De Nieuwe Gemeentewet, in het bijzonder de artikelen 133, 134 en 135.
Artikel 63 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 houdende de bevoegdheid van de burgemeester om dringende politieverordeningen uit te vaardigen.
Wet van 14 augustus 2021 betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie (Pandemiewet).
Koninklijk Besluit van 28 oktober 2021 houdende de nodige maatregelen van bestuurlijke politie teneinde de gevolgen voor de volksgezondheid van de afgekondigde epidemisch noodsituatie betreffende de coronavirus COVID-19 pandemie te voorkomen of te beperken.
Koninklijk Besluit van 28 oktober 2021 houdende de afkondiging van de epidemische noodsituatie betreffende de coronavirus COVID-19 pandemie.
Het COVID-19 virus verspreidt zich nog steeds verder in de regio.
Het is noodzakelijk tijdig passende preventiemaatregelen te nemen om de regels van social distancing te garanderen en een maximaal niveau van bescherming te bieden. Bijeenkomsten in besloten plaatsen die toegankelijk zijn voor het publiek, zoals de gemeente- en OCMW-raad, vormen een specifieke bedreiging voor de volksgezondheid.
Naar aanleiding van de nieuwe golf van het COVID-19 virus kondigde de federale regering nieuwe maatregelen aan om de verspreiding van de epidemie tegen te gaan. Deze zijn vervat in het Koninklijk Besluit van 28 oktober 2021 houdende de nodige maatregelen van bestuurlijke politie teneinde de gevolgen voor de volksgezondheid van de afgekondigde epidemisch noodsituatie betreffende de coronavirus COVID-19 pandemie te voorkomen of te beperken en het Koninklijk Besluit van 28 oktober 2021 houdende de afkondiging van de epidemische noodsituatie betreffende de coronavirus COVID-19 pandemie.
Het behoort tot de taak en bevoegdheid van de gemeente tot het nemen van passende maatregelen om epidemieën, zoals de ernstige dreiging die het COVID-19-virus met zich meebrengt, te voorkomen (artikel 135, §2, tweede lid, 5°, N.Gem.W.).
In uitzonderlijke, hoogdringende omstandigheden kan de burgemeester immers politieverordeningen maken in plaats van de gemeenteraad. Zo bepaalt artikel 134, §1, N.Gem.W. “In geval van oproer, kwaadwillige samenscholing, ernstige stoornis van de openbare rust of andere onvoorziene gebeurtenissen, waarbij het geringste uitstel gevaar of schade zou kunnen opleveren voor de inwoners, kan de burgemeester politieverordeningen maken, onder verplichting om daarvan onverwijld aan de gemeenteraad kennis te geven, met opgave van de redenen waarom hij heeft gemeend zich niet tot de raad te moeten wenden. Die verordeningen vervallen dadelijk, indien zij door de raad in de eerstvolgende vergadering niet worden bekrachtigd.”.
De burgemeester kan dus in dringende omstandigheden overeenkomstig artikel 134, §1 en 135, §2 van de Nieuwe Gemeentewet maatregelen uitvaardigen voor de organisatie van de vergaderingen van lokale bestuursorganen.
Het COVID-19-virus en de strijd tegen de verdere verspreiding hiervan, valt onder dergelijke onvoorziene gebeurtenissen en rechtvaardigt uitzonderlijk virtuele vormen van vergaderen. Een besluit van de burgemeester om de gemeenteraad virtueel te laten verlopen, is dus te verantwoorden.
Artikel 1
De burgemeester beslist bij hoogdringendheid dat de volgende gemeente- en OCMW-raad van 25 november 2021 in zijn geheel een virtueel verloop zal kennen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken.
Artikel 2
Dit burgemeestersbesluit dient op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad te worden bekrachtigd.
Artikel 3
Een afschrift van de verordening zal bezorgd worden aan de deputatie van de provincie binnen de 48 uur, aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en de politierechtbank (op basis van artikel 119 NGW).