Artikels 41, 162 en 170 §4 van de grondwet.
Het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Artikel 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Het decreet van 30 mei 2008, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
De omzendbrief KB/ABB 2019/02.
De gemeente wenst de exploitatie van bars, privéclubs en daghotels in de hand te houden aangezien deze mogelijk overlast veroorzaken en meer politietoezicht vereisen dan andere drankgelegenheden of logeergelegenheden. Zo zorgen bars, privéclubs en daghotels voor nachtlawaai en verkeershinder of andere ongewenste activiteiten, waardoor de gemeente haar diensten moet inzetten om deze overlast te beperken.
De financiële toestand van de gemeente vraagt de invoering van alle rendabele belastingen.
Door recente rechtspraak, namelijk de beslissing van de Raad van State van 13 april 2021, nummer 250.321, is het aangewezen om de uiterste aangiftedatum op te nemen in het belastingreglement.
Voor de belasting op de uitbating van bars, privéclubs en daghotels wordt de uiterste aangiftedatum vastgesteld op 30 april van het betreffende aanslagjaar.
Het belastingreglement, goedgekeurd in de gemeenteraad van 12 december 2019, dient te worden opgeheven. De gemeenteraad dient het nieuwe reglement vast te stellen.
De beslissing van de gemeenteraad van 12 december 2019 betreffende de vaststelling van het belastingreglement - belasting op de uitbating van bars, privéclubs en daghotels.
Artikel 1
Het belastingreglement - belasting op de uitbating van bars, privéclubs en daghotels, vastgesteld door de gemeenteraad van 12 december 2019, wordt opgeheven.
Artikel 2
Voor een termijn van drie jaar, vanaf 1 januari 2023 en eindigend op 31 december 2025 (aanslagjaren 2023 tot en met 2025), wordt een belasting geheven op de uitbating van een bar, privéclub of daghotel.
Artikel 3
Een bar of privéclub, is iedere inrichting waar personen, ongeacht hun geslacht, met of zonder loon, tijdelijk of bestendig, de klanten lokken of bedienen en die de handel van de uitbater, gelinkt aan of geïnspireerd door erotisch gedrag, bevorderen, rechtstreeks of onrechtstreeks
- hetzij door gewoonlijk met de klant te verbruiken
- hetzij door het verbruik op gelijk welke andere manier te stimuleren dan
* door gewoon de klanten te bedienen
* door normaal dienstbetoon of tot verbruik aan te zetten door alle andere middelen dan de eenvoudige uitoefening van zang-, dans-, of woordkunst
Dit kan vastgesteld worden doordat die inrichtingen:
- ofwel hun aard door uiterlijke kentekens ter kennis van voorbijgangers brengen
- ofwel als dusdanig bekend zijn en uit bepaalde vaststellingen en onderzoeken, uitgevoerd door de politiediensten, blijkt dat zij een dergelijke bedrijvigheid uitoefenen
De bars en privéclubs worden verder "inrichtingen" genoemd. Onder inrichting wordt verstaan lokalen, private plaatsen, huizen of gedeelten van huizen, kamers of welke constructie ook.
De belasting is verschuldigd ongeacht of de toegang afhankelijk gesteld wordt van het vervullen van zekere formaliteiten of voorbehouden is aan zekere personen.
Een daghotel is een gebouw waar één of meerdere kamers en/of plaatsen die al dan niet tegen vergoeding ter beschikking worden gesteld zonder dat het in hoofdzaak de bedoeling is om er zoals in een erkend toeristisch logies of gelijkaardige instelling te overnachten.
Artikel 4
§1. De belasting voor bars en privéclubs bedraagt 5.500,00 euro per belastingplichtige drankgelegenheid of inrichting.
§2. De belasting bedraagt voor daghotels 1.200,00 euro per kamer in gebruik, toegankelijk voor publiek.
Artikel 5
§1. De belasting is verschuldigd door de uitbater van de bar, privéclub of daghotel.
§2. De eigenaar van het materieel van de drankgelegenheid, alsmede de eigenaar van het onroerend goed waarin de belastingplichtige inrichting wordt uitgebaat, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting. Wanneer de belastingplichtige inrichting wordt geëxploiteerd door een zaakwaarnemer of een ander aangestelde, is de belasting verschuldigd door de lastgever. Het is desgevallend de houder die moet bewijzen dat hij de drankslijterij voor rekening van een derde uitbaat.
§3. De eigenaar van het daghotel, alsmede de eigenaar van het onroerend goed waarin het daghotel wordt uitgebaat, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Wanneer het daghotel wordt geëxploiteerd door een zaakwaarnemer of een ander aangestelde, is de belasting verschuldigd door de lastgever. Het is desgevallend de houder die moet bewijzen dat hij het daghotel voor rekening van een derde uitbaat.
Artikel 6
§1. De belasting is persoonlijk en voor gans het jaar verschuldigd, welke ook de datum van de opening van de belastingplichtige 'inrichting is. Bij overgave van de inrichting is de belasting andermaal verschuldigd door de nieuwe exploitant. Een vermindering wordt alleen toegestaan voor een uitbating van minder dan zes maanden gedurende één kalenderjaar. De vermindering bedraagt in dat geval de helft van het totaal verschuldigde bedrag.
§2. De belasting is persoonlijk en voor gans het jaar verschuldigd, welke ook de datum van de opening van het daghotel is. Bij overgave van het daghotel is de belasting andermaal verschuldigd door de nieuwe exploitant. Een vermindering wordt alleen toegestaan voor een uitbating van minder dan zes maanden gedurende één kalenderjaar. De vermindering bedraagt in dat geval de helft van het totaal verschuldigde bedrag.
Artikel 7
§1. De uitbater van een belastingplichtige inrichting ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem behoorlijk ingevuld en ondertekend, voor 30 april van het betreffende aanslagjaar moet worden teruggestuurd.
Elke wijziging moet binnen de drie dagen worden aangegeven. De natuurlijke of rechtspersoon die een belastingplichtige inrichting opent, overbrengt, overlaat of sluit, is gehouden daarvan tenminste veertien dagen bij voorbaat aangifte te doen bij het gemeentebestuur. De nieuwe uitbater die geen aangifteformulier heeft ontvangen kan het aangifteformulier terugvinden op de gemeentelijke website www.kuurne.be en moet deze indienen uiterlijk tegen 5 januari van het jaar, volgend op de periode van de aanvang van de uitbating.
§2. De uitbater van een daghotel ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem behoorlijk ingevuld en ondertekend, voor 30 april van het betreffende aanslagjaar moet worden teruggestuurd.
Elke wijziging moet binnen de drie dagen worden aangegeven. De natuurlijke of rechtspersoon die een daghotel opent, overbrengt, overlaat of sluit, is gehouden daarvan tenminste veertien dagen bij voorbaat aangifte te doen bij het gemeentebestuur. De nieuwe uitbater die geen aangifteformulier heeft ontvangen kan het aangifteformulier terugvinden op de gemeentelijke website www.kuurne.be en moet deze indienen uiterlijk tegen 5 januari van het jaar, volgend op de periode van de aanvang van de uitbating.
Artikel 8
Bij gebreke van een aangifte binnen de vastgestelde termijn of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.
Op de ambtshalve vastgestelde belasting zal een verhoging worden toegepast van:
- 25% bij een eerste overtreding
- 50% bij een tweede overtreding
- 100% vanaf een derde overtreding
Artikel 9
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 10
De belastingschuldige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Indien de belastingschuldige wenst gehoord te worden dient dit uitdrukkelijk te worden vermeld in het bezwaarschrift. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Artikel 11
Deze beslissing wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.