De voorzitter opent de zitting op 23/09/2021 om 19:34.
Artikel 1
De notulen en het zittingsverslag van de gemeenteraad van 1 juli 2021 worden goedgekeurd.
Artikel 162 van de grondwet.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder de artikels 13, 14, 42, 43, 48 en 326 tot en met 341.
Op 2 januari 2019, de eerste zitting van de gemeenteraad van deze legislatuur, werd mevrouw Ann Messelier verkozen tot schepen en legde zij de eed af als gemeenteraadslid en als schepen.
Een raadslid/ schepen die ontslag wil nemen dient dit volgens het decreet over het lokaal bestuur (art. 13 en 48) schriftelijk mee te delen aan de voorzitter van de gemeenteraad. Het ontslag is definitief zodra de voorzitter van de gemeenteraad de kennisgeving ontvangt.
De schepen blijft haar mandaat uitoefenen tot haar opvolger is geïnstalleerd, behalve als het ontslag het gevolg is van een onverenigbaarheid, of tot de gemeenteraad, met toepassing van artikel 49, § 1, eerste lid, heeft beslist om het opengevallen schepenmandaat niet in te vullen.
Op 26 augustus 2021 deelde mevrouw Ann Messelier haar ontslag als schepen en raadslid met ingang van 1 oktober 2021 schriftelijk mee aan de voorzitter van de gemeenteraad. De voorzitter van de gemeenteraad nam hiervan kennis op 27 augustus 2021.
Beslissing van de gemeenteraad van 2 januari 2019 houdende de installatie en eedaflegging van de gemeenteraadsleden.
Beslissing van de gemeenteraad van 2 januari 2019 houdende de verkiezing en eedaflegging van de schepenen.
Brief van mevrouw Ann Messelier van 26 augustus 2021.
Artikel 1
De gemeenteraad neemt kennis van het ontslag van raadslid en schepen Ann Messelier.
Artikel 2
Afschrift van deze beslissing zal worden overgemaakt aan mevrouw Ann Messelier.
Artikel 3
Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht.
Artikel 162 van de grondwet.
Artikels 42, 43, 48 en 49 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Artikels 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 betreffende het bestuurlijk toezicht.
Op 26 augustus 2021 heeft mevrouw Ann Messelier haar ontslag als schepen schriftelijk meegedeeld.
Artikel 49 van het decreet over het lokaal bestuur stelt dat als een schepen ontslag heeft genomen, de gemeenteraad beslist of het opengevallen schepenmandaat wordt ingevuld.
- Als de gemeenteraad beslist om het mandaat niet in te vullen, kan het mandaat voor de rest van de zittingsperiode niet meer ingevuld worden.
- Als de gemeenteraad beslist heeft om het mandaat in te vullen, wordt tot een nieuwe verkiezing van een schepen overgegaan binnen twee maanden na het openvallen van het schepenmandaat.
Er wordt voorgesteld om het opengevallen schepenmandaat in te vullen.
Brief van mevrouw Ann Messelier van 26 augustus 2021.
Artikel 1
De gemeenteraad beslist om het opengevallen schepenmandaat in te vullen.
Artikel 2
Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht.
Op 26 augustus 2021 heeft mevrouw Ann Messelier haar ontslag als schepen schriftelijk meegedeeld.
De gemeenteraad heeft in zitting van heden beslist om het opengevallen schepenmandaat in te vullen.
Op 15 september 2021 werd aan de algemeen directeur een voordrachtakte overhandigd voor de aanduiding van een kandidaat-schepen, zijnde de heer Willem Vanwynsberghe.
De algemeen directeur heeft de akte van voordracht van de kandidaat-schepen ter zitting overhandigd aan de voorzitter van de gemeenteraad.
De schepen wordt verkozen op basis van een akte van voordracht van de kandidaat-schepen, ondertekend door meer dan de helft van de verkozen raadsleden. Om ontvankelijk te zijn moet die akte van voordracht voor de kandidaat-schepenen ook ondertekend zijn door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat zijn verkozen. Met behoud van de toepassing van artikel 43 van het decreet over het lokaal bestuur kan elk raadslid maar één akte van voordracht ondertekenen per schepenmandaat. Overtreding van dat verbod wordt bestraft overeenkomstig artikel 7, § 2.
Huidig schepen Ann Messelier blijft haar mandaat uitoefenen tot 30 september 2021.
De voorzitter van de gemeenteraad gaat na of de voordrachtakte voor de kandidaat-schepen ontvankelijk is. In voorkomend geval wordt de voorgedragen kandidaat-schepen verkozen verklaard.
Artikel 44 van het decreet over het lokaal bestuur bepaalt dat de schepenen, voor ze hun mandaat aanvaarden, in openbare vergadering van de gemeenteraad de volgende eed afleggen in handen van de burgemeester: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen."
De kandidaat-schepen heeft reeds op 2 januari 2019 de eed als gemeenteraadslid afgelegd.
Door de verkiezing van een nieuwe schepen wijzigt de samenstelling van het college van burgemeester en schepenen. De nieuw verkozen schepen zal de rang innemen van de schepen die vervangen wordt.
Akte van voordracht van de kandidaat-schepen ingediend op 15 september 2021.
Artikel 1
De voorzitter van de gemeenteraad verklaart de akte van voordracht van de kandidaat-schepen Willem Vanwynsberghe ontvankelijk.
Schepen Willem Vanwynsberghe legt tijdens de openbare zitting in handen van de burgemeester de volgende eed af: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen."
Vanaf 1 oktober 2021 is de volgorde van de schepenen als volgt:
- Dhr. Willem VANWYNSBERGHE wordt eerste schepen;
- Dhr. Johan BOSSUYT, blijft aangesteld als tweede schepen;
- Mevr. Annelies VANDENBUSSCHE, blijft aangesteld als derde schepen;
- Dhr. Jan DEPREZ, blijft aangesteld als vierde schepen.
Artikel 162 van de grondwet.
Artikels 6, 10, 13 en 14 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Lokaal en provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011.
Mevrouw Ann Messelier, raadslid en schepen voor CD&V, diende op 26 augustus 2021 haar ontslag in als raadslid met ingang van 1 oktober 2021. Artikel 14 van het decreet over het lokaal bestuur stelt dat een raadslid dat ontslag neemt, vervangen wordt door haar opvolger, die wordt aangewezen overeenkomstig artikel 169 van het lokaal en provinciaal kiesdecreet van 8 juli 2011.
De gemeenteraad nam tijdens de installatievergadering van de gemeenteraad op 2 januari 2019 akte van de geldigverklaring van de resultaten van de gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober 2018 door de Raad voor Verkiezingsbetwistingen.
Mevr. Ann Messelier dient vervangen te worden door de eerste in aanmerking komende opvolger op de CD&V-lijst, zijnde mevrouw Eveline Van Haverbeke.
De geloofsbrieven van mevr. Eveline Van Haverbeke dienen aldus te worden onderzocht.
Volgende stukken werden binnengebracht:
- een recent uittreksel uit het bevolkings- of rijksregister;
- een recent uittreksel uit het strafregister model I;
- een verklaring op eer dat zij zich niet bevindt in één van de gevallen van onverenigbaarheid zoals voorzien in artikel 10 van het decreet over het lokaal bestuur.
Uit bovenvermelde stukken blijkt dat zij nog voldoet aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden en zich niet bevindt in één van de gevallen van onverenigbaarheid vermeld in artikel 10 van het decreet over het lokaal bestuur.
De geloofsbrieven van mevr. Eveline Van Haverbeke kunnen bijgevolg worden goedgekeurd.
Mevr. Eveline Van Haverbeke wordt uitgenodigd om in handen van de voorzitter van de gemeenteraad de door artikel 6 §3 van het decreet over het lokaal bestuur voorgeschreven eed ''Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen" af te leggen.
Door de eedaflegging wordt mevr. Eveline Van Haverbeke met ingang van 1 oktober 2021 als gemeenteraadslid geïnstalleerd om het mandaat van mevr. Ann Messelier, ontslagnemend raadslid, waar te nemen.
