Terug
Gepubliceerd op 17/12/2025

Besluit  Gemeenteraad

do 11/12/2025 - 20:00

Vaststellen belastingreglement - belasting op de uitbating van bars, privéclubs en daghotels (2026-2031)

Aanwezig: Chris Delneste, voorzitter van de raad
Francis Benoit, burgemeester
Jan Deprez, Willem Vanwynsberghe, Isabelle Vereecke, schepenen
Bram Deloof, voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst
Johan Schietgat, Hilde Vanhauwaert, Bert Deroo, Jeroen Dujardin, Johan Bossuyt, Ann Dendauw Van Ooteghem, Marc Plets, Eveline Van Haverbeke, Tom Leece, Céline D'Halluin, Greta Verhaeghe, Lotje Verschaete, Emma Bernolet, Geert Lesage, Christophe Dewaele, Larisa Petrova, raadsleden
Els Persyn, algemeen directeur
Verontschuldigd: Sarah Stamper, raadslid
Bevoegdheid en juridische grond

Artikel 170 §4 van de grondwet. 

Artikel 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen. 

Het decreet van 30 mei 2008, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen. 

De omzendbrief KB/ABB 2019/02 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.

Feiten, context en argumentatie

De gemeente wenst de exploitatie van bars, privéclubs en daghotels in de hand te houden aangezien deze overlast kunnen veroorzaken en mogelijks meer politietoezicht vereisen dan andere drankgelegenheden of logeergelegenheden. Zo zorgen bars, privéclubs en daghotels mogelijks voor nachtlawaai en verkeershinder of andere ongewenste activiteiten, waardoor de gemeente haar diensten moet inzetten om deze overlast te beperken.

 

Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

 

Net als alle steden en gemeenten wordt ook de gemeente Kuurne de laatste jaren geconfronteerd met een hoge inflatie. Daarom is er beslist om voortaan de tarieven jaarlijks aan te passen op basis van de reële evolutie van de index. Op die manier evolueren uitgaven en ontvangsten in dezelfde richting.

Publieke stemming
Aanwezig: Chris Delneste, Francis Benoit, Jan Deprez, Willem Vanwynsberghe, Isabelle Vereecke, Bram Deloof, Johan Schietgat, Hilde Vanhauwaert, Bert Deroo, Jeroen Dujardin, Johan Bossuyt, Ann Dendauw Van Ooteghem, Marc Plets, Eveline Van Haverbeke, Tom Leece, Céline D'Halluin, Greta Verhaeghe, Lotje Verschaete, Emma Bernolet, Geert Lesage, Christophe Dewaele, Larisa Petrova, Els Persyn
Voorstanders: Chris Delneste, Francis Benoit, Jan Deprez, Willem Vanwynsberghe, Isabelle Vereecke, Bram Deloof, Johan Schietgat, Hilde Vanhauwaert, Bert Deroo, Jeroen Dujardin, Johan Bossuyt, Ann Dendauw Van Ooteghem, Marc Plets, Eveline Van Haverbeke, Tom Leece, Céline D'Halluin, Greta Verhaeghe, Lotje Verschaete, Emma Bernolet, Geert Lesage, Christophe Dewaele, Larisa Petrova
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Besluit

Artikel 1

Voor een termijn van zes jaar, vanaf 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 (aanslagjaren 2026 tot en met 2031), wordt een belasting gevestigd op de uitbating van bars, privéclubs en daghotels op het grondgebied van de gemeente Kuurne.

 

Artikel 2

Een bar of privéclub, is iedere inrichting waar personen, ongeacht hun geslacht, met of zonder loon, tijdelijk of bestendig, de klanten lokken of bedienen en die de handel van de uitbater, gelinkt aan of geïnspireerd door erotisch gedrag, bevorderen, rechtstreeks of onrechtstreeks:

  • hetzij door gewoonlijk met de klant te verbruiken;
  • hetzij door het verbruik op gelijk welke andere manier te stimuleren dan:
    • door gewoon de klanten te bedienen,
    • door normaal dienstbetoon of tot verbruik aan te zetten door alle andere middelen dan de eenvoudige uitoefening van zang-, dans-, of woordkunst.

 

Dit kan vastgesteld worden doordat die inrichtingen:

  • ofwel hun aard door uiterlijke kentekens ter kennis van voorbijgangers brengen;
  • ofwel als dusdanig bekend zijn en uit bepaalde vaststellingen en onderzoeken, uitgevoerd door de bevoegde personeelsleden van de gemeente, blijkt dat zij een dergelijke bedrijvigheid uitoefenen.

 

De belasting is verschuldigd ongeacht of de toegang afhankelijk gesteld wordt van het vervullen van zekere formaliteiten of voorbehouden is aan zekere personen. 

 

De bars en privéclubs worden verder "inrichtingen" genoemd. Onder inrichting wordt verstaan lokalen, private plaatsen, huizen of gedeelten van huizen, kamers of welke constructie ook.

 

Een daghotel is een gebouw waar één of meerdere kamers en/of plaatsen al dan niet tegen vergoeding ter beschikking worden gesteld zonder dat het in hoofdzaak de bedoeling is om er zoals in een erkend toeristisch logies of gelijkaardige instelling te overnachten.

