Artikel 41, 162 en 170 §4 van de grondwet.
Artikel 464 tot en met 470/2 van het wetboek van de inkomstenbelasting 1992.
Artikel 40 en 41 van het decreet over het lokale bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Artikel 1
Voor een termijn van zes jaar, vanaf 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 (aanslagjaren 2026 tot en met 2031), wordt een aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente Kuurne op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 2
De belasting wordt vastgesteld op 7,9 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
Artikel 3
De vestiging en de inning van de gemeentebelasting zal door het toedoen van het bestuur der directe belastingen gebeuren, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Artikel 4
Overeenkomstig art. 330 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur zal de toezichthoudende overheid in kennis gesteld worden van de bekendmaking van dit besluit op de webtoepassing van de gemeente.