Verslag van de installatievergadering van de gemeenteraad van 2 januari 2019.
Brief van mevr. Ann Messelier van 26 augustus 2021.
Geloofsbrieven van mevr. Eveline Van Haverbeke.
Verslag van nazicht van de geloofsbrieven van mevr. Eveline Van Haverbeke.
Artikel 1
Uit onderzoek van de geloofsbrieven blijkt dat mevr. Eveline Van Haverbeke niet heeft opgehouden te voldoen aan de verkiesbaarheidsvereisten en in geen geval van uitsluiting of onverenigbaarheid verkeert. De geloofsbrieven van mevr. Eveline Van Haverbeke, geboren te Kortrijk op 10 juli 1980, wonende Veldm. Montgomerystraat 166, 8520 Kuurne, worden goedgekeurd.
Artikel 2
Mevr. Eveline Van Haverbeke wordt onmiddellijk ter zitting uitgenodigd om in openbare vergadering en in handen van de voorzitter van de gemeenteraad volgende eed af te leggen: "Ik zweer de verplichingen van mijn mandaat trouw na te komen."
Mevr. Eveline Van Haverbeke legt de eed af en wordt tot gemeenteraadslid aangesteld ter vervanging van gemeenteraadslid Ann Messelier.
Artikel 3
De tabel van de rangorde van de raadsleden wordt als volgt vastgesteld:
| NAAM en Voornaam van de RAADSLEDEN |
Start mandaat |
Anciënniteit |
Stemmen |
| 1. BOUCKAERT Rik |
01.01.1995 |
26 jaar 9 maanden |
416 |
| 2. BENOIT Francis |
01.01.2001 |
20 jaar 9 maanden |
2.513 |
| 3. WATTEEUW Francis | 01.01.2001 | 20 jaar 9 maanden | 592 |
| 4. DEPREZ Jan |
01.01.2007 |
14 jaar 9 maanden |
1.127 |
| 5. DECOCK Fanny |
01.01.2007 |
14 jaar 9 maanden |
443 |
| 6. VANDENBUSSCHE Annelies |
01.01.2007 |
14 jaar 9 maanden |
314 |
| 7. DELNESTE Chris |
01.01.2013 |
8 jaar 9 maanden |
742 |
| 8. BOSSUYT Johan |
01.01.2013 |
8 jaar 9 maanden |
694 |
| 9. VELDEMAN Geert |
01.01.2007 - 31.12.2012 |
8 jaar 9 maanden |
677 |
| 10. ALGOET Jean-Paul |
01.01.1989 - 31.12.1994 |
8 jaar 9 maanden | 644 |
| 11. VANHAUWAERT Hilde |
01.01.2013 |
8 jaar 9 maanden |
596 |
| 12. DEROO Bert |
01.01.2013 |
8 jaar 9 maanden |
579 |
| 13. DENDAUW VAN OOTEGHEM Ann |
01.01.2013 |
8 jaar 9 maanden |
510 |
| 14. DUJARDIN Jeroen |
01.01.2013 |
8 jaar 9 maanden |
442 |
| 15. PLETS Marc |
01.01.2019 |
2 jaar 9 maanden |
614 |
| 16. VANWYNSBERGHE Willem |
01.01.2019 |
2 jaar 9 maanden |
601 |
| 17. BLEUZÉ Robbe |
01.01.2019 |
2 jaar 9 maanden |
578 |
| 18. DELOOF Bram |
01.01.2019 |
2 jaar 9 maanden |
573 |
| 19. MEYHUI Carla |
01.01.2019 |
2 jaar 9 maanden |
550 |
| 20. VEREECKE Isabelle |
01.01.2019 |
2 jaar 9 maanden |
381 |
| 21. VERHAGEN Els |
01.01.2019 |
2 jaar 9 maanden |
303 |
| 22. MARCHAU Bernard |
01.01.2019 |
2 jaar 9 maanden |
264 |
| 23. VAN HAVERBEKE Eveline |
01.10.2021 |
0 jaar 0 maanden |
573 |
Artikel 4
Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht.
Artikel 162 van de grondwet.
Artikels 37 en 40 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Artikels 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen betreffende het bestuurlijk toezicht.
Artikel 37 van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat de gemeenteraad commissies kan oprichten die zijn samengesteld uit gemeenteraadsleden. De commissies hebben als taak de besprekingen in de gemeenteraadszittingen voor te bereiden, advies te verlenen en voorstellen te formuleren over de wijze waarop vorm wordt gegeven aan de inspraak van de bevolking telkens als dat voor de beleidsvoering wenselijk wordt geacht. De commissies kunnen altijd deskundigen en belanghebbenden horen.
In het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad, goedgekeurd in zitting van 23 mei 2019, werd vastgelegd dat er 4 commissies worden opgericht, namelijk:
- commissie algemeen bestuur
- financiële commissie
- technische commissie
- sociale commissie
In het huishoudelijk reglement werd ook bepaald dat elke gemeenteraadscommissie bestaat uit 10 leden volgens volgende verdeling:
In de gemeenteraad van 23 mei 2019 werden de vertegenwoordigers en de voorzitters van de verschillende commissies aangeduid.
De heer Willem Vanwynsberghe werd aangeduid als vertegenwoordiger voor de fractie CD&V voor de financiële, technische en sociale commissie.
In de zitting van heden werd de heer Willem Vanwynsberghe verkozen als schepen met ingang van 1 oktober 2021.
De fractie CD&V heeft de aanduiding van haar vertegenwoordiger in de commissies gewijzigd door middel van een voordracht gericht aan de voorzitter van de gemeenteraad.
De beslissing van de gemeenteraad van 23 mei 2019 betreffende de vaststelling van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad legislatuur 2019-2024.
De beslissing van de gemeenteraad van 23 mei 2019 betreffende de aanduiding van de vertegenwoordigers en voorzitter voor de commissie algemeen bestuur, financiële commissie, technische commissie en sociale commissie
De beslissing van de gemeenteraad van heden betreffende de verkiezing van Willem Vanwynsberghe als schepen met ingang van 1 oktober 2021.
Artikel 1
Met ingang van 1 oktober 2021 worden volgende personen aangeduid voor de fractie CD&V:
Artikel 2
Dit besluit wordt onderworpen aan het bestuurlijk toezicht.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en verdere wijzigingen.
Besluit van de Vlaamse Regering van 25 juni 2010 en latere wijzigingen betreffende de beleids- en beheercyclus van de gemeenten.
Het ministerieel besluit van 1 oktober 2010 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten en de toelichting ervan, en van de rekeningstelsels van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
Vanaf 2020 moet er een opvolgingsrapport opgemaakt worden voor de gemeenteraad/OCMW-raad. Met dit opvolgingsrapport kan de vooruitgang van de beleidsdoelstellingen opgevolgd worden. De verplichte opvolgingsrapportering versterkt de inhoudelijke controlefunctie van de gemeenteraad/OCMW-raad.
Het opvolgingsrapport MJP 2020-2025 KW1 t.e.m. KW2 2021 handelt over de eerste 2 kwartalen van 2021. Het is een geconsolideerd rapport voor gemeente en OCMW.
Het opvolgingsrapport MJP 2020-2025 KW1 t.e.m. KW2 2021 werd opgemaakt door de financieel directeur en de beleidscoördinator in samenspraak met het managementteam.
Het opvolgingsrapport MJP 2020-2025 KW1 t.e.m. KW2 2021 werd opgemaakt door de financieel directeur en de beleidscoördinator in samenspraak met het managementteam.
Enig artikel
Het opvolgingsrapport MJP 2020-2025 KW1 t.e.m. KW2 2021 wordt vastgesteld door de gemeenteraad.
Artikel 162 van de grondwet.
Artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Voorafgaand
In 1992 werd in Rio de Janeiro de internationale conferentie inzake milieu en ontwikkeling gehouden. In 1997 werd het internationaal verdrag van Kyoto met betrekking tot het nemen van maatregelen ter bescherming van het klimaat en ter vermindering van de uitstoot van broeikasgassen afgesloten. In 2015 volgde de ondertekening door de federale overheid van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen in New York.
