De voorzitter opent de zitting op 15/12/2022 om 19:35.
Artikel 1
De notulen en het zittingsverslag van de gemeenteraad van 24 november 2022 worden goedgekeurd.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 25 juni 2010 en latere wijzigingen betreffende de beleids- en beheercyclus van de gemeenten.
Het ministerieel besluit van 1 oktober 2010 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten en de toelichting ervan, en van de rekeningstelsels van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
Het AMJP3 2020-2025 Kuurne werd tijdig aan de raadsleden bezorgd. Aan de raadsleden werd ook de documentatie horende bij het AMJP3 2020-2025 tijdig bezorgd. De documentatie omvat de achtergrondinformatie die nuttig is om de derde aanpassing van het meerjarenplan te beoordelen, zonder dat ze essentieel is voor de beoordeling die de raadsleden moeten maken, aangezien de essentiële informatie in het beleidsrapport is opgenomen.
Het AMJP3 2020-2025 Kuurne (in bijlage) dient vastgesteld te worden voor het luik gemeente door de gemeenteraad (opsplitsing in schema M3).
De gemeenteraad dient ook goedkeuring te geven aan het luik OCMW dat door de raad voor maatschappelijk welzijn van 15 december 2022 werd vastgesteld.
Het positief advies van het managementteam van 23 november 2022.
Artikel 1
Het AMJP3 2020-2025 Kuurne (strategische nota, financiële nota en toelichting) wordt vastgesteld door de gemeenteraad voor wat betreft het gemeente-luik.
Het AMJP3 2020-2025 Kuurne (strategische nota, financiële nota en toelichting) wordt integraal goedgekeurd door de gemeenteraad (inclusief het OCMW-luik dat vastgesteld werd door de raad voor maatschappelijk welzijn van 15 december 2022).
Artikel 2
Het AMJP3 2020-2025 Kuurne wordt binnen de 10 dagen na de vaststelling gepubliceerd op de website met de publicatiedatum.
Artikel 3
De financieel directeur verleent positief visum voor de nominatieve werkingssubsidies en investeringssubsidies voor 2023 zoals voorzien in het AMJP3 2020-2025 Kuurne.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en verdere wijzigingen, in het bijzonder artikel 41.
De vaststelling van de plaatsingsprocedure en de vaststelling van de voorwaarden van overheidsopdrachten is een bevoegdheid van de gemeenteraad, tenzij de opdracht past binnen het begrip dagelijks bestuur (bevoegdheid college) of tenzij de gemeenteraad het vaststellen van de plaatsingsprocedure en het vaststellen van de voorwaarden voor de overheidsopdracht nominatief aan het college van burgemeester en schepenen heeft toevertrouwd.
De gemeenteraad moet dus beslissen welke overheidsopdrachten ze nominatief wil toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen in het boekjaar 2023.
Er wordt voorgesteld om de overheidsopdrachten in bijlage nominatief toe te vertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen in het boekjaar 2023.
De nodige middelen zijn voorzien in AMJP3 2020-2025.
De nodige middelen zijn voorzien in AMJP3 2020-2025.
Enig artikel
De gemeenteraad gaat akkoord met het nominatief toevertrouwen van de overheidsopdrachten in bijlage aan het college van burgemeester en schepenen.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 41.
De toekenning van nominatieve subsidies is een bevoegdheid van de gemeenteraad die niet gedelegeerd kan worden naar het college van burgemeester en schepenen.
De gemeenteraad moet dus beslissen welke subsidies ze nominatief wil toekennen.
Er wordt voorgesteld om de nominatieve subsidies in bijlage toe te kennen voor het boekjaar 2023. De nominatieve subsidies zijn opgenomen in de AMJP3 2020-2025.
Er zijn ook nog volgende aanpassingen aan de nominatieve subsidies boekjaar 2022. Hieronder een overzicht van de mutaties:
- Vriendenkring gepensioneerden onderwijzend personeel: + 350 euro (aanpassing bedrag)
- PZ Vlas: + 255.000 euro (aanpassing bedrag)
- Fotoclub Retina: - 12.500 euro (verzet naar 2023)
- Soupapke: +750 euro (aanpassing bedrag)
- Orde van de Ezel: 2.100 euro (nieuw)
- Kon. Sportingclub Kuurne: + 160 euro (aanpassing bedrag)
- Joggingclub Kuurne: + 430 euro (aanpassing bedrag)
- Vives Hogeschool: - 2.000 euro
- Braderiecomité: + 800 euro (aanpassing bedrag)
- Woonwijs: - 1.955,98 euro (aanpassing bedrag)
- Zuidwest: + 812,12 euro (aanpassing bedrag)
- Gemeentelijk feestcomité: - 3.687 euro (aanpassing bedrag)
- Farys (zwembad): - 312.024,81 euro (aanpassing bedrag, andere manier van boeken)
- Farys (sporthal): - 485.508,58 euro (aanpassing bedrag, andere manier van boeken)
- Stad Harelbeke (DKO): - 35.250 euro (aanpassing bedrag).
De nodige middelen zijn voorzien in de AMJP3 2020-2025.
Artikel 1
De gemeenteraad gaat akkoord met de toekenning van de nominatieve subsidies 2023 in bijlage.
Artikel 2
De gemeenteraad gaat akkoord met de aanpassingen aan de nominatieve subsidies 2022 in bijlage.
Artikels 41, 162 en 170 §4 van de grondwet.
Het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Artikel 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Het decreet van 30 mei 2008, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
KB van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.
De wet van 22 februari 1965 die de gemeenten toestaat parkeergelden op motorvoertuigen in te voeren.
Hoofdstuk V/ 1 van het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en de bekostiging van de verkeerstekens, aangevuld bij decreet van 9 juli 2010 betreft de invordering van parkeerheffingen.
Ministerieel Besluit van 9 januari 2007 betreffende de gemeentelijke parkeerkaart; gewijzigd bij Ministerieel Besluit van 29 januari 2014.
Ministerieel Besluit van 23 juni 2011 tot wijziging van het ministerieel besluit van 7 mei 1999 betreffende de parkeerkaart voor mensen met een handicap.
De wet van 7 februari 2003 houdende verschillende bepalingen inzake verkeersveiligheid, en latere wijzigingen.
De omzendbrief KB/ABB 2019/02.
In de zitting van de gemeenteraad van 12 december 2019 werd het belastingreglement voor 'naheffing blauwe zone' en 'naheffing extra kort parkeren' goedgekeurd voor een termijn van zes jaar.
Stad Kortrijk liet recent weten dat het aangewezen is om het belastingreglement op te heffen en te vervangen door een retributie vanaf 1 januari 2023.
Deze aanpassing wordt opgenomen in de aanpassingen van het algemeen retributiereglement.
De beslissing van de gemeenteraad van 12 december 2019 betreffende de vaststelling van het belastingreglement - belasting 'naheffing blauwe zone' en 'naheffing extra kort parkeren'.
Artikel 1
Het belastingreglement - belasting 'naheffing blauwe zone' en 'naheffing extra kort parkeren', vastgesteld door de gemeenteraad van 12 december 2019, wordt opgeheven vanaf 1 januari 2023.
Artikel 2
Dit besluit wordt bekend gemaakt op de website van de gemeente overeenkomstig de artikelen 286 en 287 van het decreet over het lokaal bestuur.
Artikel 3
Deze beslissing wordt aan de toezichthoudende overheid toegestuurd.
Artikels 41, 162 en 170 §4 van de grondwet.
Het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Artikel 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Het decreet van 30 mei 2008, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
De omzendbrief KB/ABB 2019/02.
Reclameborden verstoren het esthetisch uitzicht. De aanwezigheid van reclameborden op het grondgebied van de gemeente Kuurne heeft een invloed op de aantrekkingskracht van de gemeente. De gemeente Kuurne wil dan ook een wildgroei aan reclameborden vermijden.
Er wordt wel een vrijstelling voorzien voor permanente reclameborden die geplaatst zijn op sportterreinen en gericht zijn naar de plaats van de sportbeoefening. De zichtbaarheid van deze reclameborden vanop de openbare weg is dan ook eerder toevallig. Het zou bovendien tegenstrijdig zijn om op reclameborden op sportterreinen zoals hier bedoeld een belasting te heffen aangezien dit in belangrijke mate de subsidiëring van de gemeente aan de sportclubs zou teniet doen.
De financiële toestand van de gemeente vraagt de invoering van alle rendabele belastingen.
Door recente rechtspraak, namelijk de beslissing van de Raad van State van 13 april 2021, nummer 250.321, is het aangewezen om de uiterste aangiftedatum op te nemen in het belastingreglement.
Voor de belasting op reclameborden wordt de uiterste aangiftedatum vastgesteld op 30 juni van het betreffende aanslagjaar.
Het belastingreglement, goedgekeurd in de gemeenteraad van 16 december 2021, dient te worden opgeheven. De gemeenteraad dient het nieuwe reglement vast te stellen.
De beslissing van de gemeenteraad van 16 december 2021 betreffende de vaststelling van het belastingreglement - belasting op reclameborden.
