Artikel 170 §4 van de grondwet.
Artikel 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Het decreet van 30 mei 2008, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Decreet van 18 juli 2003 over het integraal waterbeleid.
Decreet van 30 november 2018 tot bekrachtiging van de coördinatie van de waterregelgeving in het decreet van 18 juli 2003 over het integraal waterbeleid en tot opheffing van de gecoördineerde regelgeving.
Decreet van 28 februari 2014 over diverse bepalingen inzake leefmilieu en natuur.
Vlaamse codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009.
Decreet van 25 april 2014 over de omgevingsvergunning.
Besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 over de omgevingsvergunning.
Besluit van de Vlaamse regering van 1 februari 2002 over de subsidiëring van de aanleg door de gemeenten van openbare rioleringen, andere dan prioritaire rioleringen, en van de bouw door de gemeenten van kleinschalige waterzuiveringsinstallaties.
Ministerieel besluit van 20 augustus 2012 tot vaststelling van de code van goede praktijk voor het ontwerp en de aanleg van rioleringssystemen.
Besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 over de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De omzendbrief KB/ABB 2019/02 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Het is wenselijk om een belasting te vestigen op het niet optimaal afkoppelen van hemel- en huishoudelijk afvalwater op elke entiteit gelegen binnen een afkoppelingsproject, waar, na uitvoering van de werken, het hemel- en huishoudelijk afvalwater op privéterrein niet maximaal werd afgekoppeld.
De optimale afkoppeling op woningniveau is noodzakelijk om in aanmerking te komen voor de maximale subsidies vanwege de Vlaamse Milieumaatschappij voor de uitvoering van rioleringswerken. Indien er niet kan aangetoond worden dat er voldoende woningen werden afgekoppeld binnen een afkoppelingsproject worden de toegekende subsidies niet uitgekeerd door de Vlaamse Milieumaatschappij.
Deze belasting heeft in essentie tot doel de afkoppeling van hemelwater te realiseren. Deze belasting heeft enkel een stimulerend effect om de afkoppelingswerken wel te laten uitvoeren. De gemeente voorziet in een deskundige begeleiding van de afkoppelingsprojecten door de aanstelling en betaling van een erkende afkoppelingsdeskundige die een ontwerpplan (geplande toestand) en een kostenraming opmaakt. Voor deze afkoppeling kan ook een gemeentelijke subsidie, met een maximum 1.000 euro en 50% van de gemaakte kosten, verkregen worden die tegemoet komt aan een deel van de kosten.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Beslissing van de gemeenteraad van 18 september 2025 houdende "Retributiereglement inzake het niet afkoppelen van hemel- en huishoudelijk afvalwater bij inrichtingen en gelegen in centraal gebied of collectief te optimaliseren buitengebied, gekoppeld aan een goedgekeurd rioleringsproject - goedkeuring."
Artikel 1
Bij de inwerkingtreding van dit belastingreglement wordt het retributiereglement dat vastgesteld werd door de gemeenteraad in zitting van 18 september 2025 opgeheven.
Artikel 2
Voor een termijn van zes jaar, vanaf 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 (aanslagjaren 2026 tot en met 2031), wordt een belasting gevestigd op het niet optimaal afkoppelen van hemel- en huishoudelijk afvalwater bij inrichtingen en gelegen in centraal gebied of collectief te optimaliseren buitengebied, gekoppeld aan een goedgekeurd rioleringsproject.
Artikel 3
Voor de toepassing van het reglement dient onder afkoppelingsproject te worden verstaan elk door het college van burgemeester en schepenen of door de gemeenteraad als dusdanig vastgesteld en door een plan afgebakend project.
Het begrip na uitvoering van de werken betekent na de datum van voorlopige oplevering.
Met het begrip entiteit wordt bedoeld, elke woongelegenheid, gebouw, parking,... waar een regenwaterafkoppeling moet gebeuren.
Maximaal afkoppelen betekent zoals het afkoppelingsplan van de afkoppelingsadviseur voorschrijft.
Artikel 4
De belasting wordt geheven op elke entiteit gelegen binnen een afkoppelingsproject, waar, na uitvoering van de werken, het hemelwater op privéterrein niet maximaal werd afgekoppeld.
Artikel 5
De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de entiteit waar, naar aanleiding van de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel in door de gemeente goedgekeurde afkoppelingsprojecten, het hemelwater op privéterrein niet maximaal werd afgekoppeld.
In geval van meerdere eigenaars (in meergezinswoningen of bedrijvencentra) wordt desgevallend de vereniging van mede-eigenaars aangesproken tot het betalen van de verschuldigde belasting. Dit ontslaat echter elke eigenaar afzonderlijk niet van zijn hoofdelijke aansprakelijkheid t.a.v. het volledige bedrag van de verschuldigde belasting met betrekking tot de entiteit waar hij mede-eigenaar is.
Artikel 6
De belasting wordt als volgt berekend:
- Voor de eerste 12 maanden na uitvoering der werken: een forfaitair bedrag van 100 euro per begonnen maand dat de afkoppeling op privéterrein niet maximaal werd gerealiseerd.
- Vanaf de 13e maand na uitvoering der werken: een forfaitair bedrag van 200 euro per begonnen maand dat de afkoppeling op privéterrein niet maximaal werd gerealiseerd.
Artikel 7
Een door de gemeente gemachtigd ambtenaar kan de niet maximale afkoppeling ten allen tijde vaststellen en hiervan een P.V. opmaken. Dit P.V. vormt de basis tot het inkohieren van de belasting.
Artikel 8
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9
De belastingschuldige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen volgens de modaliteiten van het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaarschriften kunnen eveneens via het formulier op de gemeentelijke website worden ingediend binnen de termijnen en onder de voorwaarden vermeld in bovenstaand lid. Het formulier kan ingevuld worden op de webpagina www.kuurne.be/belastingen2026-2031.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Indien de belastingschuldige wenst gehoord te worden dient dit uitdrukkelijk te worden vermeld in het bezwaarschrift.
Artikel 10
Deze beslissing wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Artikel 11
Het gemeenteraadsbesluit en het concrete belastingreglement zullen, overeenkomstig artikel 286, § 1, 1° en §3 en artikel 287 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, bekendgemaakt worden op de webtoepassing van de gemeente.