De gemeente Kuurne ondertekende het Burgemeestersconvenant 2030, aangaande de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen. In het Vlaams Energie- en klimaatplan (VEKP) 2021-2030 en in het Regeerakkoord van de Vlaamse Regering 2019-2024 zijn eveneens klimaatdoelstellingen opgenomen.
Ook de Vlaamse en lokale overheden nemen hun verantwoordelijkheid en geven het goede voorbeeld. Net zoals de Vlaamse Overheid zullen gemeenten, steden, intercommunales, OCMW’s, provincies en autonome gemeentebedrijven worden gevraagd dat zij hun broeikasgassen met 40% reduceren in 2030 ten opzichte van 2015 en vanaf 2020 per jaar een energiebesparing van 2,09% realiseren op het energieverbruik van hun gebouwenpark (inclusief technische infrastructuur, exclusief onroerend erfgoed).
Volgens artikel 2 van het decreet over het lokaal bestuur zijn de gemeenten overeenkomstig artikel 41 van de Grondwet bevoegd voor de aangelegenheden van gemeentelijk belang. Voor de verwezenlijking daarvan kunnen ze alle initiatieven nemen. Ze beogen om bij te dragen aan de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk gebied.
Het is wenselijk dat de gemeente het Lokaal Energie- en Klimaatpact ondertekent en de gewenste en mogelijke acties uitvoert. Bijgevolg heeft de gemeente recht op financiële ondersteuning van de Vlaamse overheid d.m.v. trekkingsrecht.
Context
Vlaanderen en de lokale besturen slaan, d.m.v. het 'Lokaal Energie- en Klimaatpact', de handen in elkaar om samen de nodige transitie in het energie- en klimaatbeleid waar te maken. Aan de hand van concrete en herkenbare werven (zie hieronder) wil men inzetten op krachtdadig beleid. Er wordt hierbij ingezet op een gelijktijdige bottom-up en top-down aanpak. Beide actoren, de Vlaamse overheid en de lokale besturen, geven aan werk te maken van concrete engagementen zoals hieronder vermeld:
Lokale besturen engageren zich om:
De Vlaamse overheid engageert zich om:
Door de ondertekening van het Lokaal Energie- en Klimaatpact geeft de gemeente aan actie te ondernemen om de doelstellingen vermeld in de onderstaande werven waar te maken:
1. Laten we een boom opzetten
• Eén boom extra per Vlaming tegen 2030 (+6,6 miljoen bomen extra vanaf 2021 t.e.m. 2030);
• 1/2de meter extra haag of geveltuinbeplanting per Vlaming tegen 2030 (+3.300 km extra vanaf 2021 t.e.m. 2030);
• Eén extra natuurgroenperk per 1.000 inwoners tegen 2030 (= 6.600 perken van 10 m² vanaf 2021 t.e.m. 2030).
2. Verrijk je wijk
• 50 collectief georganiseerde energiebesparende renovaties per 1.000 wooneenheden vanaf 2021 t.e.m. 2030;
• 1 coöperatief/participatief hernieuwbaar energieproject per 500 inwoners tegen 2030 die samen voor een totaal geïnstalleerd vermogen zorgen van 216 MW vanaf 2021 t.e.m. 2030 (+12.000 projecten in 2030).
3. Elke buurt deelt en is duurzaam bereikbaar
• Per 1.000 inwoners 1 “toegangspunt” voor een (koolstofvrij) deelsysteem tegen 2030 (=6.600 toegangspunten);
• Per 100 inwoners 1 laadpunt tegen 2030 (=66.000 laadpunten);
• 1 m nieuw of structureel opgewaardeerd fietspad extra per inwoner vanaf 2021 t.e.m. 2030.
4. Water het nieuwe goud
• 1m2 ontharding per inwoner vanaf 2021 t.e.m. 2030 (= 6,6 miljoen m ontharding);
31-08-2021• Per inwoner 1m3 extra opvang van hemelwateropvang voor hergebruik, buffering en infiltratie voor regenwater vanaf 2021 t.e.m. 2030 (=6,6 miljoen m3 extra regenwater dat wordt opgevangen voor hergebruik of infiltratie).
Gemeenteraadsbeslissing van 13 september 2013 i.v.m. akkoord ondertekenen Burgemeestersconvenant.
Lokaal Energie- en Klimaatpact tussen de Vlaamse regering en de Vlaamse steden en gemeenten.
Er wordt een subsidie voorzien van minimaal € 45.618 voor 2022 en minimaal € 18.772 voor 2023 en de volgende jaren. Deze subsidie kan gekoppeld worden aan alle acties die betrekking hebben op het Burgemeestersconvenant of de 4 werven die gekoppeld zijn aan het Lokaal Energie- en Klimaatpact.
Artikel 1
De gemeente beslist om het Lokaal Energie- en Klimaatpact te ondertekenen.
Artikel 2
Een afschrift van deze beslissing wordt bezorgd aan de Vlaamse overheid via het digitaal loket van het Agentschap Binnenlands Bestuur.
Artikel 162 van de grondwet.
Artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Voorafgaande beslissingen
Samenvatting
Ondanks het sterk blauw dooraderd karakter is Zuid-West-Vlaanderen veel te hard. Per inwoner ligt hier gemiddeld 301 m² verharding, in de rest van Vlaanderen gemiddeld maar 284 m². Daar moeten we letterlijk mee breken, en dus heeft Leiedal samen met de (boven)lokale besturen en het middenveld een ‘Regionale Onthardingsstrategie’ ontwikkeld. Het doel? Onder het Vlaamse gemiddelde duiken tegen 2040.
Aanleiding - Urgentie
Door de grote verhardingsgraad (regionaal 20,4% tegenover gemiddeld 13,5% in Vlaanderen) heeft water geen tijd om in de bodem te sijpelen en raakt het grondwater niet aangevuld. In droge en warme periodes ontstaat daardoor een watertekort. Bij intense regen leidt de hoge verharding dan weer tot overstromingen. Tijdens hittegolven kan het in verharde omgevingen zoals dorpskernen en stadscentra tot tien graden warmer zijn dan in de open ruimte.
Ontharden is dus de boodschap om onze leefomgeving aan te passen aan de klimaateffecten: we geven het water meer ruimte zodat het kan infiltreren, overtollig water slaan we op in bufferbekkens en we maken plaats voor groen om bij af te koelen. Ontharding leidt zo tot meer biodiversiteit, een aangenamere leefomgeving, bodemherstel, een betere luchtkwaliteit…
Context
In het beleidsplan 2020-2025 van Leiedal werd als objectief opgenomen de regio te ontharden tot op het niveau van het Vlaams gemiddelde tegen 2040 en daarvoor een regionale onthardingsstrategie te ontwikkelen en realiseren. Eind 2019 startte Leiedal in het kader van het Strategisch Project ZeroRegio met de opmaak van deze Regionale Onthardingsstrategie. Op 11 december 2020 werd de draft van de Regionale Onthardingsstrategie voor de Raad van Bestuur van Leiedal gepresenteerd. Naast de presentatie op de Raad van Bestuur van Leiedal werd de strategie op heel wat andere fora en in overleggen gepresenteerd en besproken voor verschillende groepen in het najaar van 2020 en het voorjaar van 2021: Vlaanderen, Provincie West-Vlaanderen, Vlinter, IGORO,… Gaandeweg werd de strategie bijgesteld en verfijnd op basis van de aanvullingen, opmerkingen en vragen. Op 25 juni 2021 werd de Regionale Onthardingsstrategie goedgekeurd door de Raad van Bestuur van Leiedal.
De Regionale Onthardingsstrategie is zo het resultaat van GIS-analyses, literatuurstudies, ontwerpend onderzoek, werk- en infosessies, overleggen met verschillende groepen, het klimaatatelier en het participatief onthardingstraject dat in het voorjaar van 2020 werden georganiseerd. Het resultaat van dit traject werd in een studiebundel neergeschreven. De studiebundel kan functioneren als leidraad en inspiratiebron voor ontharding op lokaal en regionaal niveau. Er werd ook een folder opgemaakt met de belangrijkste doelstellingen en strategieën.
