLR de uitzonderlijke situatie bevestigt waarbij die inschrijving de enige mogelijke is om de toegang tot onderwijs te garanderen voor die leerling, kan de leerling in overcapaciteit worden ingeschreven.
7. Mededeling van de uitspraak
Het advies van de ODI wordt binnen een termijn van 15 kalenderdagen bezorgd aan de indiener. De indiener wordt hierbij ook geïnformeerd over de procedure om een klacht in te dienen bij de CLR.
8. Inwerkingtreding
Dit reglement van orde met betrekking tot de Ombudsdienst Inschrijvingen (ODI) gaat in voor de aanmeldingsprocedure voor schooljaar 2023-2024 en volgende.
Het reglement van orde werd goedgekeurd op het netoverschrijdend overleg van 28 februari 2023.
Artikel 2
Dit reglement van orde met betrekking tot de Ombudsdienst Inschrijvingen (ODI) gaat in voor de aanmeldingsprocedure voor schooljaar 2023-2024 en volgende.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikelen 40, 41 en 56.
Het decreet leersteun van 10 februari 2023.
Het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997.
Het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad, artikel 21.
Het decreet leersteun bepaalt dat een schoolbestuur moet aansluiten bij één leersteuncentrum (LSC) naar keuze, met uitzondering van een specifiek leersteuncentrum type 4, 6 of 7, georganiseerd door een bestuur van het eigen of een ander onderwijsnet, om leersteun te kunnen ontvangen voor de leerlingen en leerkrachten van zijn scholen voor gewoon basisonderwijs.
Een dergelijk LSC biedt leersteun aan scholen voor gewoon basisonderwijs die leerlingen hebben met:
Het schoolbestuur heeft de volgende scholen voor gewoon basisonderwijs:
Deze scholen hebben leerlingen met de hierboven vermelde verslagen.
Een dergelijk LSC kan deel uitmaken van een school voor buitengewoon onderwijs of kan een zelfstandige instelling zijn. Een specifiek leersteuncentrum type 4, 6 of 7 is een leersteuncentrum dat deel uitmaakt van een school voor buitengewoon onderwijs en dat alleen leersteun biedt voor leerlingen met een GC-verslag, IAC-verslag type 4, type 6 of type 7, in het gewoon basisonderwijs.
Deze LSC’s komen in de plaats van de huidige ondersteuningsnetwerken. De Vlaamse Regering kiest voor een nieuw ondersteuningsmodel:
Het schoolbestuur wenst aan te sluiten bij het Leersteuncentrum BOOST, vestigingsplaats St.-Amandusstraat 28, 8540 Deerlijk, om voor de leerlingen en leerkrachten van de eigen scholen te voorzien in professionele leersteun. Deze leersteun komt in de plaats van de ondersteuning door het huidige ondersteuningsnetwerk, het Openbaar ondersteuningsnetwerk West-Vlaanderen, dat ophoudt te bestaan.
Dit LSC is opgenomen in het protocol landschap LSC waardoor het voorlopig erkend zal zijn voor het schooljaar 2023-2024 en het schooljaar 2024-2025.
Het schoolbestuur moest zijn keuze meedelen aan het betrokken leersteuncentrum en aan AGODI uiterlijk een maand na de publicatie van het vermelde protocol LSC. Door deze strakke timing was het college van burgemeester en schepenen genoodzaakt om bij hoogdringendheid een voorlopige beslissing te nemen. Deze beslissing dient nog bekrachtigd te worden door de gemeenteraad
De beslissing voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 21 van het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad.
Op 10 februari 2023 is dit voorgelegd aan de schoolraad.
Beslissing college van burgemeester en schepenen van 28 februari 2023 houdende "Gemeentelijk basisonderwijs - aansluiting bij een leersteuncentrum".
Advies schoolraad 10 februari 2023.
PowerPoint OVSG.
Toelichting.
Enig artikel
De gemeenteraad beslist om de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 28 februari 2023 te bekrachtigen houdende de aansluiting van volgende scholen van het gemeentelijk basisonderwijs bij het leersteuncentrum Boost, St.-Amandusstraat 28 te 8540 Deerlijk, met ingang van 1 september 2023:
- Boudewijnschool:
- Centrumschool, Gasthuisstraat 30, 8550 Kuurne.
Artikels 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Artikel 387 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen - dit artikel maakt het mogelijk om een samenwerkingsovereenkomst af te sluiten met andere lokale besturen.
In 2022 werd beslist om de ICT-dienst te versterken.
In eerste instantie werd een examenprocedure uitgeschreven voor een bijkomende ICT-deskundige op B-niveau. Dit leverde geen geslaagde kandidaten op.
De tweede keer werd een examenprocedure uitgeschreven voor beleidscoördinator ICT op A-niveau. Er was één geslaagde kandidaat maar die haakte af vóór het assessment.
