Artikels 119, 119bis en 135 van de Nieuwe Gemeentewet.
Wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer.
Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg.
Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties en latere wijzigingen.
Koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, laatst gewijzigd bij Koninklijk besluit van 14 januari 2026 tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen.
Wet van 11 december 2023 tot wijziging van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, van de Nieuwe Gemeentewet en van de wet van 15 mei 2007 tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet (hierna genoemd 'de wijzigingswet').
Artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Door de wijziging van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties werden in 2024 enkele aanpassingen doorgevoerd aan de bijzondere politieverordening inzake GAS 4.
Op basis van artikel 3, 3° van de GAS-wet kon een gemeente vanaf 8 januari 2024 overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en overtredingen betreffende de verkeersborden C3, F103 en F111 sanctioneren met een gemeentelijke administratieve sanctie.
Tegelijkertijd schrijft artikel 4, §4, tweede lid van de GAS-wet evenwel voor dat GAS 4-inbreuken maar kunnen gesanctioneerd worden, nadat een koninklijk besluit deze uitdrukkelijk vaststelt en er een welbepaald boetebedrag aan koppelt. En precies daar wrong tot voor kort het schoentje. Op 9 maart 2014 werd voor het eerst een koninklijk besluit uitgevaardigd dat de eerste generatie GAS 4‑inbreuken van een concreet boetebedrag voorzag. De lijst van inbreuken die in artikel 2 van dit koninklijk besluit zijn opgenomen, diende in aansluiting op de wetswijziging van 11 december 2023 te worden aangevuld met de “inbreuk op het verkeersbord F111 voor wat betreft het inhaalverbod”. Tot zolang beschikte de sanctionerend ambtenaar op grond van de GAS‑wet wel over de bevoegdheid om kennis te nemen van vaststellingsverslagen inzake inbreuken op het inhaalverbod in fietszones en deze te beoordelen, maar kon hij niet overgaan tot een effectieve sanctionering ervan. Deze noodzakelijke aanvulling van het koninklijk besluit van 9 maart 2014 is uiteindelijk pas doorgevoerd bij koninklijk besluit van 14 januari 2026 tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 23 januari 2026; inwerkingtreding op 1 maart 2026).
Het is dan ook noodzakelijk om deze sanctiemogelijkheid effectief op te nemen in de bijzondere politieverordening door het reeds in 2024 “pro forma” ontwikkelde artikel 24bis op te nemen in de tekst van artikel 29 van diezelfde verordening. Hierdoor verliest artikel 24bis zijn “pro forma”-karakter en kan de destijds voorziene voetnoot worden geschrapt.
Daarnaast voorziet het KB van 14 januari 2026 nog een aantal kleine tekstuele aanpassingen, teneinde opnieuw in overeenstemming te zijn met enkele recente wijzigingen van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg ( “de Wegcode”).
Gemeenteraadsbesluit van 30 mei 2024 houdende "Bijzondere politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3, F103 en F111 - goedkeuring wijzigingen".
Gemeenteraadsbesluit van 4 juli 2024 houdende "Bijzondere politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3, F103 en F111 - goedkeuring opheffing artikel 28".
Bijzondere politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
Artikel 1
De gemeenteraad hecht goedkeuring aan volgende wijzigingen aan de bijzondere politieverordening (de wijzigingen worden in het vet aangeduid):
Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld :
- Buiten de rijbaan op de gelijkgrondse berm of, buiten de bebouwde kommen, op eender welke berm;
- Indien het een berm betreft die de voetgangers moeten volgen, moet langs de buitenkant van de openbare weg een begaanbare strook van ten minste 1,50 meter breed vrijgelaten worden;
- Indien de berm niet breed genoeg is, moet het geparkeerd voertuig gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op de rijbaan opgesteld worden;
- Indien er geen bruikbare berm is, moet het geparkeerd voertuig op de rijbaan worden opgesteld worden.
- Indien de berm niet breed genoeg is, moet het stilstaand voertuig opgesteld worden gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op :
- Indien er geen bruikbare berm is, moet het stilstaand voertuig opgesteld worden op :
1° Op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter van de plaats waar de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om op het fietspad te rijden;
2° Op de rijbaan op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter voor de oversteekplaatsen voor voetgangers en de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen;
3° In de nabijheid van de kruispunten, op minder dan 5 meter van de verlenging van de naastbijgelegen rand van de dwarsrijbaan, behoudens plaatselijke reglementering;
4° Op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten op de kruispunten, behoudens plaatselijke reglementering;
5° Op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten buiten de kruispunten behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeerslichten zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;
6° Op minder dan 20 meter voor de verkeersborden behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeersborden zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt.
7° op de verhoogde inrichtingen, behoudens plaatselijke inrichtingen.
Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:
Het is verboden een voertuig te parkeren :
1° Op minder dan 1 meter zowel voor als achter een ander stilstaand of geparkeerd voertuig en op elke plaats waar het voertuig het instappen in of het wegrijden van een ander voertuig zou verhinderen;
2° Op minder dan 15 meter aan weerszijden van een bord dat een autobus-, trolleybus- of tramhalte aanwijst;
3° Voor de inrij van eigendommen, behalve de voertuigen waarvan het inschrijvingsteken leesbaar op die inrij is aangebracht;
4° Op elke plaats waar het voertuig de toegang tot buiten de rijbaan aangelegde parkeerplaatsen zou verhinderen;
5° Buiten de bebouwde kommen op de rijbaan van een openbare weg waarop het verkeersbord B9 is aangebracht;
6° Op de rijbaan wanneer deze verdeeld is in rijstroken, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a of E9b is aangebracht;
7° Op de rijbaan langs de gele onderbroken streep, bedoeld in artikel 75.1.2° van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
8° Op rijbanen met tweerichtingsverkeer tegenover een ander stilstaand of geparkeerd voertuig, wanneer twee andere voertuigen daardoor elkaar moeilijk zouden kunnen kruisen;
9° Op de middelste rijbaan van een openbare weg met drie rijbanen;
10° Buiten de bebouwde kommen, langs de linkerkant van een rijbaan van een openbare weg met twee rijbanen of op de middenberm die deze rijbanen scheidt;
11° op de zijdelingse stroken bedoeld in artikel 75.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:
Het niet respecteren van de stilstaan of parkeren is verboden op witte markeringen die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen moeten staan, bedoeld in artikel 77.5 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen moeten staan.
Artikel 24bis wordt als volgt gewijzigd:
Het niet in acht nemen van het verkeersbord F111, behalve wat de snelheidsbeperking betreft.
De voetnoot bij artikel 24bis wordt geschrapt.
Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:
De inbreuken op de artikelen 5 tot en met 24bis worden gesanctioneerd met een gemeentelijke administratieve geldboete of een onmiddellijke betaling, zoals bepaald in artikel 2,§1 van het koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, met latere wijzigingen. betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F 103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen.
Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:
De inbreuken op de artikelen 25 tot en met 27 28 worden gesanctioneerd met een gemeentelijke administratieve geldboete of een onmiddellijke betaling, zoals bepaald in artikel 2,§2 van het koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, met latere wijzigingen. betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F 103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen.
Onderhavige bijzondere politieverordening is in werking getreden op 1 januari 2015, met uitzondering van: