Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Het Besluit van de Vlaamse Regering (BVR) van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en latere wijzigingen.
Artikel 186 §1 van het decreet over het lokaal bestuur bepaalt dat de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel van rechtswege van toepassing is op het personeel van het OCMW dat de gemeente bedient en dat een betrekking bekleedt die ook bestaat bij de gemeente.
Artikel 186 §2 bepaalt dat de raad voor maatschappelijk welzijn de rechtspositieregeling vaststelt voor:
1° het specifiek personeel, waaronder wordt verstaan het personeel dat een betrekking bekleedt die niet bestaat in de gemeente die het OCMW bedient;
2° de maatschappelijk werker;
3° het voltallig personeel van de verzorgende, verplegende en dienstverlenende instellingen en diensten van het OCMW (...).
De OCMW-raad van 16 september 2011 (en volgende) stelde de rechtspositieregelingen vast voor het OCMW-personeel van categorie 2 en 3, dit zijn de personeelsleden vermeld in artikel 186 § 2 van het DLB.
Het vast bureau is bevoegd voor de rechtspositieregeling ingevolge de delegatiebeslissing van de OCMW-raad van 25 april 2019.
Er wordt aan de personeelsleden die met de fiets naar het werk komen een fietsvergoeding toegekend van 0,24 euro per km.
Dit bedrag wordt toegepast sedert 1 januari 2020. Kuurne is 1 van de 2 gemeenten in de regio waar de fietsvergoeding nog niet automatisch mee verandert met het maximumbedrag dat op grond van de fiscale wetgeving en de socialezekerheidswetgeving vrijgesteld is van belastingen en sociale bijdragen. Nu bedraagt het maximumbedrag 0,27 euro per km.
Het lokaal bestuur stelt voor om het bedrag van de fietsvergoeding mee te laten evolueren met het maximumbedrag dat op grond van de fiscale wetgeving en de socialezekerheidswetgeving vrijgesteld is van belastingen en sociale bijdragen.
Het voorstel is om de rechtspositieregeling aan te passen met ingang van 1 april 2023. Voor de personeelsleden bedoeld in art. 186 §2, 1° en 2° van het DLB moet artikel 198 worden aangepast; voor de personeelsleden bedoeld in art. 186 §2, 3° moet artikel 197 worden aangepast:
Het personeelslid ontvangt een maandelijkse fietsvergoeding wanneer het de afstand van en naar het werk volledig of gedeeltelijk aflegt met de fiets. De vergoeding is gelijk aan het fiscaal en sociaalrechtelijk vrijgestelde maximumbedrag.
De notulen en het protocol van het Bijzonder Onderhandelingscomité van 21 maart 2023.
Het verslag van het MAT van 23 maart 2023.
Voor het gemeentebestuur en het OCMW wordt de meerkost op 3.112,49 euro geraamd.
Het advies van het MAT van 23 maart 2023.
Het protocol van het Bijzonder Onderhandelingscomité van 21 maart 2023.
Artikel 1
Het vast bureau gaat akkoord om het bedrag van de fietsvergoeding in de lokale rechtspositieregeling met ingang van 1 april 2023 aan te passen naar het fiscaal en sociaalrechtelijk vrijgestelde maximumbedrag.
Artikel 2
Artikel 198 van de rechtspositieregeling van toepassing op de personeelsleden bedoeld in art 186 §2, 1° en 2° DLB wordt als volgt gewijzigd:
Het personeelslid ontvangt een maandelijkse fietsvergoeding wanneer het de afstand van en naar het werk volledig of gedeeltelijk aflegt met de fiets. De vergoeding is gelijk aan het fiscaal en sociaalrechtelijk vrijgestelde maximumbedrag.
Artikel 3
Artikel 197 van de rechtspositieregeling van toepassing op de personeelsleden bedoeld in art 186 §2, 3° DLB wordt als volgt gewijzigd:
Het personeelslid ontvangt een maandelijkse fietsvergoeding wanneer het de afstand van en naar het werk volledig of gedeeltelijk aflegt met de fiets. De vergoeding is gelijk aan het fiscaal en sociaalrechtelijk vrijgestelde maximumbedrag.
Artikel 4
Afschrift van huidige beslissing wordt aan de hogere overheid overgemaakt.