Artikel 1
Het belastingreglement - belasting op reclameborden, vastgesteld door de gemeenteraad van 16 december 2021, wordt opgeheven.
Artikel 2
Voor een termijn van drie jaar, vanaf 1 januari 2023 en eindigend op 31 december 2025 (aanslagjaren 2023 tot en met 2025), wordt een jaarlijkse belasting geheven op reclameborden geplaatst op het grondgebied van de gemeente langs de openbare weg of een plaats in open lucht en zichtbaar vanaf de openbare weg.
Artikel 3
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder
- reclameborden: iedere reclameboodschap met commerciële doelstelling, ongeacht uit welk materiaal, die niet als uithangbord kan worden beschouwd, ten voordele van een persoon, instelling of product die niet ter plaatse zijn uitbating kent, met een minimum oppervlakte van 0,50 m². Onder 'reclameborden' worden ook de modern-technologische varianten gerekend, zoals lichtkranten, LED-walls, beeldtapijten,... die al dan niet vaste, wijzigende of bewegende teksten en andere symbolen dragen en die al dan niet tegen een vergoeding ter beschikking gesteld worden van geïnteresseerden, die een boodschap willen verspreiden.
- uithangbord: iedere publiciteit, aangebracht bij de ter plaatse gevestigde uitbating, om aan het publiek de handel, nijverheid of beroep dat er wordt uitgeoefend te kenmerken en te afficheren.
Artikel 4
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of de rechtspersoon die de beschikking heeft over het reclamebord. Als deze niet gekend is, is de belasting verschuldigd door de eigenaar van de grond waarop het bord geplaatst is of de eigenaar van de muur of de afsluiting waarop het reclamebord is aangebracht.
Artikel 5
De minimum belasting bedraagt 40,00 euro per belastbaar reclamebord. De belasting wordt verder berekend per bord en vastgesteld op 40,00 euro/m²; de gedeelten van m² worden proportioneel tegen dezelfde aanslagvoet belast.
Voor een bord wordt als belastbare oppervlakte, de nuttige oppervlakte in aanmerking genomen, zijnde de oppervlakte die voor aanplakking kan worden gebruikt, met uitzondering van de omlijsting; voor muren en afsluitingen beperkt de belastbare oppervlakte zich tot het herschilderde of beplakte deel ervan, of tot de oppervlakte die bekomen wordt door een rechthoek, waarbij de uiterste punten van een op een andere wijze vastgehechte reclame, de raakpunten vormen. Voor constructies waarvoor beide zijden zichtbaar zijn, wordt de oppervlakte van deze zijden samengeteld.
Artikel 6
De belasting is ondeelbaar verschuldigd voor gans het jaar, ongeacht het tijdstip in de loop van het begrotingsjaar waarop het betrokken bord wordt geplaatst, met uitzondering van hetgeen is bepaald in het navolgend artikel 7 punt a.
Artikel 7
De belasting is niet verschuldigd voor:
a) de borden die worden opgericht na 1 december van het aanslagjaar
b) de borden geplaatst door openbare besturen of openbare diensten, voor zover geen winstgevend doel wordt nagestreefd
c) de borden, die enkel en alleen worden gebruikt voor notariële aankondigingen
d) de borden, die enkel en alleen worden gebruikt ter gelegenheid van wettelijk voorziene verkiezingen
e) de borden, alhoewel zichtbaar van op de openbare weg, geplaatst op sportterreinen, en gericht naar de plaats van de sportbeoefening waardoor de zichtbaarheid van het reclamebord vanop de openbare weg eerder toevallig is
f) de reclameborden die uitsluitend worden gebruikt op een bepaalde plaats om aan het publiek de handel of de nijverheid te doen kennen die daar wordt uitgebaat, de merken van de producten die daar worden verkocht of vervaardigd, het beroep dat er wordt uitgeoefend en, in het algemeen, de activiteiten die er plaats hebben
Artikel 8
De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem behoorlijk ingevuld en ondertekend, voor 30 juni van het betreffende aanslagjaar moet worden teruggestuurd. De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen kan het aangifteformulier terugvinden op de gemeentelijke website www.kuurne.be.
Artikel 9
Bij gebreke van een aangifte binnen de vastgestelde termijn of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.
Op de ambtshalve vastgestelde belasting zal een verhoging worden toegepast van:
- 25% bij een eerste overtreding
- 50% bij een tweede overtreding
- 100% vanaf een derde overtreding
Artikel 10
De natuurlijke of rechtspersonen die na 30 juni van het aanslagjaar overgaan tot het oprichten van (een) reclamebord(en) dienen hiervan spontaan aangifte te doen bij het gemeentebestuur.
Artikel 11
De aangifte in bovengenoemde belasting zal geldig blijven tot herroeping.
Artikel 12
De belasting wordt ingekohierd op naam van de natuurlijke of rechtspersoon die de beschikking heeft over het reclamebord. In geval de belasting dient ingevorderd te worden ten overstaan van de eigenaar van de grond waarop het bord is geplaatst of van de muur of afsluiting waarop het bord is aangebracht, kan dit gebeuren krachtens hetzelfde kohier, mits aflevering van een nieuw aanslagbiljet op naam van de persoon die verantwoordelijk kan worden gesteld voor de betaling van de belasting.
Artikel 13
De belastingplichtige die zijn reclamebord verkoopt of overdraagt, is verplicht dit binnen veertien dagen mee te delen aan de gemeente. In dit geval mag de voor het lopende jaar betaalde belasting worden overgedragen op naam van de persoon die het beschikkingsrecht over het bord heeft verkregen.
Artikel 14
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 15
De belastingschuldige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Indien de belastingschuldige wenst gehoord te worden dient dit uitdrukkelijk te worden vermeld in het bezwaarschrift. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Artikel 16
Deze beslissing wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Artikels 41, 162 en 170 §4 van de grondwet.
Het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Artikel 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Het decreet van 30 mei 2008, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
De omzendbrief KB/ABB 2019/02.
Masten en pylonen verstoren het open karakter van het landschap en verstoren het esthetisch uitzicht. De aanwezigheid van masten en pylonen op het grondgebied van de gemeente Kuurne heeft een substantiële invloed op de aantrekkingskracht van de gemeente als woonomgeving en recreatieve bestemming.
Naast de visuele hinder is er de perceptie van het bestaan van een gezondheidsrisico in de omgeving van deze masten en pylonen. Het invoeren van een belasting op masten en pylonen is dan ook gerechtvaardigd.
Rekening houdend met de aanbevelingen uit de omzendbrief KB/ABB 2019/02 van 15 februari 2019 wordt een vrijstelling voorzien voor constructies voor het produceren van windenergie of andere vormen van groene stroom.
De financiële toestand van de gemeente vraagt de invoering van alle rendabele belastingen.
Door recente rechtspraak, namelijk de beslissing van de Raad van State van 13 april 2021, nummer 250.321, is het aangewezen om de uiterste aangiftedatum op te nemen in het belastingreglement.
Voor de belasting op masten en pylonen wordt de uiterste aangiftedatum vastgesteld op 31 januari van het betreffende aanslagjaar.
Het belastingreglement, goedgekeurd in de gemeenteraad van 23 april 2020, dient te worden opgeheven. De gemeenteraad dient het nieuwe reglement vast te stellen.
De beslissing van de gemeenteraad van 23 april 2020 betreffende de vaststelling van het belastingreglement - belasting op masten en pylonen.
Artikel 1
Het belastingreglement - belasting op masten en pylonen, vastgesteld door de gemeenteraad van 23 april 2020, wordt opgeheven.
Artikel 2
Voor een termijn van drie jaar, vanaf 1 januari 2023 en eindigend op 31 december 2025 (aanslagjaren 2023 tot en met 2025), wordt een jaarlijkse belasting geheven op allerhande masten en pylonen geplaatst in openlucht en zichtbaar vanaf de openbare weg.
Artikel 3
Voor de toepassing van het reglement dient onder het begrip mast te worden verstaan een vaststaande verticale structuur die geplaatst wordt op een dak of op een andere bestaande constructie met een minimale hoogte van meer dan 24 meter.
Voor de toepassing van het reglement dient onder het begrip pyloon te worden verstaan een individuele en vaststaande constructie of steuntoren die opgericht wordt op het niveau van het maaiveld en die een minimale hoogte heeft van meer dan 24 meter.
Artikel 4
De belasting wordt vastgesteld op 2.500,00 euro per mast of pyloon. De belasting is ondeelbaar. Er wordt geen vermindering of terugbetaling van de belasting toegestaan als de mast of pyloon in de loop van het jaar wordt weggenomen.
Artikel 5
De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de mast of de pyloon op 1 januari van het belastingjaar.
Artikel 6
Constructies voor de productie van windenergie of andere vormen van groene stroom worden vrijgesteld van de belasting op masten en pylonen.
Artikel 7
De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem behoorlijk ingevuld en ondertekend, voor 31 januari van het betreffende aanslagjaar moet worden teruggestuurd. De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen kan het aangifteformulier terugvinden op de gemeentelijke website www.kuurne.be.
Artikel 8
Bij gebreke van een aangifte binnen de vastgestelde termijn of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.
