Terug
Gepubliceerd op 04/05/2022

Besluit  College van Burgemeester en Schepenen

di 26/04/2022 - 14:15

Personeel - wijziging rechtspositieregeling inzake de evaluatie van de decretale graden - goedkeuring

Aanwezig: Francis Benoit, Burgemeester
Willem Vanwynsberghe, Bram Deloof, Annelies Vandenbussche, Jan Deprez, Schepenen
Els Verhagen, Voorzitter van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst
Els Persyn, Algemeen Directeur
Bevoegdheid en juridische grond

Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 - afdeling 3. De rechtspositieregeling van het personeel van de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.
Het Besluit van de Vlaamse Regering (BVR) van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en latere wijzigingen.
De lokale rechtspositieregeling, vastgesteld bij beslissing van de gemeenteraad van 22 december 2008 en latere wijzigingen.
Beslissing van de gemeenteraad van 25 april 2019 houdende de delegatiebeslissing van rechtspositieregeling en arbeidsreglement van gemeenteraad naar college van burgemeester en schepenen.

Feiten, context en argumentatie

De huidige rechtspositieregeling is nog niet aangepast aan de huidige situatie waarbij er in ons bestuur naast de algemeen en de financieel directeur ook een adjunct-algemeen directeur in dienst is. De functie van adjunct-algemeen directeur is een functie in de overgangsregeling. Dit betekent dat bij uitdiensttreding van de adjunct-algemeen directeur de functie vervalt. Desalniettemin moet de evaluatie van deze decretale graad worden toegevoegd aan de bestaande evaluatie van de decretale graden.

 

Er wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om:

  • de desbetreffende artikelen aan te passen aan de vigerende wetgeving waarbij de bepalingen van het gemeentedecreet worden vervangen door deze van het decreet lokaal bestuur,
  • de betrokkenheid van de directe medewerkers van de functiehouders te vergroten,
  • de evaluatieperiode te wijzigen van 1 jaar naar 2 jaar.
Adviezen en visum

Het advies van het MAT van 12 april 2022.

Het protocol van het Bijzonder Onderhandelingscomité in vergadering van 14 april 2022.

Besluit

Artikel 1

Artikel 77 wordt als volgt gewijzigd:

Met toepassing van artikel 194 van het Decreet Lokaal Bestuur worden de algemeen directeur en de financieel directeur op proef geëvalueerd door een evaluatiecomité, bestaande uit het college van burgemeester en schepenen en de voorzitter van de gemeenteraad. Het evaluatiecomité wordt voorgezeten door de voorzitter van de raad.

De evaluatie vindt plaats op basis van een voorbereidend rapport, opgesteld door externe deskundigen in het personeelsbeleid.

Het voorbereidend rapport wordt minstens opgemaakt op basis van een evaluatiegesprek tussen de externe deskundigen en de functiehouder en op basis van een onderzoek over de wijze van functioneren van de functiehouder, waarbij de burgemeester, de leden van het managementteam, de directe medewerkers van de functiehouder en de voorzitter van de gemeenteraad betrokken worden.

Het voorbereidend rapport van de externe deskundigen bevat per evaluatiecriterium de relevante informatie die ingewonnen wordt door:

1.een interview met de functiehouder waarin vastgesteld wordt in welke mate en op welke wijze hij/zij aan de vastgestelde evaluatiecriteria, resultaatverbintenissen of afspraken voldaan heeft;

2. interviews met de leden van het managementteam, de directe medewerkers van de functiehouder, het college van burgemeester en schepenen en de voorzitter van de gemeenteraad waarin gepeild wordt naar de mate waarin en de wijze waarop de functiehouder voldaan heeft aan de vastgestelde evaluatiecriteria, resultaatverbintenissen of afspraken.

De interviews vermeld in punt 2 maken geen deel uit van het evaluatiedossier. Het interview vermeld in punt 1 maakt wel deel uit van het evaluatiedossier.

De vaststellingen uit de interviews worden per evaluatiecriterium verwerkt in het voorbereidend rapport.  

 

Artikel 2

Artikel 78 wordt als volgt gewijzigd:

Het college van burgemeester en schepenen voert bij het begin van de proeftijd van de algemeen directeur en de financieel directeur een planningsgesprek met de functiehouder over de verwachtingen inzake het functioneren.

Tijdens de proeftijd krijgen de algemeen directeur en de financieel directeur tussentijds terugkoppeling over hun manier van functioneren via functioneringsgesprek(ken) met het college van burgemeester en schepenen en de voorzitter van de gemeenteraad.

 

Artikel 3

Artikel 80, tweede alinea wordt als volgt gewijzigd:

De externe deskundigen leveren het voorbereidend rapport over de proeftijd van de algemeen directeur en de financieel directeur, vermeld in artikel 77, in bij de voorzitter van het evaluatiecomité die de eindevaluatie uitspreekt op het einde van de vergadering van het evaluatiecomité, desgewenst bijgewoond door de functiehouder die hiervoor formeel uitgenodigd wordt.