Aangezien het op vandaag heel moeilijk is om IT-profielen aan te trekken, werd contact opgenomen met stad Kortrijk teneinde na te gaan op welke manier zij ondersteuning kunnen bieden.
In bijlage vinden jullie de uitgewerkte overeenkomst tot structurele samenwerking terug.
Hieronder wordt een korte samenvatting weergegeven:
Het doel is de krachten te bundelen om volgende doelstellingen te bereiken:
- Meer continuïteit in de IT-dienstverlening.
- Optimalisatie van de dienstverlening naar de burger.
- Schaalvoordeel bij o.a. (investerings-)projecten.
- Kennisverbreding en verdieping: binnen een grotere groep kan er meer specifieke kennis uitgebouwd en gedeeld worden.
In de overeenkomst kan je nalezen welke opdrachten er behoren tot het basispakket en welke eerder als een uitbreidingspakket worden gezien.
Deze samenwerking wordt gefaseerd uitgebouwd. In eerste instantie zal stad Kortrijk instaan voor het beheer, de beveiliging, de verdere uitbouw en optimalisatie van het netwerk van Kuurne, en voor de helpdesk ondersteuning van de verschillende diensten van de gemeente en OCMW die hiervan gebruik maken. In volgende fases wordt bekeken welke uitbreidingspakketten opgenomen worden binnen deze samenwerking.
Onze ICT-dienst beschikt momenteel over 1 ICT-deskundige. Deze collega zal optimaal worden ingezet om dit samenwerkingsverband tot een succesverhaal te maken.
Deze samenwerkingsovereenkomst wordt voorgelegd aan de gemeenteraad en OCMW-raad van 23 maart 2023 omdat enerzijds de ICT-deskundige personeelslid is van het OCMW en anderzijds omdat we als lokaal bestuur voor de ganse organisatie een samenwerkingsverband willen afsluiten op het vlak van ICT.
De financiering van de overeenkomst zou gebeuren op basis van de licenties die voorhanden zijn.
De kostprijs wordt geraamd op 120.000 euro.
Het volgende budget is voorzien in de meerjarenplanning:
- 99.500 euro op de budgetcodes GBB/OCMW/0119-00/6203000 - GBB/OCMW/0119-00/6213000 - GBB/OCMW/0119-00/6223000 (lonen).
- 10.000 euro op de budgetcode GBB/GEM/0119-02/6131002/ADG (outsourcing).
Er zal extra budget moeten worden voorzien om enerzijds de samenwerking mogelijk te maken en anderzijds om ervoor te zorgen dat onze ICT-deskundige nog op regelmatige basis beroep kan doen op de expertise van Kurt De Laere (Real Dolmen).
Er wordt gevraagd om 25.000 EUR extra te voorzien.
Dit bedrag wordt bepaald op basis van het volgende:
- 10.000 euro tekort
- 10.000 euro extra voor outsourcing (Real Dolmen)
- 5% overheadkosten.
De samenwerking wordt geëvalueerd en bijgestuurd waar nodig.
De kostprijs wordt geschat op 120.000 euro.
Het volgende budget is voorzien in de meerjarenplanning:
- 99.500 euro op de budgetcodes GBB/OCMW/0119-00/6203000 - GBB/OCMW/0119-00/6213000 - GBB/OCMW/0119-00/6223000 (lonen).
- 10.000 euro op de budgetcode GBB/GEM/0119-02/6131002/ADG (outsourcing).
Wetmatigheid OK, krediet ontoereikend. Er moet 25 000 euro extra voorzien worden bij de eerst volgende AMJP4 in 2023. FD verleent voorwaardelijk visum.
Gunstig mits aanpassing visum VSM/2023/013 van Jurgen Vanoverberghe van 28 februari 2023
Artikel 1
De gemeenteraad verleent zijn goedkeuring aan de overeenkomst tot structurele samenwerking ICT tussen stad Kortrijk en gemeente Kuurne. De overeenkomst in bijlage maakt integraal deel uit van dit besluit.
Artikel 2
De gemeenteraad gaat akkoord met de volgende delegatie naar het college van burgemeester en schepenen:
- het opnemen in een addendum van eventuele nieuwe tarieven die zijn opgenomen in de voorliggende overeenkomst (na evaluatie),
- het goedkeuren van een addendum als gevolg van het jaarlijks evalueren van de voorliggende overeenkomst.
Artikel 3
De voorzitter van de raad, Chris Delneste, en de algemeen directeur, Els Persyn, worden gemachtigd om deze samenwerkingsovereenkomst te ondertekenen.
Artikel 4
De gemeenteraad gaat akkoord dat er voor dit jaar 25.000 euro extra budget wordt voorzien.