De Regionale Onthardingsstrategie is geen bindend maar een verbindend document: tussen sectoren en actoren - tussen doelstellingen en daden - tussen actie en beleid – tussen bedenkers en gebruikers - …. Om de strategie daadkracht te geven en samen tot uitvoering te brengen, wordt deze voorgelegd aan de 13 gemeentebesturen van de regio Zuid-West-Vlaanderen ter goedkeuring. Zo kunnen we ons als regio scharen achter de doelstellingen omtrent ontharding tegen 2040.
Doelstelling
We moeten de manier waarop we met ruimte omgaan drastisch veranderen en onze leefomgeving aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering. Dit kunnen we slechts realiseren door gelijktijdig in te zetten op volgende 2 sporen:
Voor ontharding werd in het beleidsplan van Leiedal de doelstelling geformuleerd te dalen onder het Vlaams gemiddelde tegen 2040. Met de Regionale Onthardingsstrategie becijferde Leiedal wat we moeten doen om deze doelstelling te realiseren. We zouden zo regionaal 550 ha (of 18 m² per inwoner) moeten ontharden om te kunnen dalen onder het Vlaams gemiddelde (o.b.v. data 2015). Mocht Zuid-West-Vlaanderen sneller verharden dan gemiddeld in Vlaanderen, zullen we een extra tandje bij moeten steken om deze doelstelling waar te kunnen maken.
Vlaanderen mikt met het Klimaatpact op een ontharding van 1 m² per inwoner tegen 2030. Aangezien onze verhardingsgraad de tweede hoogste is van Vlaanderen streven we ernaar dit sneller te realiseren, namelijk tegen 2025. Regionaal komt dit neer op een ontharding van ca. 30 ha tegen 2025. Vanaf 2025 hopen we de ontharding te kunnen versnellen door de komende jaren sterk in te zetten op een mentaliteitswijziging d.m.v. sensibilisering, pilootprojecten en proeftuinen.
De strategie
Naast het becijferen van de doelstelling werd in de Regionale Onthardingsstrategie onderzocht op welke manier we de doelstelling zouden kunnen realiseren. Om gebiedsdekkend en gestructureerd te kunnen werken, werd de regio Zuid-West-Vlaanderen onderverdeeld in 6 typegebieden. Naast grondige analyses werden voor deze typegebieden verschillende strategieën voor ontharding voorgesteld, gestaafd met goede voorbeelden, ontwerpend onderzoek en mogelijke acties. Deze strategieën kunnen als leidraad en inspiratiebron dienen om onthardingsprojecten op te starten en te realiseren. Het potentieel tot ontharding op regionale schaal werd voor de verschillende typegebieden via GIS-analyses geraamd en in kaart gebracht.
We willen inzetten op volgende strategieën per typegebied:
Publieke wegen:
• Wegen tot minimaal noodzakelijke verharding versmallen
• Wegen met geen of weinig adressen knippen
• Meer bomen en ander groen in de straten voorzien
Kernen:
• Centrumpleinen met meer ruimte voor water en groen heraanleggen
• Alternatieve vervoersmiddelen stimuleren en parkeerplaatsen stapsgewijs verminderen
• Verharding bij (woon)ontwikkelingen beperken
• Op groendaken, geveltuinen en groene voortuinen inzetten
Woonwijken
• Voortuinen en achtertuinen ontharden en vergroenen
• Verkavelingen tot groene wijken transformeren
Zones voor bedrijven en detailhandel
• Reconversie realiseren en stimuleren met meer ruimte voor water en groen
• Functies stapelen en delen en de beschikbare ruimte optimaliseren
• Bestaande (verouderde) sites revitaliseren en transformeren
Publieke voorzieningen
• Speelplaatsen ontharden en vergroenen
• Publieke sites als voorbeeldprojecten inzetten
Open ruimte
• (Landbouw)bedrijfspercelen ontharden en landbouwbodems herstellen
• Ingekokerde waterlopen en baangrachten openleggen
• Oevers van waterlopen en baangrachten verzachten en vergroenen
• Strikte regels bij (nieuwe) zonevreemde functies hanteren
• Slecht gelegen bedrijven uitdoven
• Verwaarloosde en leegstaande gebouwen en verhardingen slopen
In de Regionale Onthardingsstrategie werd tot slot ook een actieplan opgenomen. We willen als regio inzetten op volgende actiepunten om de strategie tot uitvoering te brengen:
• sensibiliseren
• huidige werking bijstellen
• bestaande en nieuwe middelen slim inzetten
• proeftuinen en pilootprojecten opstarten
• faciliteren en ontzorgen
• handhaven en monitoren.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt de “Regionale Onthardingsstrategie voor Zuid-West-Vlaanderen”, opgesteld door Intercommunale Leiedal, goed en engageert zich om deze op eigen grondgebied zo goed mogelijk toe te passen.
Artikel 2
Een afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan Intercommunale Leiedal, President Kennedypark 10, 8500 Kortrijk.
Artikel 162 van de grondwet.
Artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Artikels 326 t.e.m. 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen houdende het bestuurlijk toezicht.
Decreet van 28 januari 1977 tot bescherming van de namen van de openbare wegen en pleinen, zoals gewijzigd bij decreet van 1 juli 1987, 4 februari 1997, 29 november 2002 en 16 juli 2021.
Onderrichtingen van de Gouverneur van de Provincie West-Vlaanderen van 21 mei 1979 en 23 juli 1998 betreffende de namen van openbare wegen en pleinen.
De gemeenteraad nam in zitting van 27 mei 2021 een principiële beslissing houdende de straatnaamgeving van een nieuwe verkaveling gelegen in de Rijksweg, op 15 december 2020 vergund aan Matexi nv. Hierbij werd het volgende voorstel gedaan voor de nieuwe straatnaam van deze verkaveling: Trees Vancayseelestraat.
Het is noodzakelijk om over te gaan tot het definitief vaststellen van deze straatnaam.
Het openbaar onderzoek werd bekendgemaakt en liep van 2 juni tot 2 juli 2021. De mogelijkheid bestond om binnen deze dertig dagen eventuele opmerkingen en bezwaren bij het gemeentebestuur in te dienen.
Gedurende de periode van openbaar onderzoek werden noch schriftelijke noch mondelinge bezwaren ingediend tegen de voorgenomen beslissing.
Het plan van de verkaveling met aanduiding van de nieuwe straat en de bepaling van de nieuwe huisnummers: 'VK 192 Rijksweg Matexi_verkavelingsplan'.
Het liggingsplan van de verkaveling: 'Liggingsplan VK 192 Rijksweg'.
De principiële beslissing van de gemeenteraad van 27 mei 2021 houdende de straatnaamgeving - Verkaveling Rijksweg - Trees Vancayseelestraat.
Het proces-verbaal van opening van openbaar onderzoek van 31 mei 2021.
Het proces-verbaal van ruchtbaarheid van openbaar onderzoek van 5 juli 2021.
Het proces-verbaal van sluiting van openbaar onderzoek van 5 juli 2021.
Het advies van de Kuurnse Cultuurraad van 22 maart 2021.
Artikel 1
De gemeenteraad verklaart zich definitief akkoord met de toekenning van de nieuwe straatnaam ‘Trees Vancayseelestraat’ en de huisnummering van de te bebouwen loten, zoals weergegeven op het plan 'VK 192 Rijksweg Matexi_verkavelingsplan'. Het plan maakt integraal deel uit van dit besluit.
Artikel 2
Deze beslissing wordt onderworpen aan het bestuurlijk toezicht.
Artikel 162 van de grondwet.
Artikels 40 en 279 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikels 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 betreffende het bestuurlijk toezicht.