Artikel 4

Artikel 81 wordt als volgt gewijzigd:

Het resultaat van de eindevaluatie van de proeftijd is gunstig of ongunstig. Bij staking van stemmen is het resultaat gunstig. (art 115D)

De algemeen directeur en de financieel directeur op proef die na het verstrijken van de proeftijd op grond van het ongunstige eindresultaat van de eindevaluatie niet in aanmerking komt voor de vaste aanstelling in statutair verband wordt door de gemeenteraad ontslagen.


Artikel 5

Aan artikel 82 wordt volgende laatste zin toegevoegd:

...van artikel 158. Bij beëindiging van de tewerkstelling wordt voor de berekening van de opzeggingstermijn rekening gehouden met de anciënniteit zoals voorzien in de wet op de arbeidsovereenkomsten.

 

Artikel 6

Aan artikel 83 wordt volgende laatste zin toegevoegd:

 

...artikel 158. Bij beëindiging van de tewerkstelling wordt voor de berekening van de opzeggingstermijn rekening gehouden met de anciënniteit zoals voorzien in de wet op de arbeidsovereenkomsten.


Artikel 7

Artikel 84 wordt als volgt gewijzigd:

De algemeen directeur, de adjunct-algemeen directeur en de financieel directeur worden geëvalueerd door een evaluatiecomité, bestaande uit het college van burgemeester en schepenen en de voorzitter van de gemeenteraad. Het evaluatiecomité wordt voorgezeten door de voorzitter van de gemeenteraad.

De evaluatie vindt plaats op basis van een voorbereidend rapport, opgesteld door externe deskundigen in het personeelsbeleid.

Het voorbereidend rapport wordt minstens opgemaakt op basis van een evaluatiegesprek tussen de externe deskundigen en de functiehouder en op basis van een onderzoek over de wijze van functioneren van de functiehouder, waarbij de burgemeester, de leden van het managementteam, de directe medewerkers van de functiehouder en de voorzitter van de gemeenteraad betrokken worden.

 

Artikel 8

Artikel 85 wordt als volgt gewijzigd:

De algemeen directeur, de adjunct-algemeen directeur en de financieel directeur worden tweejaarlijks geëvalueerd. De evaluatie heeft betrekking op de periode die volgt op de vorige evaluatieperiode.

 

Artikel 9

Artikel 86 wordt als volgt gewijzigd:

§1. De evaluatie wordt uitgevoerd op basis van vooraf vastgestelde evaluatiecriteria.

De evaluatiecriteria worden vastgesteld voor:

1° de algemeen directeur: na overleg van de functiehouder met het college van burgemeester en schepenen en de voorzitter van de gemeenteraad ;

2° de financieel directeur van de gemeente: na overleg van de functiehouder met de algemeen directeur en het college van burgemeester en schepenen en de voorzitter van de gemeenteraad.

3° de adjunct-algemeen directeur: na overleg van de functiehouder met de algemeen directeur, het college van burgemeester en schepenen en de voorzitter van de gemeenteraad.

Na het overleg bespreekt het college van burgemeester en schepenen de voorgestelde evaluatiecriteria met de externe deskundigen in het personeelsbeleid die verantwoordelijk zijn voor het voorbereidend rapport voor de evaluatie en stuurt het die zo nodig bij.

§2. De evaluatiecriteria zijn vastgelegd in de functiekaart.

 

Artikel 10

Artikel 88 wordt als volgt gewijzigd:

Het voorbereidend rapport van de externe deskundigen bevat per evaluatiecriterium de relevante informatie, die ingewonnen wordt met behulp van:

1. een interview met de functiehouder waarin vastgesteld wordt in welke mate en op welke wijze hij/zij aan de vastgestelde evaluatiecriteria, resultaatverbintenissen of afspraken voldaan heeft ;

2. interviews met de leden van het managementteam, de directe medewerkers van de functiehouder, het college van burgemeester en schepenen en de voorzitter van de gemeenteraad waarin gepeild wordt naar de mate waarin en de wijze waarop de functiehouder voldaan heeft aan de vaststelde evaluatiecriteria, resultaatverbintenissen of afspraken.

De interviews vermeld in punt 2 maken geen deel uit van het evaluatiedossier. De resultaten ervan worden verwerkt tot conclusies. Het interview vermeld in punt 1 maakt wel deel uit van het evaluatiedossier.

De vaststellingen uit de interviews worden per evaluatiecriterium verwerkt in het voorbereidend rapport.

 

Artikel 11

Artikel 89, 1° alinea wordt als volgt gewijzigd:

De algemeen directeur, de adjunct-algemeen directeur en de financieel directeur krijgen tussentijds feedback over hun manier van functioneren.

 

Artikel 12

Artikel 90 wordt als volgt gewijzigd:

Het evaluatieresultaat is gunstig of ongunstig. Ongunstig betekent twee opeenvolgende negatieve evaluaties.

Bij staking van stemmen is het evaluatieresultaat gunstig (art. 194 DLB).

 

Artikel 13

Artikel 91, 1° alinea wordt als volgt gewijzigd:

De algemeen directeur, de adjunct-algemeen directeur of financieel directeur met een evaluatieresultaat dat ongunstig is, kunnen worden ontslagen wegens beroepsongeschiktheid.

 

Artikel 14

Afschrift van huidige beslissing wordt aan de hogere overheid overgemaakt.