Het budget voor de volgende jaren zal afgestemd worden op het budget dat effectief nodig is tijdens het eerste jaar.
Artikel 162 van de grondwet.
Artikels 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
De Algemene Politieverordening van de gemeente Kuurne vastgesteld door de gemeenteraad van 6 april 2009 en latere wijzigingen.
Artikel 6 van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties van 24 juni 2013 bepaalt het volgende:
§1. De in artikel 4, §1, 1°, bedoelde administratieve geldboete wordt opgelegd door de sanctionerend ambtenaar.
§2. De sanctionerend ambtenaar beantwoordt aan de door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, vastgestelde kwalificatie- en onafhankelijkheidsvoorwaarden.
§3. De sanctionerend ambtenaar wordt door de gemeenteraad aangewezen en kan niet tegelijkertijd de persoon zijn die, met toepassing van de artikelen 20 en 21, de inbreuken vaststelt en de persoon die de bemiddelingsprocedure leidt. Hij kan tevens door meerdere gemeenten worden aangewezen.
Het Koninklijk Besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de kwalificatie- en onafhankelijkheidsvoorwaarden van de ambtenaar belast met de oplegging van de administratieve geldboete en tot inning van de boetes in uitvoering van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
Conform de GAS-wetgeving dient de aanwijzing als GAS-ambtenaar te gebeuren door de gemeenteraad.
De gemeente Kuurne kan beroep doen op de sanctionerende ambtenaren van stad Kortrijk voor de sanctionering in het kader van de gemeentelijke administratieve sancties.
De heer Jens Lampaert, actief in het team Bestuurs- en Juridische Zaken van stad Kortrijk, behaalde recent het getuigschrift van sanctionerend ambtenaar en is ook in het bezit van een masterdiploma (in de politieke wetenschappen). Gezien dhr. Lampaert werd aangesteld ter uitbreiding van het team gelet op het groter wordend aantal dossiers, besliste de gemeenteraad van stad Kortrijk in zitting van 13 februari 2023 de heer Jens Lampaert met onmiddellijke ingang aan te wijzen als gemeentelijk sanctionerend ambtenaar.
De gemeente Kuurne dient deze persoon eveneens aan te stellen.
Beslissing van de gemeenteraad van 21 mei 2015 betreffende de aanduiding van mevrouw Sofie Van Audenhove als sanctionerend ambtenaar in het kader van de gemeentelijke administratieve sancties.
Beslissing van de gemeenteraad van 20 oktober 2016 betreffende de aanduiding van mevrouw Marjolijn Gousseau als sanctionerend ambtenaar in het kader van de gemeentelijke administratieve sancties.
Beslissing van de gemeenteraad van 23 september 2021 betreffende de aanduiding van mevrouw Anke Vanhoecke als sanctionerend ambtenaar in het kader van de gemeentelijke administratieve sancties.
Beslissing van de gemeenteraad van 20 januari 2022 betreffende de aanduiding van de heer Dimitri Wildemeersch als sanctionerend ambtenaar in het kader van de gemeentelijke administratieve sancties.
Beslissing van de gemeenteraad van 23 januari 2020 houdende de goedkeuring van de samenwerkingsovereenkomst met stad Kortrijk betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
Beslissing van de gemeenteraad van 27 oktober 2022 houdende de goedkeuring van het addendum aan de samenwerkingsovereenkomst met stad Kortrijk betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
Adviesvraag aan de Procureur des Konings van 7 december 2022 met bijgevoegde stukken (masterdiploma politieke wetenschappen, uittreksel uit het strafregister, getuigschrift opleiding sanctionerend ambtenaar).
Beslissing van de gemeenteraad van stad Kortrijk van 13 februari 2023 houdende de aanstelling van de heer Jens Lampaert als sanctionerend ambtenaar in het kader van de gemeentelijke administratieve sancties.
Gunstig advies van de Procureur des Konings van 30 december 2022.
De gemeenteraad gaat over tot de geheime stemming waaraan 23 raadsleden deelnemen.
De stemming geeft volgende uitslag :
Vertegenwoordiger
Jens Lampaert bekomt 23 ja-stemmen.
Er zijn 0 blanco stembiljetten en 0 neen-stemmen.
Artikel 1
De heer Jens Lampaert, in dienst bij stad Kortrijk, wordt voor de gemeente Kuurne aangewezen als sanctionerend ambtenaar in het kader van de gemeentelijke administratieve sancties.
Artikel 2
Afschrift van deze beslissing zal worden opgestuurd naar de stad Kortrijk en de politiezone VLAS.
Artikel 3
Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht.
De voorzitter sluit de zitting op 23/03/2023 om 21:20.
Namens Gemeenteraad,
Els Persyn
Algemeen Directeur
Chris Delneste
Voorzitter van de Raad