Op de ambtshalve vastgestelde belasting zal een verhoging worden toegepast van:
- 25% bij een eerste overtreding
- 50% bij een tweede overtreding
- 100% vanaf een derde overtreding
Artikel 9
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 10
De belastingschuldige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Indien de belastingschuldige wenst gehoord te worden dient dit uitdrukkelijk te worden vermeld in het bezwaarschrift. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Artikel 11
Deze beslissing wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Artikels 41, 162 en 170 §4 van de grondwet.
Het wetboek van de inkomstenbelastingen.
Artikel 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Het decreet van 30 mei 2008, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Het decreet van 15 juli 1997, en latere wijzigingen, houdende de Vlaamse Wooncode.
De omzendbrief KB/ABB 2019/02.
Het gemeentebestuur doet reeds jarenlange investeringen ten behoeve van het openbaar domein, de groenaanplantingen, de veiligheid, de zorg voor de openbare ruimte en infrastructuurwerken die de aantrekkelijkheid van de gemeente als verblijfplaats vergroten. Deze investeringen komen zowel ten goede aan de vaste inwoners als aan diegenen die op het grondgebied van de gemeente over een tweede verblijf kunnen beschikken. Bovendien geven de niet permanent bewoonde eigendommen aanleiding tot een grotere zorg voor de veiligheid en de openbare ruimte, hetgeen ook zijn weerslag heeft op het budget van de gemeente. De vaste inwoners dragen reeds bij via de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting.
Diegenen die over de mogelijkheid beschikken om een onroerend goed als tweede verblijf aan te wenden beschikken over een zekere weelde.
De financiële toestand van de gemeente vraagt de invoering van alle rendabele belastingen.
Door recente rechtspraak, namelijk de beslissing van de Raad van State van 13 april 2021, nummer 250.321, is het aangewezen om de uiterste aangiftedatum op te nemen in het belastingreglement.
Voor de belasting op tweede verblijven wordt de uiterste aangiftedatum vastgesteld op 31 augustus van het betreffende aanslagjaar.
Het belastingreglement, goedgekeurd in de gemeenteraad van 12 december 2019, dient te worden opgeheven. De gemeenteraad dient het nieuwe reglement vast te stellen.
De beslissing van de gemeenteraad van 12 december 2019 betreffende de vaststelling van het belastingreglement - belasting op tweede verblijven.
Artikel 1
Het belastingreglement - belasting op tweede verblijven, vastgesteld door de gemeenteraad van 12 december 2019, wordt opgeheven.
Artikel 2
Voor een termijn van drie jaar, vanaf 1 januari 2023 en eindigend op 31 december 2025 (aanslagjaren 2023 tot en met 2025), wordt een jaarlijkse belasting geheven op tweede verblijven gelegen op het grondgebied Kuurne.
Artikel 3
Een tweede verblijf is elke private woongelegenheid die voor de eigenaar, de huurder of de gebruiker ervan niet tot hoofdverblijfplaats dient, maar op elk ogenblik door hen voor bewoning kan worden gebruikt.
Tweede verblijven zijn alle vaste woongelegenheden die al of niet ingeschreven zijn in de kadastrale legger: landhuizen, bungalows, villa's, appartementen, studio's, weekendhuisjes, …
Worden niet als tweede verblijven beschouwd:
- lokalen uitsluitend bestemd voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit
- studentenhuizen en -kamers
- lokalen op dewelke de bedrijfszetel van rechtspersonen gevestigd is
Artikel 4
De belasting is verschuldigd door diegene die het tweede verblijf kan betrekken op 1 januari van het aanslagjaar, hetzij als eigenaar, hetzij als huurder of in welke hoedanigheid ook.
In geval van vruchtgebruik, recht van opstal of recht van erfpacht is de belasting verschuldigd door de vruchtgebruiker, erfpachthouder of de opstalhouder. De eigenaar is hoofdelijk gehouden tot betaling van de belasting.
In geval van mede-eigendom is iedere mede-eigenaar belastingplichtig voor zijn wettelijk deel.
Voor de woningen welke in multi-eigendom aangekocht zijn, is de belasting verschuldigd door elke eigenaar naar rato van zijn aandeel in het onroerend goed, hem toegewezen als gevolg van het beschikkingsrecht over de woonst.
Artikel 5
De belasting wordt forfaitair vastgesteld op 900,00 euro per tweede verblijf.
Artikel 6
De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem behoorlijk ingevuld en ondertekend, voor 31 augustus van het betreffende aanslagjaar moet worden teruggestuurd. De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen kan het aangifteformulier terugvinden op de gemeentelijke website www.kuurne.be.
Artikel 7
Bij gebreke van een aangifte binnen de vastgestelde termijn of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.
Op de ambtshalve vastgestelde belasting zal een verhoging worden toegepast van:
- 25% bij een eerste overtreding
- 50% bij een tweede overtreding
- 100% vanaf een derde overtreding
Artikel 8
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9
De belastingschuldige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Indien de belastingschuldige wenst gehoord te worden dient dit uitdrukkelijk te worden vermeld in het bezwaarschrift. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Artikel 10
Deze beslissing wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Artikels 41, 162 en 170 §4 van de grondwet.
Het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Artikel 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Het decreet van 30 mei 2008, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
De omzendbrief KB/ABB 2019/02.
De gemeente wenst de exploitatie van bars, privéclubs en daghotels in de hand te houden aangezien deze mogelijk overlast veroorzaken en meer politietoezicht vereisen dan andere drankgelegenheden of logeergelegenheden. Zo zorgen bars, privéclubs en daghotels voor nachtlawaai en verkeershinder of andere ongewenste activiteiten, waardoor de gemeente haar diensten moet inzetten om deze overlast te beperken.
De financiële toestand van de gemeente vraagt de invoering van alle rendabele belastingen.
Door recente rechtspraak, namelijk de beslissing van de Raad van State van 13 april 2021, nummer 250.321, is het aangewezen om de uiterste aangiftedatum op te nemen in het belastingreglement.
Voor de belasting op de uitbating van bars, privéclubs en daghotels wordt de uiterste aangiftedatum vastgesteld op 30 april van het betreffende aanslagjaar.
Het belastingreglement, goedgekeurd in de gemeenteraad van 12 december 2019, dient te worden opgeheven. De gemeenteraad dient het nieuwe reglement vast te stellen.
De beslissing van de gemeenteraad van 12 december 2019 betreffende de vaststelling van het belastingreglement - belasting op de uitbating van bars, privéclubs en daghotels.
Artikel 1
Het belastingreglement - belasting op de uitbating van bars, privéclubs en daghotels, vastgesteld door de gemeenteraad van 12 december 2019, wordt opgeheven.
Artikel 2
Voor een termijn van drie jaar, vanaf 1 januari 2023 en eindigend op 31 december 2025 (aanslagjaren 2023 tot en met 2025), wordt een belasting geheven op de uitbating van een bar, privéclub of daghotel.
Artikel 3
Een bar of privéclub, is iedere inrichting waar personen, ongeacht hun geslacht, met of zonder loon, tijdelijk of bestendig, de klanten lokken of bedienen en die de handel van de uitbater, gelinkt aan of geïnspireerd door erotisch gedrag, bevorderen, rechtstreeks of onrechtstreeks
- hetzij door gewoonlijk met de klant te verbruiken
- hetzij door het verbruik op gelijk welke andere manier te stimuleren dan
* door gewoon de klanten te bedienen
* door normaal dienstbetoon of tot verbruik aan te zetten door alle andere middelen dan de eenvoudige uitoefening van zang-, dans-, of woordkunst
Dit kan vastgesteld worden doordat die inrichtingen:
- ofwel hun aard door uiterlijke kentekens ter kennis van voorbijgangers brengen
- ofwel als dusdanig bekend zijn en uit bepaalde vaststellingen en onderzoeken, uitgevoerd door de politiediensten, blijkt dat zij een dergelijke bedrijvigheid uitoefenen
De bars en privéclubs worden verder "inrichtingen" genoemd. Onder inrichting wordt verstaan lokalen, private plaatsen, huizen of gedeelten van huizen, kamers of welke constructie ook.
De belasting is verschuldigd ongeacht of de toegang afhankelijk gesteld wordt van het vervullen van zekere formaliteiten of voorbehouden is aan zekere personen.
Een daghotel is een gebouw waar één of meerdere kamers en/of plaatsen die al dan niet tegen vergoeding ter beschikking worden gesteld zonder dat het in hoofdzaak de bedoeling is om er zoals in een erkend toeristisch logies of gelijkaardige instelling te overnachten.
Artikel 4
§1. De belasting voor bars en privéclubs bedraagt 5.500,00 euro per belastingplichtige drankgelegenheid of inrichting.
§2. De belasting bedraagt voor daghotels 1.200,00 euro per kamer in gebruik, toegankelijk voor publiek.
Artikel 5
§1. De belasting is verschuldigd door de uitbater van de bar, privéclub of daghotel.