Wij ontvingen de ontwerpakte opgemaakt door notaris Kurt Vuylsteke, houdende de kosteloze grondafstand van een perceel bouwland, gelegen Pouckeweg - Hulstsestraat - Meihoek en dienstdoende als wegenis en openbaar domein, met infrastructuurwerken, in de verkaveling Vlasschuur. Dit perceel is kadastraal bekend te Kuurne, enige afdeling, sectie C, nummers 0008N7P0000, 0008H7P0000, 0008L7P0000, 0015N2P0000, 0008X2P0000, 0006D3P0000, 0026MP0000, 0006W2P0000, 0008G4P0000 en delen van nummers 0013RP0000, 0015M2P0000 en 0008D4P0000 met een totale oppervlakte volgens hierna vermelde meting van één hectare dertig are tweeënzestig centiare (1 ha 30 a 62 ca). Het volledige perceel dat als wegenis en openbaar domein wordt overgedragen staat afgebeeld als lot A op het hierna vermelde opmetingsplan en aan dit lot A werd volgend gereserveerd perceelnummer toegekend: 0464AP0000.
De overdracht geschiedt om reden van openbaar nut. Het perceel wordt verworven als openbare wegenis overeenkomstig en in uit voering van de verkavelingsvergunning afgeleverd op 17 april 2012 onder dossiernummer gemeente Kuurne 2011/0002/01 en met referentie RWO 5.00/34023/1072.3.
De ontwerpakte dient ter goedkeuring aan de gemeenteraad te worden voorgelegd.
Er werd een opmetingsplan opgemaakt op 28 februari 2019 door Arduenna - Ann Vanmarcke, landmeter-expert te Kuurne.
Besluit van de gemeenteraad van 2 april 2012 betreffende de goedkeuring van het ontwerp, bestek en de verkavelingsovereenkomst van de verkaveling De Vlasschuur.
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 11 december 2018 houdende de definitieve oplevering van de wegenis-, riolerings- en groenwerken in verkaveling De Vlasschuur.
Opmetingsplan van 28 februari 2019.
Ontwerpakte houdende afstand van de wegenis in de verkaveling De Vlasschuur te Kuurne.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt volgende kosteloze overdracht goed: een perceel bouwland, gelegen Pouckeweg - Hulstsestraat - Meihoek en dienstdoende als wegenis en openbaar domein, met infrastructuurwerken, in de verkaveling Vlasschuur. Dit perceel is kadastraal bekend te Kuurne, enige afdeling, sectie C, nummers 0008N7P0000, 0008H7P0000, 0008L7P0000, 0015N2P0000, 0008X2P0000, 0006D3P0000, 0026MP0000, 0006W2P0000, 0008G4P0000 en delen van nummers 0013RP0000, 0015M2P0000 en 0008D4P0000 met een totale oppervlakte volgens hierna vermelde meting van één hectare dertig are tweeënzestig centiare (1 ha 30 a 62 ca).
Artikel 2
De ontwerpakte houdende afstand van de wegenis in de verkaveling te Kuurne, Pouckeweg/Hulstsestraat wordt goedgekeurd en maakt integraal deel uit van deze beslissing.
Artikel 3
De heer Chris Delneste, voorzitter van de gemeenteraad, en mevrouw Els Persyn, algemeen directeur, worden gemachtigd om de akte te verlijden en de gemeente Kuurne te vertegenwoordigen.
Artikel 4
De Hypotheekbewaarder wordt ontslagen van de verplichting ambtshalve inschrijving te nemen, bij de overschrijving van de akte.
Artikel 5
Deze beslissing wordt onderworpen aan het bestuurlijk toezicht.
Artikel 162 van de grondwet.
Artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikels 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 betreffende het bestuurlijk toezicht.
Binnenkort starten de werken in het kader van de centrumvernieuwing. Deze werken situeren zich onder andere in schoolomgevingen (VBS Gen. Eisenhowerstraat en Spes Nostra) en op schoolfietsroutes. Deze werken kunnen uiteraard niet worden uitgevoerd zonder zwaar verkeer. Het Charter Werftransport is een overeenkomst tussen verschillende partijen met als doel de veiligheid in de schoolomgeving en op schoolfietsroutes te garanderen.
Het Charter Werftransport is een initiatief van de Vlaamse overheid, de Vlaamse Stichting Verkeerskunde (VSV), de VVSG, Bouwunie, Confederatie Bouw en FEMA (Belgische beroepsvereniging voor professionele handelaren in bouwmaterialen). Het doel is in de eerste plaats om de veiligheid van kinderen op de weg te garanderen. Door dit charter te ondertekenen, engageren wij ons om:
Op deze manier willen we samen met de bouwsector bijdragen aan een maximaal bereikbare, leefbare en veilige (school)omgeving tijdens private en publieke bouw- en wegenwerken. Dit charter is van toepassing op alle werven met bouwvergunning en elke hinderlijke inname van openbaar domein in de buurt van scholen.
De bouwfederaties worden automatisch op de hoogte gebracht als de gemeente het charter ondertekent. Zij moeten de ondertekening accepteren en krijgen onze contactgegevens. Als de Bouwunie, de Vlaamse Confederatie Bouw en FEMA de ondertekening accepteren, dan ontvangen we het charter digitaal. Nadien zullen ze hun leden hierover informeren. De aannemers kunnen de gegevens ook gemakkelijk terugvinden op de website www.charterwerftransport.be.
Artikel 1
De gemeenteraad gaat akkoord om in te tekenen op onderstaand Charter Werftransport:
De gemeente Kuurne, Bouwunie, Confederatie Bouw en FEMA slaan de handen in elkaar om bij te dragen aan een maximaal bereikbare, leefbare en veilige omgeving tijdens private en publieke bouw- en wegenwerken op het grondgebied van de gemeente Kuurne. Hiertoe worden een aantal doelstellingen nagestreefd:
1. Dat de gemeente Kuurne een actieve communicatie voert met aannemers en bouwheren over het werftransport in de buurt van schoolomgevingen. De gemeente stelt hiervoor een aanspreekpunt ter beschikking waar aannemers terecht kunnen met vragen. Dit aanspreekpunt zoekt samen met de aannemers naar alternatieve routes voor werftransport, waarbij schoolomgevingen en voor zover mogelijk ook schoolroutes en routes met veel kwetsbare weggebruikers vermeden worden.
2. Dat er geen werftransport met tractoren gebeurt in de bebouwde kom en de schoolomgevingen van de gemeente Kuurne. Hierop kan er een uitzondering aangevraagd worden bij de gemeente, zijnde het college van burgemeester en schepenen, via het aanspreekpunt van de gemeente.
3. Dat er geen werftransport gebeurt voor werven gelegen in schoolomgevingen tijdens de begin- en einduren (na te vragen bij de gemeente) van de scholen. - Dit vervalt tijdens de schoolvakanties. - Voor wat betreft de toelevering van bouwmaterialen verbinden de aannemers en handelaren van bouwmaterialen er zich toe om hun leveranciers en transporteurs in kennis te stellen van dit charter.
4. Dat het werftransport zoveel mogelijk gebruik maakt van het hoger wegennet.
5. Dat er inspanningen gedaan worden om de werfroutes proper te houden.
6. Dat de lading afgedekt wordt als deze veel stofhinder kan geven, conform artikel 45 van het KB van 1/12/1975.
De vier partijen engageren zich om dit charter kenbaar te maken bij de betrokkenen van private en publieke bouw- en wegenwerken.
Artikel 2
De voorzitter van de raad, Chris Delneste, en de algemeen directeur, Els Persyn, worden gemachtigd om namens de gemeenteraad dit charter te ondertekenen.
Artikel 3
Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht.
Artikel 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Dumobil nv en Woningbureau Paul Huyzentruyt nv wensen de archeologische vondsten die in de Steenovenstraat in Kuurne gevonden werden te schenken aan het gemeentebestuur van Kuurne. Het archeologisch ensemble bestaat in grote lijnen uit:
- Aardewerk, waarvan het merendeel handgevormd (pre-en protohistorisch) is en een deel Romeins van oorsprong is.
- Silexvondsten (werktuigen, afslagen).
- Natuursteen (kloppers, wrijfstenen).
- Houtvondsten (houten ladder en aangepunte tak).