 

Artikel 3

§1. De belasting voor bars en privéclubs voor aanslagjaar 2026 bedraagt 5.500,00 euro per belastingplichtige drankgelegenheid of inrichting.

 

§2. De belasting voor daghotels voor aanslagjaar 2026 bedraagt 640,00 euro per kamer.

 

Het bedrag van de belasting wordt jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de gezondheidsindex via onderstaande formule:

 

Bedrag belasting aanslagjaar X = bedrag aanslagjaar 2026 x index november jaar (X-1)

                                                                               index november 2025

 

Het is aangewezen om bij de berekening van het tarief afrondingsregels toe te passen en het bedrag af te ronden op 1,00 euro (het meest nabije veelvoud van 1,00 euro).

 

Artikel 4

§1. De belasting is verschuldigd door de uitbater van de bar, privéclub of daghotel.

 

§2. De eigenaar van het materieel van de drankgelegenheid, alsmede de eigenaar van het onroerend goed waarin de belastingplichtige inrichting wordt uitgebaat, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting. Wanneer de belastingplichtige inrichting wordt geëxploiteerd door een zaakwaarnemer of een ander aangestelde, is de belasting verschuldigd door de lastgever. Het is desgevallend de houder die moet bewijzen dat hij de drankslijterij voor rekening van een derde uitbaat.

 

§3. De eigenaar van het daghotel, alsmede de eigenaar van het onroerend goed waarin het daghotel wordt uitgebaat, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting. Wanneer het daghotel wordt geëxploiteerd door een zaakwaarnemer of een ander aangestelde, is de belasting verschuldigd door de lastgever. Het is desgevallend de houder die moet bewijzen dat hij het daghotel voor rekening van een derde uitbaat.

 

Artikel 5

§1. De belasting is persoonlijk en voor gans het jaar verschuldigd, welke ook de datum van de opening van de belastingplichtige inrichting is. Bij overgave van de inrichting is de belasting andermaal verschuldigd door de nieuwe exploitant. Een vermindering wordt alleen toegestaan voor een uitbating van minder dan zes maanden gedurende één kalenderjaar. De vermindering bedraagt in dat geval de helft van het totaal verschuldigde bedrag.

 

§2. De belasting is persoonlijk en voor gans het jaar verschuldigd, welke ook de datum van de opening van het daghotel is. Bij overgave van het daghotel is de belasting andermaal verschuldigd door de nieuwe exploitant. Een vermindering wordt alleen toegestaan voor een uitbating van minder dan zes maanden gedurende één kalenderjaar. De vermindering bedraagt in dat geval de helft van het totaal verschuldigde bedrag.

 

Artikel 6

§1. De uitbater van een belastingplichtige inrichting ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem behoorlijk ingevuld en ondertekend, uiterlijk op 30 april van het aanslagjaar moet worden teruggestuurd.

De natuurlijke of rechtspersoon die een belastingplichtige inrichting opent, overbrengt, overlaat of sluit, is gehouden daarvan tenminste veertien dagen bij voorbaat aangifte te doen bij het gemeentebestuur.

De uitbater die geen aangifteformulier heeft ontvangen kan het aangifteformulier terugvinden op de gemeentelijke website www.kuurne.be en moet deze indienen uiterlijk tegen 30 april van het aanslagjaar.

 

§2. De uitbater van een daghotel ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem behoorlijk ingevuld en ondertekend, uiterlijk op 30 april van het aanslagjaar moet worden teruggestuurd.

De natuurlijke of rechtspersoon die een daghotel opent, overbrengt, overlaat of sluit, is gehouden daarvan tenminste veertien dagen bij voorbaat aangifte te doen bij het gemeentebestuur.

De uitbater die geen aangifteformulier heeft ontvangen kan het aangifteformulier terugvinden op de gemeentelijke website www.kuurne.be en moet deze indienen uiterlijk tegen 30 april van het aanslagjaar.

 

Artikel 7

Bij gebreke aan aangifte binnen de in artikel 6 vastgestelde aangiftedata of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte kan de belastingplichtige ambtshalve belast worden volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.

 

Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.

 

Op de ambtshalve vastgestelde belasting zal een verhoging worden toegepast van:

- 25% bij een eerste overtreding

- 50% bij een tweede overtreding

- 100% vanaf een derde overtreding 

 

Artikel 8

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 9

De belastingschuldige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen volgens de modaliteiten van het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen.

 

Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.

 

Bezwaarschriften kunnen eveneens via het formulier op de gemeentelijke website worden ingediend binnen de termijnen en onder de voorwaarden vermeld in bovenstaand lid. Het formulier kan ingevuld worden op de webpagina www.kuurne.be/belastingen2026-2031.

 

Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.

 

Indien de belastingschuldige wenst gehoord te worden dient dit uitdrukkelijk te worden vermeld in het bezwaarschrift. 

 

Artikel 10

Deze beslissing wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.

 

Artikel 11

Het gemeenteraadsbesluit en het concrete belastingreglement zullen, overeenkomstig artikel 286, § 1, 1° en §3  en artikel 287 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, bekendgemaakt worden op de webtoepassing van de gemeente.