§2. De eigenaar van het materieel van de drankgelegenheid, alsmede de eigenaar van het onroerend goed waarin de belastingplichtige inrichting wordt uitgebaat, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting. Wanneer de belastingplichtige inrichting wordt geëxploiteerd door een zaakwaarnemer of een ander aangestelde, is de belasting verschuldigd door de lastgever. Het is desgevallend de houder die moet bewijzen dat hij de drankslijterij voor rekening van een derde uitbaat.
§3. De eigenaar van het daghotel, alsmede de eigenaar van het onroerend goed waarin het daghotel wordt uitgebaat, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Wanneer het daghotel wordt geëxploiteerd door een zaakwaarnemer of een ander aangestelde, is de belasting verschuldigd door de lastgever. Het is desgevallend de houder die moet bewijzen dat hij het daghotel voor rekening van een derde uitbaat.
Artikel 6
§1. De belasting is persoonlijk en voor gans het jaar verschuldigd, welke ook de datum van de opening van de belastingplichtige 'inrichting is. Bij overgave van de inrichting is de belasting andermaal verschuldigd door de nieuwe exploitant. Een vermindering wordt alleen toegestaan voor een uitbating van minder dan zes maanden gedurende één kalenderjaar. De vermindering bedraagt in dat geval de helft van het totaal verschuldigde bedrag.
§2. De belasting is persoonlijk en voor gans het jaar verschuldigd, welke ook de datum van de opening van het daghotel is. Bij overgave van het daghotel is de belasting andermaal verschuldigd door de nieuwe exploitant. Een vermindering wordt alleen toegestaan voor een uitbating van minder dan zes maanden gedurende één kalenderjaar. De vermindering bedraagt in dat geval de helft van het totaal verschuldigde bedrag.
Artikel 7
§1. De uitbater van een belastingplichtige inrichting ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem behoorlijk ingevuld en ondertekend, voor 30 april van het betreffende aanslagjaar moet worden teruggestuurd.
Elke wijziging moet binnen de drie dagen worden aangegeven. De natuurlijke of rechtspersoon die een belastingplichtige inrichting opent, overbrengt, overlaat of sluit, is gehouden daarvan tenminste veertien dagen bij voorbaat aangifte te doen bij het gemeentebestuur. De nieuwe uitbater die geen aangifteformulier heeft ontvangen kan het aangifteformulier terugvinden op de gemeentelijke website www.kuurne.be en moet deze indienen uiterlijk tegen 5 januari van het jaar, volgend op de periode van de aanvang van de uitbating.
§2. De uitbater van een daghotel ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem behoorlijk ingevuld en ondertekend, voor 30 april van het betreffende aanslagjaar moet worden teruggestuurd.
Elke wijziging moet binnen de drie dagen worden aangegeven. De natuurlijke of rechtspersoon die een daghotel opent, overbrengt, overlaat of sluit, is gehouden daarvan tenminste veertien dagen bij voorbaat aangifte te doen bij het gemeentebestuur. De nieuwe uitbater die geen aangifteformulier heeft ontvangen kan het aangifteformulier terugvinden op de gemeentelijke website www.kuurne.be en moet deze indienen uiterlijk tegen 5 januari van het jaar, volgend op de periode van de aanvang van de uitbating.
Artikel 8
Bij gebreke van een aangifte binnen de vastgestelde termijn of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.
Op de ambtshalve vastgestelde belasting zal een verhoging worden toegepast van:
- 25% bij een eerste overtreding
- 50% bij een tweede overtreding
- 100% vanaf een derde overtreding
Artikel 9
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 10
De belastingschuldige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Indien de belastingschuldige wenst gehoord te worden dient dit uitdrukkelijk te worden vermeld in het bezwaarschrift. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Artikel 11
Deze beslissing wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Artikel 162 van de grondwet.
Artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De belasting 'naheffing blauwe zone' en 'naheffing extra kort parkeren' wordt op vraag van stad Kortrijk omgezet naar een retributie:
9. Retributie Blauwe Zone
Artikel 1
De retributie “blauwe zone” is van toepassing in zones met beperkte parkeertijd (blauwe zone) en op de openbare weg met blauwe zonereglementering overeenkomstig art. 27.1 en 27.2 van het KB van 1 december 1975.
Parkeren in deze zones gebeurt door gebruik van de parkeerschijf en kan gedurende maximaal twee uren of zoals aangebracht op de signalisatie, op voorwaarde dat de bestuurder de richtlijnen inzake het gebruik van de parkeerschijf naleeft, overeenkomstig artikel 27.1 van het KB van 1 december 1975.
Artikel 2
De retributie “blauwe zone” kan vastgesteld worden, indien niet aangeduid op de signalisatie, tijdens de periode van 9.00 uur tot 19.00 uur, behoudens op zon- en feestdagen (indien niet anders aangeduid op de signalisatie). In de andere gevallen is de retributie vast te stellen tijdens de periode aangeduid op de signalisatie.
Tijdens deze periodes is de retributie verschuldigd van zodra de toegestane parkeerduur is overschreden of wanneer de bestuurder de richtlijnen inzake het gebruik van de parkeerschijf niet heeft nageleefd.
De retributie bedraagt € 25,00 en geldt voor:
- hetzij de voormiddag (van aanvang parkeerduurbeperking tot 12.59 uur);
- hetzij de namiddag (van 13.00 uur tot einde parkeerduurbeperking).
Artikel 3
De retributie is verschuldigd door de eigenaar van de nummerplaat.
Artikel 4
De retributie wordt betaald binnen de dertig dagen vanaf de verzending van de factuur door storting of overschrijving op de rekening van ILV Parkeren regio Kortrijk BE54 0960 2127 0097, overeenkomstig de richtlijnen vermeld op de factuur welke wordt gestuurd aan de houder van de nummerplaat.
Artikel 5
De retributieplichtige kan de retributie betwisten door gebruik te maken van het online formulier op de website van stad Kortrijk of door een brief aangetekend te sturen naar ILV Parkeren regio Kortrijk – Betwistingen parkeren – Grote Markt 54 – 8500 Kortrijk. De betwisting moet gemotiveerd zijn en ingediend zijn binnen een termijn van 30 dagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de retributie.
Artikel 6
De officiële feestdagen zijn :
Nieuwjaar (1 januari), Paasmaandag, Feest van de Arbeid (1 mei), O-L-H Hemelvaart, Pinkstermaandag, Feest van de Vlaamse Gemeenschap (11 juli), Nationale Feestdag (21 juli), O-L-V Hemelvaart (15 augustus), Allerheiligen (1 november), Wapenstilstand (11 november), Kerstdag (25 december).
Artikel 7
Zijn vrijgesteld van de retributie “blauwe zone”:
- De voertuigen van de bewoners die de door de gemeente uitgereikte en er geldende bewonerskaart, overeenkomstig het ministerieel besluit van 9 januari 2007, zichtbaar aanbrengen achter de voorruit van het voertuig (art. 27.3.4 van het KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer);
- De andersvaliden, houders van een speciale kaart uitgereikt door een officiële instelling overeenkomstig het ministerieel besluit van 7 mei 1999, op voorwaarde dat deze kaart zichtbaar is aangebracht op de binnenkant van de voorruit van het voertuig of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig (art. 27/4 van het KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer);
- In geval van medische spoedopname (zowel patiënt, begeleider als dokter) mits het voorleggen van attest dokter;
- Bij dubbele nummerplaat of fout DIV;
- In geval van een gestolen wagen;
- In geval van een defecte wagen, na telefonische verwittiging de dag zelf, en mits voorleggen factuur takeldienst;
- Hulpdiensten in geval van interventie.
10. Retributie extra kort parkeren
Artikel 1
De retributie "extra kort parkeren" is van toepassing op plaatsen aangeduid door de signalisatie E9a met onderbord 'max 30 min' overeenkomstig art. 27.1 van het KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.
Artikel 2
De retributie “extra kort parkeren” kan vastgesteld worden van 9.00 uur tot 19.00 uur, van maandag tem zaterdag, uitgezonderd op feestdagen. Tijdens deze periode is de retributie verschuldigd van zodra de toegestane parkeerduur is overschreden.
De retributie bedraagt € 25,00 en geldt voor:
- hetzij de voormiddag (van aanvang parkeerduurbeperking tot 12.59 uur);
- hetzij de namiddag (van 13.00 uur tot einde parkeerduurbeperking).
Artikel 3
De retributie is verschuldigd door de eigenaar van de nummerplaat.
Artikel 4
De retributie wordt betaald binnen de dertig dagen vanaf de verzending van de factuur door storting of overschrijving op de rekening van ILV Parkeren regio Kortrijk BE54 0960 2127 0097, overeenkomstig de richtlijnen vermeld op de factuur welke wordt gestuurd aan de houder van de nummerplaat.
Artikel 5
De retributieplichtige kan de retributie betwisten door gebruik te maken van het online formulier op de website van stad Kortrijk of door brief aangetekend te sturen naar ILV Parkeren regio Kortrijk – Betwistingen parkeren – Grote Markt 54 – 8500 Kortrijk. De betwisting moet gemotiveerd zijn en ingediend zijn binnen een termijn van 30 dagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de retributie.