- Metaalvondsten (Romeins gewicht, zilveren munt).
- Gecremeerd bot.
- Uitrustingsstukken uit de Tweede Wereldoorlog.
Uit navraag bij de erfgoedconsulenten van Trezoor of het ensemble de moeite van het bewaren waard is, gaven zij aan dat het sowieso wettelijk verplicht is om het ensemble te bewaren. Alleen vrezen zij dat als de stukken particulier bewaard worden, ze ergens "op zolder" verdwijnen. In dat geval zijn niet alleen de bewaaromstandigheden niet ideaal maar verdwijnen de stukken ook wat onder de radar. Dat zou jammer zijn aangezien het volgens de erfgoedconsulenten van Trezoor wel om interessante en diverse stukken gaat die van de prehistorie tot WO II gaan. Eens de stukken onder de radar zijn, zijn ze ontoegankelijk voor onderzoek en publieke ontsluiting. Dat zouden de experten van Trezoor liefst vermijden.
Volgens artikel 41 van het decreet over het lokaal bestuur komt het de gemeenteraad toe om deze schenking te aanvaarden.
Aangezien het archeologisch ensemble bewaard moet worden in aangepaste bewaaromstandigheden, zullen we de volledige schenking deponeren in Trezoor, het regionaal erfgoeddepot in Heule.
Aanmeldingsformulier deponering archeologie - Steenovenstraat Kuurne.
Schenkingsovereenkomst voorstel.
Inventaris archeologische vondsten.
De kostprijs om het archeologisch ensemble te bewaren in Trezoor wordt geraamd op 100 EUR per jaar. Het eerste jaar komt daar nog een startbedrag van 200 EUR bovenop. In het budget van 2021 dient dus bij de eerstvolgende wijziging van AMJP2 300 EUR voorzien te worden op de 2021/GBB/0729-00/6150002/GEMEENTE/VTD/IP-GEEN. In het budget van de daaropvolgende jaren dient telkens 100 EUR voorzien te worden op de GBB/0729-00/6150002/GEMEENTE/VTD/IP-GEEN.
Trezoor adviseert om de schenking van de archeologische vondsten uit de Steenovenstraat te aanvaarden. Op die manier kunnen de stukken in aangepaste omstandigheden bewaard worden en blijven de stukken boven de radar. Dat is interessant voor verder onderzoek en in functie van publiekswerking.
Ook Vzw Kuurns Erfgoed - Cuerna adviseert om deze schenking te aanvaarden.
Artikel 1
De gemeenteraad aanvaardt de schenking van de archeologische vondsten uit de Steenovenstraat door Dumobil nv (Felix d’Hoopstraat 180, 8700 Tielt), vertegenwoordigd door Sandy Van Eenoo, en door Woningbureau Paul Huyzentruyt nv, vertegenwoordigd door Stephan Huyzentruyt.
Artikel 2
In het budget van 2021 wordt bij de eerstvolgende wijziging van AMJP2 300 EUR voorzien op 2021/GBB/0729-00/6150002/GEMEENTE/VTD/IP-GEEN. In het budget van de daaropvolgende jaren wordt telkens 100 EUR voorzien op GBB/0729-00/6150002/GEMEENTE/VTD/IP-GEEN.
Artikel 3
Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht.
Besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021 tot toekenning van een subsidie aan de lokale besturen om de bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken (hierna: BVR van 16 juli 2021).
Sedert de opstart vormt optie 1 (bronopsporing, en quarantainecoaching) een belangrijk beheersinstrument om (1) contacten van besmette personen snel te identificeren en in quarantaine te plaatsen, (2) (uitbraak)clusters te detecteren en isoleren en (3) burgers blijvend aan te moedigen en te sensibiliseren om de basismaatregelen vol te houden om zo de transmissie van het COVID-19 virus te doorbreken en deze pandemie in te dijken.
Bij bronopsporing wordt gezocht van wie de besmette persoon zelf de besmetting heeft opgelopen. Bronopsporing heeft als voordeel dat heel gericht kan gezocht worden waar de besmettingen vandaan komen en dat zowel de lokale besturen als beleidsmakers heel gericht maatregelen (preventie, sensibilisering, handhaving) kunnen nemen.
Als enige niveau ondernemen lokale besturen concrete acties om de bronopsporing te versterken. Ze leggen verbanden door analyse van de beschikbare gegevens, inclusief de gegevens verkregen uit de samenwerkingsovereenkomst met de zorgraad, waardoor ogenschijnlijk willekeurige besmettingen tot één en dezelfde bron kunnen worden teruggebracht om op die manier verdere verspreiding van COVID-19 te beperken door het aanpassen van het lokale beleid inzake infectiebestrijding. Wanneer zij hotspots detecteren, nemen zij eveneens maatregelen om deze te isoleren en zo mogelijk in te perken.
Intussen vordert de vaccinatiecampagne in Vlaanderen met rasse schreden. Niettemin zal bronopsporing de komende maanden nodig blijven. Dit blijft een tweede belangrijke beschermingslinie tegen de verspreiding van het virus.
Uit 2020 leerden we dat de combinatie van versoepelingen van de maatregelen die de verspreiding van het coronavirus moesten indijken in de lente- en zomermaanden, de terugkeer van vakantiegangers en het slechter wordende weer naar het einde van de zomer toe mogelijk aanleiding gaven tot de tweede en meest dodelijke golf van de corona-pandemie in België. Het begin van de tweede golf werd door Sciensano vastgesteld op maandag 31 augustus 2020.
De vaccinatiecampagne draait weliswaar op volle toeren, maar het zal vermoedelijk nog tot het najaar 2021 duren vooraleer de vaccinatiegraad voldoende hoog is om groepsimmuniteit te bekomen. Onder meer omwille van terugkerende reizigers, de tegenvallende vaccinatiegraad in andere delen van het land (zoals het Brussels Hoofdstedelijk Gewest), oprukkende nieuwe varianten van het coronavirus, onzekerheid over de duur van de beschermingsgraad,... blijft bronopsporing belangrijk. Elke burger die overtuigd kan worden de basismaatregelen te respecteren, elke besmette persoon die wordt opgebeld met het oog op de identificatie van (uitbraak)clusters en elke persoon die begeleid wordt in het volhouden van de isolatie of de quarantaine, is een extra rem op de verspreiding van het virus.
Uit de evaluatie van de periode 1 november 2020 tot en met 31 maart 2021 blijkt de meerwaarde van de lokale besturen. Door hun direct contact met de burger en diepgaande kennis van de lokale situatie kunnen de lokale besturen de bronopsporing en quarantainecoaching heel doeltreffend aanpakken. Hierbij gebruiken ze verschillende acties en methodieken om nieuwe uitbraken en nieuwe besmettingen snel te lokaliseren en te bekampen. In aanvulling van de centrale contacttracing op het Vlaamse niveau konden de lokale besturen fysieke hulp bieden of zelfs beschermingsmateriaal ter beschikking stellen.
Op 16 juli 2021 heeft de Vlaamse Regering met het besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2021 tot toekenning van een subsidie aan de lokale besturen om de bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken (hierna BVR 16 juli 2021), de contouren voor de complementaire werking en inzet in preventie, sensibilisering, lokale bronopsporing, quarantainecoaching en aandacht voor kwetsbare personen door lokale besturen na 31 augustus 2021 uitgewerkt, met een bijhorende subsidie voor optie 1.
Besturen die op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020 tot toekenning van een subsidie aan de lokale besturen om de contact- en bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken (hierna: BVR 13 november 2020) en/of het BVR van 23 april 2021 geen samenwerkingsovereenkomst hebben afgesloten met het Agentschap Zorg en Gezondheid, kunnen vanaf 1 september 2021 alsnog een overeenkomst voor optie 1 afsluiten.
De lokale besturen werken in al deze opdrachten ondersteunend en/of aanvullend op de werking van de COVID-19-teams binnen de zorgraden alsook op de werking van de centrale contactcenters.
