Artikel 1
De notulen en het zittingsverslag van de gemeenteraad van 19 maart 2026 worden goedgekeurd.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 en latere wijzigingen betreffende de beleids- en beheercyclus van de lokale besturen.
Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de BBC van de lokale besturen.
De jaarrekening 2025 Kuurne werd tijdig aan de raadsleden bezorgd. Eveneens werd ook de documentatie horende bij de jaarrekening 2025 Kuurne tijdig bezorgd. De documentatie omvat de achtergrondinformatie die nuttig is om de jaarrekening te beoordelen, zonder dat ze essentieel is voor de beoordeling die de raadsleden moeten maken, aangezien de essentiële informatie in het beleidsrapport is opgenomen.
De jaarrekening 2025 Kuurne (in bijlage) dient vastgesteld te worden voor het luik gemeente door de gemeenteraad (opsplitsing in schema J3).
De gemeenteraad dient ook goedkeuring te geven aan het luik OCMW dat door de raad voor maatschappelijk welzijn van 30 april 2026 werd vastgesteld.
De gemeente dient er voor te zorgen dat het OCMW haar financiële verplichtingen kan nakomen. In de regelgeving hieromtrent zijn geen definitie, berekeningswijzen of modellen vastgelegd. Het college van burgemeester en schepenen en het vast bureau hebben in zitting van 23 maart 2021 beslist om de tussenkomst van de gemeente in de financiële verplichtingen van het OCMW te vertalen als: de gemeente komt tussen van zodra het beschikbaar budgettair resultaat van het OCMW negatief is, voor het bedrag van het negatief beschikbaar budgettair resultaat. Het beschikbaar budgettair resultaat van het OCMW in boekjaar 2025 is negatief, waardoor er in 2025 een tussenkomst van de gemeente nodig is in de financiële verplichtingen van het OCMW ten bedrage van 1.920.326 euro.
Artikel 1
De jaarrekening 2025 Kuurne (beleidsevaluatie, financiële nota en toelichting) wordt vastgesteld door de gemeenteraad voor wat betreft het gemeente-luik.
De jaarrekening 2025 Kuurne (beleidsevaluatie, financiële nota en toelichting) wordt integraal goedgekeurd door de gemeenteraad (inclusief het OCMW-luik dat vastgesteld werd door de raad voor maatschappelijk welzijn van 30 april 2026).
Artikel 2
De jaarrekening 2025 Kuurne wordt binnen de 10 dagen na de vaststelling gepubliceerd op de website met de publicatiedatum.
Artikel 162 van de grondwet.
Artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikels 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 betreffende het bestuurlijk toezicht.
Decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten en later gewijzigd door het decreet van 6 juli 2012 tot wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten.
Artikel 55 van het decreet van 7 mei 2004 dat bepaalt dat de rekeningen onderworpen zijn aan het advies van de gemeenteraad en aan de goedkeuring van de provinciegouverneur.
Artikel 13 van de omzendbrief BB-2013/01 van 1 maart 2013 dat bepaalt dat het centraal kerkbestuur de rekeningen van de kerkfabrieken dient in te dienen bij de gemeente op wiens grondgebied het hoofdgebouw van de eredienst zich bevindt.
De gemeente Kuurne heeft de jaarrekeningen 2025 van de kerkfabrieken Sint-Michiel, Sint-Pieter en Sint-Katharina tijdig ontvangen.
De jaarrekening van de kerkfabriek Sint-Michiel werd door de betrokken kerkraad vastgesteld op 28 februari 2026 met volgend overschot:
De jaarrekening van de kerkfabriek Sint-Pieter werd door de betrokken kerkraad vastgesteld op 26 februari 2026 met volgend overschot:
De jaarrekening van de kerkfabriek Sint-Katharina werd door de betrokken kerkraad vastgesteld op 27 februari 2026 met volgend overschot:
Jaarrekening 2025 van de kerkfabriek Sint-Michiel, kerkfabriek Sint-Pieter en kerkfabriek Sint-Katharina.