Artikel 6
De officiële feestdagen zijn:Nieuwjaar (1 januari), Paasmaandag, Feest van de Arbeid (1 mei), O-L-H Hemelvaart, Pinkstermaandag, Feest van de Vlaamse Gemeenschap (11 juli), Nationale Feestdag (21 juli), O-L-V Hemelvaart (15 augustus), Allerheiligen (1 november), Wapenstilstand (11 november), Kerstdag (25 december).
Artikel 7
Zijn vrijgesteld van de retributie “extra kort parkeren”:
- De andersvaliden, houders van een speciale kaart uitgereikt door een officiële instelling overeenkomstig het ministerieel besluit van 7 mei 1999, op voorwaarde dat deze kaart zichtbaar is aangebracht op de binnenkant van de voorruit van het voertuig of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig (art. 27/4 van het KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer);
- In geval van medische spoedopname (zowel patiënt, begeleider als dokter) mits het voorleggen van attest dokter;
- Bij dubbele nummerplaat of fout DIV;
- In geval van een gestolen wagen;
- In geval van een defecte wagen, na telefonische verwittiging de dag zelf, en mits voorleggen factuur takeldienst;
- Hulpdiensten in geval van interventie.
Op vrijdag 20 oktober 2022 ontving de dienst burgerzaken de omzendbrief [ENOT]4296346 betreffende de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten en -documenten. Het betreft de jaarlijkse indexering van de kostprijs voor identiteits- en vreemdelingenkaarten, geldig vanaf 1 januari 2023. Gemiddeld stijgen de kostprijzen in 2023 met 9,54 %, bijgevolg is het aangewezen ook de prijzen voor de burger aan te passen vanaf 1 januari 2023. Vanaf 1 januari elk jaar worden de kostprijzen automatisch herzien door de bevoegde FOD Binnenlandse Zaken. De voorbije jaren werden bij deze indexering de nieuwe prijzen voor de burger steeds manueel opnieuw berekend, met ad hoc afronding naar de dichtstbijzijnde boven- of onderliggende halve euro, om daarna nog door de gemeenteraad te worden goedgekeurd. Om niet steeds bij elke indexering het gemeentelijk retributiereglement te moeten hernieuwen, wenst de dienst burgerzaken over te stappen naar een vaste sleutel voor berekening van de retributie. De prijzen voor de burger zouden dus niet meer in het retributiereglement worden vermeld, enkel nog de sleutel voor de prijsberekening. Uiteraard zullen de concrete prijzen wel nog op de gemeentelijke website vermeld worden.
De dienst burgerzaken wenst over te stappen naar volgende vaste sleutel:
1) een vaste gemeentelijke toeslag:
2) afronding naar de bovenliggende euro wanneer de som van de door de hogere overheid aangerekende kostprijs en de gemeentelijke retributie resulteert in een niet-afgerond totaalbedrag.
Vrijwel alle omliggende gemeenten werken reeds met dergelijke vaste sleutel met afronding naar de bovenliggende euro. De voorgestelde toeslagen komen overeen met het gemiddelde van de toeslagen in de gemeenten in onze regio (Kortrijk, Anzegem, Avelgem, Deerlijk, Harelbeke, Ingelmunster, Lendelede, Oostrozebeke, Waregem, Wevelgem en Zwevegem).
Artikel 1
Er wordt door het gemeentebestuur een retributie gevestigd op het afleveren van identiteitskaarten door het gemeentebestuur voor Belgen en verblijfsdocumenten voor vreemdelingen.
Artikel 2
De in artikel 1 vermelde retributie wordt als volgt vastgesteld:
| A. NORMALE PROCEDURE: |
|
| Elektronische identiteitskaarten voor Belgen (eID) |
€ 18,50 |
| Elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder twaalf jaar (Kids-ID) |
€ 7,50 |
| Elektronische verblijfsdocumenten afgeleverd aan vreemdelingen die legaal op het grondgebied van het Rijk verblijven: EU, EU+, F en F+kaarten |
€ 18,50 |
| Elektronische verblijfsdocumenten afgeleverd aan vreemdelingen die legaal op het grondgebied van het Rijk verblijven: A, B, H, K, L, M en N kaarten |
€ 19,00 |
| Attest van immatriculatie |
€ 9,50 |
| Kinderidentiteitsbewijs voor vreemdelingen |
€ 2,00 |
| B. SPOEDPROCEDURE MET GECENTRALISEERDE LEVERING VAN DE KAART EN PIN/PUK BIJ DE ALGEMENE DIRECTIE INSTELLINGEN EN BEVOLKING VAN DE FOD BINNENLANDSE ZAKEN - BRUSSEL: |
|
| Elektronische identiteitskaarten voor Belgen (eID) |
€ 138,00 |
| Elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder twaalf jaar (Kids-ID) |
€ 128,00 |
| C. SPOEDPROCEDURE MET LEVERING VAN DE KAART EN PIN/PUK BIJ DE GEMEENTE: |
|
| Elektronische identiteitskaarten voor Belgen (eID) |
€ 113,00 |
| Elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder twaalf jaar (Kids-ID) |
€ 102,00 |
| Elektronische verblijfsdocumenten afgeleverd aan vreemdelingen die legaal op het grondgebied van het Rijk verblijven: EU, EU+, F en F+ kaarten |
€ 113,00 |
| Elektronische verblijfsdocumenten afgeleverd aan vreemdelingen die legaal op het grondgebied van het Rijk verblijven: A, B, H, K, L, M en N kaarten |
€ 113,00 |
| Elektronische identiteitskaarten voor Belgische kinderen onder 12 jaar (Kids-ID) |
Retributie bovenop kostprijs hogere overheid (1) |
| Normale procedure Spoedprocedure |
€ 1,00 € 3,00 |
| Elektronische identiteitskaarten voor Belgen vanaf 12 jaar (eID) |
Retributie bovenop kostprijs hogere overheid (1) |
| Normale procedure Spoedprocedure |
€ 3,00 € 5,00 |
| Elektronische verblijfskaarten voor vreemdelingen vanaf 12 jaar (eVK) |
Retributie bovenop kostprijs hogere overheid (1) |
| Normale procedure Spoedprocedure |
€ 3,00 € 5,00 |
(1) Wanneer de som van de kostprijs van de hogere overheid en de retributie resulteert in een niet-afgerond totaalbedrag, wordt de retributie verhoogd om het totaalbedrag van de kaart af te ronden naar de bovenliggende euro.
|
|
Retributie |
| Elektronische verblijfskaarten voor vreemdelingen onder 12 jaar (wit papieren kaartje) |
€ 2,00 |
| Attest van immatriculatie (oranje papieren kaart) |
€ 9,50 |
Besluit van de gemeenteraad van 12 december 2019 'Algemeen gemeentelijk retributiereglement - opheffen algemeen retributiereglement en vaststellen van een nieuw algemeen retributiereglement'.
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 25 oktober 2022 'Algemeen gemeentelijk retributiereglement - goedkeuren aanpassing'.
Algemeen gemeentelijk retributiereglement, laatste wijziging 25 oktober 2022.
Artikel 1
Onderstaande aanpassingen aan het algemeen retributiereglement, zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 12 december 2019, en latere wijzigingen worden goedgekeurd (de wijzigingen zijn in het vet aangeduid):
9. Retributie Blauwe Zone
Artikel 1
De retributie “blauwe zone” is van toepassing in zones met beperkte parkeertijd (blauwe zone) en op de openbare weg met blauwe zonereglementering overeenkomstig art. 27.1 en 27.2 van het KB van 1 december 1975.
Parkeren in deze zones gebeurt door gebruik van de parkeerschijf en kan gedurende maximaal twee uren of zoals aangebracht op de signalisatie, op voorwaarde dat de bestuurder de richtlijnen inzake het gebruik van de parkeerschijf naleeft, overeenkomstig artikel 27.1 van het KB van 1 december 1975.
Artikel 2
De retributie “blauwe zone” kan vastgesteld worden, indien niet aangeduid op de signalisatie, tijdens de periode van 9.00 uur tot 19.00 uur, behoudens op zon- en feestdagen (indien niet anders aangeduid op de signalisatie). In de andere gevallen is de retributie vast te stellen tijdens de periode aangeduid op de signalisatie.
Tijdens deze periodes is de retributie verschuldigd van zodra de toegestane parkeerduur is overschreden of wanneer de bestuurder de richtlijnen inzake het gebruik van de parkeerschijf niet heeft nageleefd.
De retributie bedraagt € 25,00 en geldt voor:
- hetzij de voormiddag (van aanvang parkeerduurbeperking tot 12.59 uur);
- hetzij de namiddag (van 13.00 uur tot einde parkeerduurbeperking).
Artikel 3
De retributie is verschuldigd door de eigenaar van de nummerplaat.
Artikel 4
De retributie wordt betaald binnen de dertig dagen vanaf de verzending van de factuur door storting of overschrijving op de rekening van ILV Parkeren regio Kortrijk BE54 0960 2127 0097, overeenkomstig de richtlijnen vermeld op de factuur welke wordt gestuurd aan de houder van de nummerplaat.