De gemeenten die inzetten op optie 1 (sensibilisering / communicatie, preventie, bronopsporing en quarantainecoaching) krijgen een forfaitaire subsidie van 0,125 euro per inwoner per maand voor een periode van 1 september 2021 tot en met 15 oktober 2021.
De gemeente wil, na overleg met alle betrokken diensten, complementair inzetten op optie 1.
Hiertoe wordt door W13 een samenwerkingsovereenkomst opgesteld met het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid.
Bij deze samenwerkingsovereenkomst worden volgende documenten als bijlage gevoegd :
Via W13 zet de gemeente reeds sedert 1 november 2020 in op de engagementen zoals deze bedoeld zijn in optie 1. Samen met de andere lokale besturen die zich verenigd hebben in W13, wil de gemeente dit engagement verlengen.
Het opnemen van deze engagementen geschiedt met inachtneming van de bescherming van de privacy van de burgers, zoals onder meer gewaarborgd door de algemene verordening gegevensbescherming (AVG).
W13 zorgt samen met de gemeenten die zich hierin hebben verenigd, voor de nodige capaciteit en middelen om dit engagement kwaliteitsvol op te nemen.
De engagementen die W13 opneemt, doen geen afbreuk aan de engagementen die door de gemeenten in de bestrijding van de coronapandemie reeds opgenomen worden binnen de werking van de ELZ. Integendeel, ze zijn bedoeld om deze werking nog te versterken.
Door huidig besluit kunnen de complementaire engagementen in naam en voor rekening van de gemeente worden opgenomen door W13.
De uitvoering ervan zal dus gebeuren door W13.
De bewoording van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021 laat echter niet toe dat de subsidies worden aangevraagd vanuit de regiowerking. De gemeenten moeten deze subsidies zelf aanvragen.
Tussen de gemeenten die zich verenigd hebben in W13 wordt dan ook volgende overeenkomst gemaakt:
De gemeenten die zich verenigd hebben in W13 gaan ermee akkoord dat omwille van de bepalingen in het besluit, de forfaitaire alsook variabele subsidie van de gemeente wordt opgevraagd door de stad Kortrijk en vervolgens wordt doorgestort aan W13.
De gemeenteraad is bevoegd om onderhavig besluit te nemen.
Motivatie:
Artikel 191 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie verankert het voorzorgsbeginsel in het kader van het beheer van internationale gezondheidscrisissen en van de actieve voorbereiding van zulke potentiële crisissen. Dit beginsel houdt in dat, wanneer een ernstig risico hoogstwaarschijnlijk werkelijkheid zal worden, het aan de overheid is om dringende en voorlopige maatregelen te nemen.
Gelet op de oproep van de Vlaamse Regering van 16 oktober 2020, verankerd in het BVR van 13 november 2020 tot toekenning van een subsidie aan de lokale besturen om de contact- en bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken, aan alle Vlaamse gemeenten om aanvullend en ondersteunend aan de reeds bestaande initiatieven bijkomende engagementen op te nemen in deze strijd.
Gelet op het toegenomen belang van lokale bronopsporing in Vlaanderen in het kader van de bestrijding van de COVID-19-pandemie, is het noodzakelijk dat de gemeente via W13 zo snel mogelijk haar engagementen kan verderzetten, zodat geen kostbare tijd verloren gaat.
Om te kunnen verderzetten is de ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst vereist. Op basis daarvan ontvangt de gemeente tevens de nodige accounts voor van de verschillende platformen.
De nodige stukken hiertoe werden sedert 20 juli 2021 door de Vlaamse overheid ter beschikking gesteld.
De gemeenteraad neem het besluit tot mandaatverlening aan W13 om samen met de andere gemeenten die zich hierin hebben verenigd, optie 1 verder te zetten. Tevens geeft zij mandaat aan de stad Kortrijk om in haar naam en voor haar rekening de subsidies aan te vragen en te ontvangen, met het oog op de doorstorting ervan aan W13.
Artikel 1
De gemeenteraad neemt kennis van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020 tot toekenning van een subsidie aan de lokale besturen om de contact- en bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken, het geconsolideerde besluit van de Vlaamse regering van 23 april 2021 tot toekenning van een subsidie aan de lokale besturen om de bronopsporing en het contactonderzoek ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken en het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021 tot toekenning van een subsidie aan de lokale besturen om de bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken.
Artikel 2
De gemeenteraad neemt kennis van de voorgelegde samenwerkingsovereenkomst en keurt deze goed.
Artikel 3
De gemeenteraad geeft hiertoe mandaat aan W13 om in haar naam en voor haar rekening de samenwerkingsovereenkomst te ondertekenen en de engagementen verder op te nemen.
Artikel 4
Stad Kortrijk wordt gemandateerd om de forfaitaire subsidie in naam van de gemeente aan te vragen bij het agentschap Binnenlands Bestuur, en door te storten aan het samenwerkingsverband W13.
Artikel 162 van de grondwet.
Artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Artikels 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen betreffende het bestuurlijk toezicht.
De gemeente neemt deel aan de Intercommunale Leiedal. Artikel 17 van de statuten van de Intercommunale Leiedal vermeldt dat "elke aangesloten gemeente recht heeft op één mandaat van bestuurder ongeacht het aantal inwoners", waaruit volgt dat de gemeente Kuurne één mandaat heeft in de raad van bestuur van Leiedal. In artikel 22 van de statuten van de Intercommunale Leiedal, staat vermeld dat “De duur van het mandaat van bestuurder is vastgesteld op zes jaar. De uittredende bestuurders zijn herkiesbaar".
In zitting van de gemeenteraad van 28 februari 2019 werd mevrouw Ann Messelier voorgedragen als kandidaat-bestuurder in de raad van bestuur van Leiedal. Naar aanleiding van haar ontslag als raadslid en schepen in zitting van heden is het noodzakelijk om een nieuwe bestuurder aan te duiden voor de raad van bestuur voor de intercommunale Leiedal.
Statuten van de Intercommunale Leiedal.
Voordracht van mevr. Ann Messelier als kandidaat-bestuurder in de raad van bestuur van intercommunale Leiedal (gemeenteraadsbeslissing van 28 februari 2019).
De gemeenteraad gaat over tot de geheime stemming waaraan 21 raadsleden deelnemen.
De stemming geeft volgende uitslag :
kandidaat bestuurder
Hilde Vanhauwaert bekomt 21 ja-stemmen.
Er zijn 0 blanco stembiljetten en 0 neen-stemmen.
Artikel 1
Mevrouw Hilde Vanhauwaert, gemeenteraadslid, Bavikhoofsestraat 167, 8520 Kuurne, wordt voorgedragen als kandidaat-bestuurder voor de raad van bestuur van de Intercommunale Leiedal.
Artikel 2
Het onder artikel 1 verleend vertegenwoordigingsmandaat kan steeds door de gemeenteraad worden ingetrokken.
Artikel 3
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van de hierbij genomen beslissing en een afschrift van deze beslissing zal worden overgemaakt aan de Intercommunale Leiedal, President Kennedypark 10, 8500 Kortrijk.
Artikel 4
Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht.
Artikel 162 van de grondwet.
Artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikels 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 betreffende het bestuurlijk toezicht.
Artikels 48 en 50 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, gewijzigd bij decreet van 6 juli 2012, die bepalen dat als de budgetwijziging past in het goedgekeurde meerjarenplan, de gemeenteraad hiervan akte neemt binnen een termijn van vijftig dagen die ingaat op de dag na het inkomen van de budgetwijziging bij de gemeenteoverheid. Zij geeft daarvan kennis aan het centraal kerkbestuur, de kerkfabrieken in kwestie en het erkend representatief orgaan.
De gemeenteraad nam akte van de budgetten 2021 van de kerkfabrieken Sint-Michiel, Sint-Pieter en Sint-Katharina op 24 september 2020.
De kerkraad van Sint-Katharina besliste op 17 juli 2021 het budget 2021 van de kerkfabriek te wijzigen.
De gemeente Kuurne heeft de budgetwijziging 2021 van de kerkfabriek Sint-Katharina samen met het advies van het bisdom tijdig ontvangen.
Het bisdom Brugge verleende gunstig advies op 1 september 2021 betreffende de budgetwijziging 2021 van de kerkfabriek Sint-Katharina.
In de budgetwijziging 2021 van de kerkfabriek Sint-Katharina wijzigt de gemeentelijke toelage. De exploitatietoelage aandeel Kuurne wordt vastgesteld op 14.313,31 euro (geen wijziging) en de investeringstoelage aandeel Kuurne wordt vastgesteld op 4.874,10 euro (wijziging van +2.088,90 euro).
Budgetwijziging 2021 van de kerkfabriek Sint-Katharina.
Advies van het bisdom Brugge van 1 september 2021 betreffende de budgetwijziging 2021 van de kerkfabriek Sint-Katharina.
Artikel 1
De gemeenteraad neemt akte van de budgetwijziging 2021 van de kerkfabriek Sint-Katharina. In de budgetwijziging 2021 van de kerkfabriek Sint-Katharina wijzigt de gemeentelijke toelage. De exploitatietoelage aandeel Kuurne wordt vastgesteld op 14.313,31 euro (geen wijziging) en de investeringstoelage aandeel Kuurne wordt vastgesteld op 4.874,10 euro (wijziging van + 2.088,90 euro).
Artikel 2
Afschrift van onderhavig besluit zal worden overgemaakt aan de provinciegouverneur, het centraal kerkbestuur, de kerkfabriek van Sint-Katharina, het bisdom, de stad Kortrijk en het gemeentebestuur Lendelede.
Artikel 162 van de grondwet
Artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikels 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, gewijzigd bij decreet van 6 juli 2012, meer bepaald het artikel 48 dat bepaalt dat als het budget past in het goedgekeurde meerjarenplan, de gemeenteraad hiervan akte neemt binnen een termijn van vijftig dagen die ingaat op de dag na het inkomen van het budget bij de gemeenteoverheid. Zij geeft daarvan kennis aan het centraal kerkbestuur, de kerkfabrieken in kwestie en het erkend representatief orgaan.
In de kerkraad van Sint-Michiel (28 juni 2021), de kerkraad van Sint-Pieter (5 juli 2021) en de kerkraad van Sint-Katharina (14 juli 2021) werd telkens het budget 2022 van de kerkfabriek vastgelegd.
Artikel 13 van de omzendbrief BB-2013/01 van 1 maart 2013 bepaalt dat het centraal kerkbestuur de budgetten van de kerkfabrieken dient in te dienen bij de gemeente op wiens grondgebied het hoofdgebouw van de eredienst zich bevindt.
De gemeente Kuurne heeft de budgetten 2022 van de kerkfabrieken Sint-Michiel, Sint-Pieter en Sint-Katharina samen met de adviezen van het bisdom tijdig ontvangen.
Het bisdom Brugge verleende gunstig advies op 1 september 2021 betreffende het budget 2022 van de kerkfabrieken Sint-Michiel, Sint-Pieter en Sint-Katharina.
In het budget 2022 van de kerkfabriek Sint-Michiel is de exploitatietoelage vastgesteld op 53.178,11 euro (-21.025,45 euro tegenover het MJP) en de investeringstoelage op 10.000 euro (+10.000 euro tegenover het MJP).
In het budget 2022 van de kerkfabriek Sint-Pieter is de exploitatietoelage vastgesteld op 42.753,63 euro (-23.975,37 euro tegenover het MJP).
In het budget 2022 van de kerkfabriek Sint-Katharina is de exploitatietoelage vastgesteld op 54.184,64 euro, waarvan het gemeentelijk aandeel is bepaald op 12.576,25 euro (-4.521,40 euro tegenover het MJP).
Budgetten 2022 van de kerkfabrieken Sint-Michiel, Sint-Pieter en Sint-Katharina.
Adviezen van het bisdom Brugge van 1 september 2021 betreffende het budget 2022 van de kerkfabriek Sint-Michiel, de kerkfabriek Sint-Pieter en de kerkfabriek Sint-Katharina.
Artikel 1
De gemeenteraad neemt akte van het budget 2022 van:
Artikel 2
Afschrift van onderhavig besluit zal worden overgemaakt aan de provinciegouverneur, het centraal kerkbestuur, de kerkfabrieken van Sint-Michiel, Sint-Pieter en Sint-Katharina, het bisdom, de stad Kortrijk en het gemeentebestuur Lendelede.
Artikel 162 van de grondwet.
Artikels 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
De Algemene Politieverordening van de gemeente Kuurne vastgesteld door de gemeenteraad van 6 april 2009 en latere wijzigingen.
Artikel 6 van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties van 24 juni 2013 bepaalt het volgende:
§1. De in artikel 4, §1, 1°, bedoelde administratieve geldboete wordt opgelegd door de sanctionerend ambtenaar.
§2. De sanctionerend ambtenaar beantwoordt aan de door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, vastgestelde kwalificatie- en onafhankelijkheidsvoorwaarden.
§3. De sanctionerend ambtenaar wordt door de gemeenteraad aangewezen en kan niet tegelijkertijd de persoon zijn die, met toepassing van de artikelen 20 en 21, de inbreuken vaststelt en de persoon die de bemiddelingsprocedure leidt. Hij kan tevens door meerdere gemeenten worden aangewezen.
Het Koninklijk Besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de kwalificatie- en onafhankelijkheidsvoorwaarden van de ambtenaar belast met de oplegging van de administratieve geldboete en tot inning van de boetes in uitvoering van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
Conform de GAS-wetgeving dient de aanwijzing als GAS-ambtenaar te gebeuren door de gemeenteraad.
De gemeente Kuurne kan beroep doen op de sanctionerende ambtenaren van stad Kortrijk voor de sanctionering in het kader van de gemeentelijke administratieve sancties.
Mevrouw Anke Vanhoecke - juriste in het team Bestuurs- en Juridische Zaken van stad Kortrijk - behaalde recent het brevet van sanctionerend ambtenaar en heeft ook een licentie in de rechten. Gezien de voortdurende groei van de dienst besliste de gemeenteraad van stad Kortrijk in zitting van 5 juli 2021 mevrouw Anke Vanhoecke aan te wijzen als gemeentelijk sanctionerend ambtenaar vanaf 1 augustus 2021.
De gemeente Kuurne dient deze persoon eveneens aan te stellen.
Beslissing van de gemeenteraad van 21 mei 2015 betreffende de aanduiding van mevrouw Sofie Van Audenhove als sanctionerend ambtenaar in het kader van de gemeentelijke administratieve sancties.
Beslissing van de gemeenteraad van 20 oktober 2016 betreffende de aanduiding van mevrouw Marjolijn Gousseau als sanctionerend ambtenaar in het kader van de gemeentelijke administratieve sancties.
Beslissing van de gemeenteraad van 23 januari 2020 houdende de goedkeuring van de samenwerkingsovereenkomst met stad Kortrijk betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
Adviesvraag aan de Procureur des Konings van 12 maart 2021 met bijgevoegde stukken (diploma licentiaat in de rechten, uittreksel uit het strafregister, brevet opleiding sanctionerend ambtenaar).
Gunstig advies van de Procureur des Konings van 26 mei 2021.
De gemeenteraad gaat over tot de geheime stemming waaraan 21 raadsleden deelnemen.
De stemming geeft volgende uitslag :
Sanctionerend ambtenaar
Anke Vanhoecke bekomt 21 ja-stemmen.
Er zijn 0 blanco stembiljetten en 0 neen-stemmen.
Artikel 1
Mevrouw Anke Vanhoecke, in dienst bij stad Kortrijk, wordt voor de gemeente Kuurne aangewezen als sanctionerend ambtenaar in het kader van de gemeentelijke administratieve sancties.
Artikel 2
Afschrift van deze beslissing zal worden opgestuurd naar de stad Kortrijk en de politiezone VLAS.
Artikel 3
Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht.
De voorzitter sluit de zitting op 23/09/2021 om 22:48.
Namens Gemeenteraad,
Els Persyn
Algemeen Directeur
Chris Delneste
Voorzitter van de Raad