Artikel 5
De retributieplichtige kan de retributie betwisten door gebruik te maken van het online formulier op de website van stad Kortrijk of door een brief aangetekend te sturen naar ILV Parkeren regio Kortrijk – Betwistingen parkeren – Grote Markt 54 – 8500 Kortrijk. De betwisting moet gemotiveerd zijn en ingediend zijn binnen een termijn van 30 dagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de retributie.
Artikel 6
De officiële feestdagen zijn :
Nieuwjaar (1 januari), Paasmaandag, Feest van de Arbeid (1 mei), O-L-H Hemelvaart, Pinkstermaandag, Feest van de Vlaamse Gemeenschap (11 juli), Nationale Feestdag (21 juli), O-L-V Hemelvaart (15 augustus), Allerheiligen (1 november), Wapenstilstand (11 november), Kerstdag (25 december).
Artikel 7
Zijn vrijgesteld van de retributie “blauwe zone”:
- De voertuigen van de bewoners die de door de gemeente uitgereikte en er geldende bewonerskaart, overeenkomstig het ministerieel besluit van 9 januari 2007, zichtbaar aanbrengen achter de voorruit van het voertuig (art. 27.3.4 van het KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer);
- De andersvaliden, houders van een speciale kaart uitgereikt door een officiële instelling overeenkomstig het ministerieel besluit van 7 mei 1999, op voorwaarde dat deze kaart zichtbaar is aangebracht op de binnenkant van de voorruit van het voertuig of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig (art. 27/4 van het KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer);
- In geval van medische spoedopname (zowel patiënt, begeleider als dokter) mits het voorleggen van attest dokter;
- Bij dubbele nummerplaat of fout DIV;
- In geval van een gestolen wagen;
- In geval van een defecte wagen, na telefonische verwittiging de dag zelf, en mits voorleggen factuur takeldienst;
- Hulpdiensten in geval van interventie.
10. Retributie extra kort parkeren
Artikel 1
De retributie "extra kort parkeren" is van toepassing op plaatsen aangeduid door de signalisatie E9a met onderbord 'max 30 min' overeenkomstig art. 27.1 van het KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.
Artikel 2
De retributie “extra kort parkeren” kan vastgesteld worden van 9.00 uur tot 19.00 uur, van maandag tem zaterdag, uitgezonderd op feestdagen. Tijdens deze periode is de retributie verschuldigd van zodra de toegestane parkeerduur is overschreden.
De retributie bedraagt € 25,00 en geldt voor:
- hetzij de voormiddag (van aanvang parkeerduurbeperking tot 12.59 uur);
- hetzij de namiddag (van 13.00 uur tot einde parkeerduurbeperking).
Artikel 3
De retributie is verschuldigd door de eigenaar van de nummerplaat.
Artikel 4
De retributie wordt betaald binnen de dertig dagen vanaf de verzending van de factuur door storting of overschrijving op de rekening van ILV Parkeren regio Kortrijk BE54 0960 2127 0097, overeenkomstig de richtlijnen vermeld op de factuur welke wordt gestuurd aan de houder van de nummerplaat.
Artikel 5
De retributieplichtige kan de retributie betwisten door gebruik te maken van het online formulier op de website van stad Kortrijk of door brief aangetekend te sturen naar ILV Parkeren regio Kortrijk – Betwistingen parkeren – Grote Markt 54 – 8500 Kortrijk. De betwisting moet gemotiveerd zijn en ingediend zijn binnen een termijn van 30 dagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de retributie.
Artikel 6
De officiële feestdagen zijn:Nieuwjaar (1 januari), Paasmaandag, Feest van de Arbeid (1 mei), O-L-H Hemelvaart, Pinkstermaandag, Feest van de Vlaamse Gemeenschap (11 juli), Nationale Feestdag (21 juli), O-L-V Hemelvaart (15 augustus), Allerheiligen (1 november), Wapenstilstand (11 november), Kerstdag (25 december).
Artikel 7
Zijn vrijgesteld van de retributie “extra kort parkeren”:
- De andersvaliden, houders van een speciale kaart uitgereikt door een officiële instelling overeenkomstig het ministerieel besluit van 7 mei 1999, op voorwaarde dat deze kaart zichtbaar is aangebracht op de binnenkant van de voorruit van het voertuig of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig (art. 27/4 van het KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer);
- In geval van medische spoedopname (zowel patiënt, begeleider als dokter) mits het voorleggen van attest dokter;
- Bij dubbele nummerplaat of fout DIV;
- In geval van een gestolen wagen;
- In geval van een defecte wagen, na telefonische verwittiging de dag zelf, en mits voorleggen factuur takeldienst;
- Hulpdiensten in geval van interventie.
Artikel 1
Er wordt door het gemeentebestuur een retributie gevestigd op het afleveren van identiteitskaarten door het gemeentebestuur voor Belgen en verblijfsdocumenten voor vreemdelingen.
Artikel 2
De in artikel 1 vermelde retributie wordt als volgt vastgesteld:
| A. NORMALE PROCEDURE: |
|
| Elektronische identiteitskaarten voor Belgen (eID) |
€ 18,50 |
| Elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder twaalf jaar (Kids-ID) |
€ 7,50 |
| Elektronische verblijfsdocumenten afgeleverd aan vreemdelingen die legaal op het grondgebied van het Rijk verblijven: EU, EU+, F en F+kaarten |
€ 18,50 |
| Elektronische verblijfsdocumenten afgeleverd aan vreemdelingen die legaal op het grondgebied van het Rijk verblijven: A, B, H, K, L, M en N kaarten |
€ 19,00 |
| Attest van immatriculatie |
€ 9,50 |
| Kinderidentiteitsbewijs voor vreemdelingen |
€ 2,00 |
| B. SPOEDPROCEDURE MET GECENTRALISEERDE LEVERING VAN DE KAART EN PIN/PUK BIJ DE ALGEMENE DIRECTIE INSTELLINGEN EN BEVOLKING VAN DE FOD BINNENLANDSE ZAKEN - BRUSSEL: |
|
| Elektronische identiteitskaarten voor Belgen (eID) |
€ 138,00 |
| Elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder twaalf jaar (Kids-ID) |
€ 128,00 |
| C. SPOEDPROCEDURE MET LEVERING VAN DE KAART EN PIN/PUK BIJ DE GEMEENTE: |
|
| Elektronische identiteitskaarten voor Belgen (eID) |
€ 113,00 |
| Elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder twaalf jaar (Kids-ID) |
€ 102,00 |
| Elektronische verblijfsdocumenten afgeleverd aan vreemdelingen die legaal op het grondgebied van het Rijk verblijven: EU, EU+, F en F+ kaarten |
€ 113,00 |
| Elektronische verblijfsdocumenten afgeleverd aan vreemdelingen die legaal op het grondgebied van het Rijk verblijven: A, B, H, K, L, M en N kaarten |
€ 113,00 |
| Elektronische identiteitskaarten voor Belgische kinderen onder 12 jaar (Kids-ID) |
Retributie bovenop kostprijs hogere overheid (1) |
| Normale procedure Spoedprocedure |
€ 1,00 € 3,00 |
| Elektronische identiteitskaarten voor Belgen vanaf 12 jaar (eID) |
Retributie bovenop kostprijs hogere overheid (1) |
| Normale procedure Spoedprocedure |
€ 3,00 € 5,00 |
| Elektronische verblijfskaarten voor vreemdelingen vanaf 12 jaar (eVK) |
Retributie bovenop kostprijs hogere overheid (1) |
| Normale procedure Spoedprocedure |
€ 3,00 € 5,00 |
(1) Wanneer de som van de kostprijs van de hogere overheid en de retributie resulteert in een niet-afgerond totaalbedrag, wordt de retributie verhoogd om het totaalbedrag van de kaart af te ronden naar de bovenliggende euro.
|
|
Retributie |
| Elektronische verblijfskaarten voor vreemdelingen onder 12 jaar (wit papieren kaartje) |
€ 2,00 |
| Attest van immatriculatie (oranje papieren kaart) |
€ 9,50 |
Artikel 2
Deze aanpassingen aan het algemeen retributiereglement treden in werking op 1 januari 2023.
Artikel 3
Deze beslissing wordt onderworpen aan het bestuurlijk toezicht.
Artikel 162 van de grondwet.
Artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikels 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid, meer bepaald hoofdstuk II financiering van de hulpverleningszone.
Artikel 134 van de Wet betreffende de civiele veiligheid bepaalt dat aan de gouverneur als commissaris van de federale regering een goedkeuringstoezicht wordt toegekend op de begrotingen van de hulpverleningszones en op de besluiten betreffende de bijdragen van de gemeenten aan de hulpverleningszone.
Koninklijk Besluit van 2 februari 2009 tot vaststelling van de territoriale afbakening van de hulpverleningszones.
De gemeente Kuurne maakt deel uit van de Hulpverleningszone Fluvia. De brandweerzone wordt onder meer door de dotaties van de gemeenten van de zone gefinancierd.
De dotaties van de gemeenten van de zone worden jaarlijks vastgelegd door de raad op basis van een akkoord, bereikt tussen de verschillende betrokken gemeenteraden.
De zoneraad van 28 oktober 2022 keurde de budgetwijziging 2022 en het budget 2023 goed.
Voor de goede werking van de hulpverleningszone en van de gemeenten is het van groot belang dat de bedragen die in de begroting van de hulpverleningszone zijn ingeschreven, de bedragen die in de gemeentelijke dotatiebesluiten zijn vastgesteld en de bedragen die in de gemeentelijke budgetten zijn ingeschreven, met elkaar overeenstemmen.
We ontvingen via mail het ontwerp van de budgetwijziging 2022 en het budget 2023.
De exploitatietoelage voor de jaren 2022 t.e.m. 2025 blijven gelijk, ook de investeringssubsidies blijven gelijk.
Ontwerp budgetwijziging 2022 en budget 2023 van Hulpverleningszone Fluvia.
De nodige budgetten zijn voorzien in de meerjarenplanning.
Artikel 1
De gemeenteraad gaat akkoord met onderstaande dotaties voor de hulpverleningszone Fluvia:
| 2022 |
|||
| exploitatie |
investering |
kazernering |
Totaal |
| 443.080,00 |
61.480,00 |
127.200,00 |
631.760,00 |
| 2023 |
|||
| exploitatie |
investering |
kazernering |
Totaal |
| 464.280,00 |
61.480,00 |
127.200,00 |
652.960,00 |
| 2024 |
|||
| exploitatie |
investering |
kazernering |
Totaal |
| 477.000,00 |
67.840,00 |
127.200,00 |
672.040,00 |
| 2025 |
|||
| exploitatie |
investering |
kazernering |
Totaal |
| 493.960,00 |
67.840,00 |
127.200,00 |
689.000,00 |
Artikel 2
De nodige budgetten zijn voorzien in de de meerjarenplanning.
Artikel 3
Afschrift van deze beslissing zal bezorgd worden aan:
Artikel 4
Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht.
Artikels 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Het strategisch commercieel plan bevat een duidelijke visie over waar de gemeente naartoe wil evolueren op vlak van kernversterking en detailhandelsbeleid. Deze visie, die uiteraard sterk gelieerd is aan andere strategische oefeningen en ontwikkelingen binnen de gemeente, moet de leidraad vormen voor het lokaal economisch gemeentelijk beleid van Kuurne voor de komende jaren.
De visie, die als vertrekbasis dient voor de uitwerking van het strategisch commercieel plan, werd gecreëerd met de betrokkenheid van de verschillende stakeholders, en is gebaseerd op:
Het strategisch commercieel plan is opgebouwd rond doelstellingen en bevat een niet-limitatieve lijst van actiepunten waarbij bijsturing en het verleggen van accenten mogelijk moet zijn. Dit steeds in lijn met de vooropgestelde visie. Aan de hand van zes doelstellingen zal gewerkt worden om de detailhandel te laten bloeien:
Het ontwerp van het strategisch commercieel plan werd toegelicht aan Unizo, het Braderiecomité en het Bedrijvenpark Kortrijk-Noord op maandag 4 april 2022. Alle partijen kregen de gelegenheid om vragen of opmerkingen te formuleren.
Artikel 1
De gemeenteraad hecht goedkeuring aan het strategisch commercieel plan waarin de visie en het actieplan worden beschreven, vertrekkend van 6 doelstellingen.
Artikel 2
Het strategisch commercieel plan zal raadpleegbaar zijn op de gemeentelijke website.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikels 326 tot en met 341, betreffende het bestuurlijk toezicht.
Wij ontvingen de ontwerpakte, opgemaakt door Liesbet Degroote, notaris in de besloten vennootschap "Altus notarissen" houdende de overdracht om niet van:
De overdracht geschiedt om reden van openbaar nut, meer in het bijzonder voor de opname in de wegenis van het openbaar domein van de gemeente Kuurne.
De ontwerpakte dient ter goedkeuring aan de gemeenteraad te worden voorgelegd.
Er werd een opmetingsplan opgemaakt door Barbara Callens, landmeter voor studiebureau Bureau Callens, op 16 februari 2021.
Ontwerpakte opgemaakt door Liesbet Degroote, notaris in de besloten vennootschap "Altus notarissen".
Opmetingsplan opgemaakt door Barbara Callens, landmeter voor studiebureau "Bureau Callens".
Kadastraal plan HDI.
Kadastraat plan GH.
Stedenbouwkundig uittreksel.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt de overdracht om niet goed van:
Artikel 2
De akte tot overdracht om niet, opgemaakt door Liesbet Degroote, notaris in de besloten vennootschap "Altus notarissen", wordt goedgekeurd.
Artikel 3
De hypotheekbewaarder wordt ontslagen van de verplichting ambtshalve inschrijving te nemen, bij de overschrijving van de akte.
Artikel 4
Deze beslissing wordt onderworpen aan het bestuurlijk toezicht.
Artikel 162 van de grondwet.
Artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikels 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Westtoer realiseert in 2023 een nieuwe provinciale fietsroute (Vlasleiefietsroute) die over het grondgebied van de gemeente Kuurne loopt (zie kaart in bijlage). In dat kader stelde Westtoer een samenwerkingsovereenkomst op tussen Westtoer en gemeente Kuurne. In die overeenkomst worden een aantal afspraken vastgelegd in functie van de nodige toelatingen voor het aanbrengen van de bewegwijzering, het onderhoud van de bestaande paden,...
Ontwerp van samenwerkingsovereenkomst tussen Westtoer en de gemeente Kuurne + bijlagen.
Geen.
Artikel 1
De gemeenteraad hecht goedkeuring aan de samenwerkingsovereenkomst tussen Westtoer, West-Vlaams provinciebedrijf voor toerisme en recreatie, en de gemeente Kuurne inzake de realisatie van de nieuwe Vlasleiefietsroute:
SAMENWERKINGSOVEREENKOMST tussen de gemeente Kuurne en Westtoer inzake de realisatie van de nieuwe Vlasleiefietsroute
TUSSEN :
1. Het gemeentebestuur van Kuurne, met als adres Marktplein 9, 8520 Kuurne, hierbij vertegenwoordigd door de burgemeester, de heer Francis Benoit en door de algemeen directeur, mevrouw Els Persyn, en in deze overeenkomst aangeduid als DE GEMEENTE. In uitvoering van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van ..../..../2022.
2. WESTTOER, autonoom provinciebedrijf met rechtspersoonlijkheid voor toerisme en recreatie van de Provincie West-Vlaanderen, met maatschappelijke zetel aan de Koning Albert I-laan 120 in 8200 Sint-Michiels (Brugge), hierbij vertegenwoordigd door mevrouw Sabien Lahaye-Battheu, gedeputeerde voor Toerisme en de heer Stefaan Gheysen, algemeen directeur, hierna genoemd WESTTOER;
Hierna allen genoemd als de PARTIJEN
IS HET VOLGENDE VERKLAARD:
Op het grondgebied van DE GEMEENTE, is een fietsroute uitgestippeld en op het terrein aangeduid met als officiële naam “Vlasleiefietsroute”. Het tracé van de ROUTE wordt aangeduid op de kaart in bijlage 1 en wordt door DE GEMEENTE goedgekeurd door ondertekening van deze overeenkomst.
EN IS HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:
Art. 1 – DE GEMEENTE gaat ermee akkoord dat er op hun grondgebied door WESTTOER een fietsroute wordt uitgestippeld.
Art. 2 – DE GEMEENTE staat in voor het beheer van de wegen en paden die eigendom zijn van DE GEMEENTE en die deel uitmaken van de ROUTE, in die mate dat paden en wegen vlot en veilig toegankelijk blijven voor de fietsers.
WESTTOER staat in voor de bewegwijzering van de ROUTE en het onderhoud ervan. Westtoer krijgt van DE GEMEENTE de toelating de bij de ROUTE horende zeshoekige wegwijzerbordjes op metalen palen te plaatsen, alsook een startbord te hangen op de (bestaande) infodrager van Westtoer bij de schuilhut jaagpad ter hoogte van L-G Géraedstraat (nieuw type drager zie bijlage 2, locatie zie bijlage 3).
WESTTOER heeft richtlijnen opgesteld betreffende het hangen van bewegwijzeringsborden op palen in beheer van WESTTOER (zie bijlage 4). DE GEMEENTE zal bij het plaatsen van eigen bewegwijzering de opgestelde richtlijnen volgen.
De ROUTE wordt vanaf maart 2023 als suggestielus aangeduid op de fietsnetwerkkaart (geen aparte brochure). WESTTOER zorgt ook mee voor de promotie van de ROUTE. Zowel de bewegwijzering en nazorg van de bewegwijzering zijn ten laste van WESTTOER.
Art. 3 – De ROUTE zal vanaf maart 2023 befietsbaar zijn.
Art. 4 - Deze overeenkomst gaat in op datum van ondertekening en blijft van toepassing gedurende minstens 10 jaar gerekend vanaf 1 januari volgend op datum van ondertekening. Na die 10 jaar wordt de overeenkomst onder dezelfde voorwaarden jaarlijks stilzwijgend verlengd voor de duur van één jaar, tenzij als een van de PARTIJEN de overeenkomst eenzijdig opzegt. Deze opzegging dient uiterlijk 6 maand voor de aanvangsdatum van de eerstvolgende jaarlijkse verlenging bij aangetekende brief verstuurd aan de andere partij.
Art. 5 – Op deze overeenkomst is het Belgisch recht van toepassing en de PARTIJEN zullen deze overeenkomst te goeder trouw uitvoeren. In geval van betwisting zullen zij zoeken naar een minnelijke schikking. Ernstige geschillen die zouden voortvloeien uit deze overeenkomst zullen worden beslecht door de rechtbanken bevoegd over de maatschappelijke zetel van WESTTOER.
Art. 6 - De verbintenissen tussen de PARTIJEN zijn ondeelbaar.
Bijlagen :
- Bijlage 1: Traject van de ROUTE op kaart
- Bijlage 2: Afbeelding drager infobord
- Bijlage 3: locatie infobord
- Bijlage 4: Richtlijnen bewegwijzeringsborden op palen in beheer van Westtoer
Artikel 2
De heer Chris Delneste, voorzitter van de raad, en mevrouw Els Persyn, algemeen directeur, worden gemachtigd om deze samenwerkingsovereenkomst te ondertekenen.
Artikel 3
Afschrift van huidige beslissing zal overgemaakt worden aan Westtoer, West-Vlaams provinciebedrijf voor toerisme en recreatie, Koning Albert I-laan 120, 8200 Sint-Michiels.
Artikel 4
Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht.
Artikel 162 van de grondwet.
Artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikels 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De gemeentelijke palliatieve toelage bestaat sinds 2008. Een Kuurnenaar kan de aanvraag indienen indien hij/zij de palliatieve RIZIV-toelage ontvangen heeft.
Bedrag
Er kan een recht uitgeput worden van 250,00 EUR als gemeentelijke toelage. Dit kan twee keer aangevraagd worden, dus er kan in het totaal 500,00 EUR ontvangen worden van het lokaal bestuur.
Daarnaast bestaat er een palliatieve RIZIV-toelage. Ook deze kan twee maal aangevraagd worden. Men kan dus beide toelagen twee keer aanvragen.
De RIZIV-toelage steeg van van 483,39 EUR naar 673,11 EUR. Dit wil zeggen dat mensen de beide toelagen kunnen combineren en dus in totaal 1.925,24 EUR kunnen ontvangen. We spreken hier met andere woorden over oversubsidiëring.
Toeleiding en doelgroep
De toeleiding naar de gemeentelijke toelage gebeurt voornamelijk vanuit de mutualiteiten, niet vanuit de sociale dienst. We bereiken niet de gewenste doelgroep, namelijk de meest kwetsbare groep.
Daarnaast vermoeden we dat het bedrag eerder richting de erfgenamen gaat in plaats van naar de kosten voor de zorg en medische uitgaven voor de palliatieve patiënt.
Cijfers - zie bijlage
In 2021 werden drie palliatieve toelagen aangevraagd.
Dienstvoorstel
Het voorstel is om de palliatieve toelage af te schaffen met ingang van 1 januari 2023.
Gemeentelijk reglement voor toelage palliatieve thuiszorg goedgekeurd door de gemeenteraad op 7 oktober 2008 en latere wijzigingen.
Overzicht palliatieve toelagen.
In het budget wordt hiervoor een jaarlijks subsidiebedrag van 3.500 euro voorzien.
Positief advies van de thuiszorgcoördinator.
Artikel 1
De gemeenteraad beslist het reglement 'toelage palliatieve thuiszorgen' op te heffen met ingang van 1 januari 2023.
Artikel 2
Deze beslissing wordt onderworpen aan het bestuurlijk toezicht.
Artikel 40 §3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Artikels 302 en 303 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
In zitting van 14 februari 2012 nam de raad voor maatschappelijk welzijn kennis van de klachtenprocedure van het OCMW. In zitting van 18 september 2014 keurde de gemeenteraad het reglement klachtenbehandeling van de gemeente goed.
Er wordt voorgesteld om beide reglementen op te heffen en een nieuw, uniform klachtenreglement voor gemeente en OCMW goed te keuren. Conform de bepalingen uit het decreet over het lokaal bestuur wordt het systeem van klachtenbehandeling zowel voor de gemeente als voor het OCMW georganiseerd op het ambtelijke niveau. Het systeem voor klachtenbehandeling is maximaal onafhankelijk van de diensten waarop de klachten betrekking hebben.
Beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 14 februari 2012 houdende 'kennisname klachtenprocedure'.
Beslissing van de gemeenteraad van 18 september 2014 houdende 'reglement klachtenbehandeling gemeente Kuurne - goedkeuring'.
Artikel 1
De gemeenteraad hecht goedkeuring aan het klachtenreglement van de gemeente en het OCMW waarvan de tekst luidt als volgt:
KLACHTENREGLEMENT GEMEENTE EN OCMW KUURNE
Artikel 1
Er wordt op het ambtelijke niveau van het lokaal bestuur Kuurne een systeem voor klachtenbehandeling georganiseerd. Het systeem voor klachtenbehandeling is maximaal onafhankelijk van de diensten waarop de klachten betrekking hebben.
Artikel 2
Elke gebruiker (inwoner, medewerker, bezoeker, vereniging, bedrijf,…) van de dienstverlening van het bestuur heeft het recht om kosteloos een klacht te uiten conform dit klachtenreglement.
Artikel 3
§1. Definitie klacht: Een klacht is een manifeste uiting van ongenoegen of ontevredenheid van een gebruiker van de dienstverlening van het lokaal bestuur in verband met een (al dan niet verrichte) handeling of prestatie van een ambtenaar of groep ambtenaren van het bestuur.
§2. Een klacht kan zowel betrekking hebben op:
§3. Een ‘handeling of prestatie’ kan zowel betrekking hebben op:
§4. De in dit reglement bedoelde klachten hebben uitsluitend betrekking op het niet correct handelen van ambtenaren. Klachten kunnen dus geen betrekking op het functioneren en handelen van politieke mandatarissen.
Artikel 4
§1. De klacht is onontvankelijk indien:
§2. Deze klachtenprocedure is niet van toepassing op vragen om informatie, meldingen, suggesties, beroepen, bezwaren of petities.
§3. Deze klachtenprocedure is niet van toepassing op algemene klachten over de regelgeving, algemene klachten over het (al dan niet) gevoerde beleid of klachten over beleidsvoornemens of verklaringen.
Artikel 5
§1. De klachten worden behandeld door een klachtencommissie die bestaat uit:
De klachtencommissie staat in voor het onderzoek naar de gegrondheid van de klacht en het formuleren van een antwoord.
§2. Voor zover de leden van de klachtencommissie zelf betrokken zijn bij de feiten waarop de klacht betrekking heeft of bij diens afwezigheid, maken zij geen deel uit van de klachtencommissie bij de behandeling van de klacht en zal een afgevaardigde van het MAT worden aangeduid.
Bij een klacht tegen een gedraging van de algemeen directeur of de financieel directeur, zal de klachtencommissie een ontvankelijk verklaarde klacht doorverwijzen naar het college van burgemeester en schepenen.
De leden van de klachtencommissie respecteren het beroepsgeheim en nemen strikte neutraliteit in acht.
Artikel 6
Alle klachten worden onmiddellijk aan de klachtencoördinator bezorgd. De klachtencoördinator registreert de klacht, oordeelt over de ontvankelijkheid van de klacht, bereidt het dossier voor de klachtencommissie voor, coördineert het doorlopen van de klachtenprocedure en ziet erop toe dat de klacht behandeld wordt conform de klachtenprocedure.
Artikel 7
Een klacht kan zowel mondeling, telefonisch als schriftelijk (via een formulier op de website, via e-mail of per brief) worden ingediend.
De klachtencoördinator verstuurt uiterlijk binnen 10 werkdagen na het indienen van de klacht een ontvangstmelding naar de klager waarin vermeld wordt of de klacht al dan niet ontvankelijk is. Het volledige onderzoek van een klacht mag in totaal maximum 45 kalenderdagen bedragen te rekenen vanaf de dag van registratie.
Indien mogelijk wordt een klacht onmiddellijk opgelost. In voorkomend geval wordt de oplossing van de klacht samen met de klacht zelf naar de klachtencoördinator doorgestuurd.
Artikel 8
Als de vooropgestelde termijnen voor de klachtenbehandeling onmogelijk te handhaven zijn vanwege de complexiteit van de klacht of wegens overmacht, brengt de klachtencoördinator de klager daarvan op de hoogte. Daarin wordt de nieuwe termijn waarbinnen de klacht wordt behandeld vermeld.
Artikel 9
Jaarlijks wordt van de behandelde klachten een verslag opgemaakt en aan de gemeenteraad en OCMW-raad gerapporteerd.
Artikel 10
Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2023.
Artikel 2
Dit klachtenreglement vervangt de klachtenprocedure van het OCMW en het reglement klachtenbehandeling van de gemeente die beiden worden opgeheven.
Artikel 3
Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht.
De voorzitter sluit de zitting op 15/12/2022 om 21:54.
Namens Gemeenteraad,
Els Persyn
Algemeen Directeur
Chris Delneste
Voorzitter van de Raad