Artikel 1
De gemeenteraad verleent gunstig advies betreffende de jaarrekening 2025 van:
Artikel 2
Afschrift van onderhavig besluit zal worden overgemaakt aan de provinciegouverneur, het centraal kerkbestuur, de kerkfabrieken van Sint-Michiel, Sint-Pieter en Sint-Katharina, het stadsbestuur van Kortrijk en het gemeentebestuur van Lendelede.
Artikel 170 §4 van de grondwet.
Artikel 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Het decreet van 15 juli 1997 en latere wijzigingen, betreffende de Vlaamse Wooncode.
Het decreet van 30 mei 2008, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Artikel 2.2.6 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid en latere wijzigingen.
Het decreet van 14 oktober 2016 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen.
De omzendbrief KB/ABB 2019/02 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Op 11 december 2025 ging de gemeenteraad akkoord met het reglement voor de belasting op leegstaande woningen, gebouwen en kamers voor de periode 2026-2031.
In het reglement zijn een aantal definities opgenomen, waaronder de definitie van 'leegstaand gebouw', 'leegstaande woning', 'leegstand bij nieuwbouw' en 'leegstaande kamer'. Deze definities werden op aanraden van Bloom Law, die ons juridisch adviseerde tijdens de opmaak van de reglementen, aangepast ten opzichte van de definities in het vorige reglement.
Het reglement werd na de goedkeuring aan Agentschap Binnenlands Bestuur bezorgd. Er werden geen opmerkingen gemaakt over het reglement. Echter merkte Wonen in Vlaanderen op dat er niet kan worden afgeweken van de decretaal vastgelegde definities van leegstand.
Het gemeentelijk reglement zal dan ook moeten worden aangepast, zodat het voldoet aan deze decretale bepalingen.
Aan te passen definities:
- Leegstaand gebouw: een gebouw wordt als leegstaand beschouwd indien minstens drie indicatoren van leegstand vervuld zijn. ...
- Leegstaande woning: een woning wordt als leegstaand beschouwd wanneer minstens drie indicatoren van leegstand vervuld zijn. ...
- Leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning in laatste administratieve aanleg voldoet aan minstens drie indicatoren van leegstand.
-Leegstaande kamer: een kamer wordt als leegstaand beschouwd wanneer zij gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden voldoet aan minstens drie indicatoren van leegstand.
Correcte definities:
- Leegstaand gebouw: een gebouw wordt als leegstaand beschouwd indien meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. ...
- Leegstaande woning: een woning wordt als leegstaand beschouwd wanneer zij gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie. ...
- Leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie.
- Leegstaande kamer: een kamer wordt als leegstaand beschouwd wanneer zij gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie.
Er zijn geen andere inhoudelijke wijzigingen.
Beslissing van de gemeenteraad van 11 december 2025 betreffende de goedkeuring van het gemeentelijk reglement op gebouwen en woningen die beschouwd worden als leegstaand.
Artikel 1
Het gemeentelijk reglement betreffende de heffing op leegstaande gebouwen, woningen en kamers, goedgekeurd door de gemeenteraad van 11 december 2025, wordt opgeheven.
Artikel 2
De gemeenteraad keurt onderstaand aangepast belastingreglement goed.
Artikel 1: Definities
1. Woning: elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.
2. Gebouw: elk bebouwd onroerend goed dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten en dat niet beantwoordt aan de definitie van een woning zoals bedoeld onder 1.
3. Kamer: een soort woning waarin een toilet, een bad of een douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor één of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt.
4. Zakelijk gerechtigde: de houder van een van volgende zakelijke rechten: de volle eigendom, het recht van opstal of van erfpacht, het vruchtgebruik.
5. Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen: een aangetekend schrijven, een afgifte tegen ontvangstbewijs.
6. Inventarisatiedatum: de datum waarop het gebouw, de woning of de kamer in het leegstandsregister wordt opgenomen of na schrapping wordt heropgenomen.
7. Inventarisatieperiode: periode waarin het pand opgenomen is op de gemeentelijke inventaris leegstand.
8. Leegstaand gebouw: een gebouw wordt als leegstaand beschouwd indien meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Daarbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw. De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, of met de functie vermeld in een overeenkomstig eerdere wetgeving afgeleverde vergunning, gedane melding of aktename. Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont, er zijn hoofdverblijfplaats heeft gevestigd en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
9. Leegstaande woning: een woning wordt als leegstaand beschouwd wanneer zij gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie. Handelshuizen waarvan het woongedeelte niet afzonderlijk toegankelijk is vanaf de straat en waarvan minstens het commercieel gedeelte wordt gebruikt, worden uitgesloten van inventarisatie.
10. Leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie.
11. Leegstaande kamer: een kamer wordt als leegstaand beschouwd wanneer zij gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie.
12. Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 2: Belastbare grondslag
Er wordt voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 (aanslagjaren 2026 tot en met 2031), een jaarlijkse belasting geheven op de woningen, gebouwen en kamers die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.
Het leegstandsregister wordt opgemaakt en bijgehouden overeenkomstig het gemeentelijk reglement op gebouwen en woningen die beschouwd worden als leegstaand, goedgekeurd in de gemeenteraad van 11 december 2025.
Zolang het leegstaand gebouw, de leegstaande woning of leegstaande kamer niet is geschrapt uit het leegstandsregister, blijft de belasting verschuldigd bij het verstrijken van elke opeenvolgende periode van twaalf maanden.
Artikel 3: Belastingplichtige
§1. Als belastingplichtige wordt beschouwd de houder van een van de hierna vermelde zakelijke rechten met betrekking tot een woning, gebouw of kamer op het ogenblik dat de belasting verschuldigd wordt:
§2. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
§3. De overdrager van het zakelijk recht moet de verkrijger uiterlijk op het ogenblik van de overdracht van het zakelijk recht ervan in kennis stellen dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister. Tevens moet hij per aangetekend schrijven een kopie van de notariële akte bezorgen aan de gemeente, binnen twee maanden na het verlijden van de notariële akte. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:
Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van artikel 3 §1, als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
Artikel 4: Berekening van de belasting
§1. De eerste belasting voor aanslagjaar 2026 bedraagt:
§2. Het bedrag zoals bepaald overeenkomstig §1 wordt vermenigvuldigd met het aantal periodes van 12 maanden opname op het gemeentelijk leegstandsregister. Deze vermenigvuldigingsfactor wordt beperkt tot een maximum van 10.
§ 3. De woningen die voor 1 januari 2026 werden opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister blijven, met behoud van de oorspronkelijke inventarisatiedatum, belastingplichtig voor deze belasting.
§ 4. De bedragen van de belasting worden bepaald met inachtneming van de voor de berekening van de belasting relevante duur, zonder dat de duur van de al bekomen vrijstelling – wat betreft de bepaling van het bedrag van de belasting - opnieuw in rekening kan worden gebracht. Zodoende dient in geval van eerdere vrijstelling en latere belasting het tarief verbonden aan de gehele inventarisatieperiode te worden toegepast.
§ 5. Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een gebouw, woning of kamer op de inventaris staat, wordt tot nul herleid en begint opnieuw te lopen bij volledige overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning.
Dit geldt niet voor overdrachten aan:
1. vennootschappen waarin de vroegere zakelijk gerechtigde rechtstreeks of
onrechtstreeks participeert.
2. Vzw’s waar de zakelijk gerechtigde lid van is.
§ 6. Het bedrag van de belasting wordt jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de gezondheidsindex via onderstaande formule:
Bedrag belasting aanslagjaar X = bedrag aanslagjaar 2026 x index november jaar (X-1)
index november 2025
Het is aangewezen om bij de berekening van het tarief afrondingsregels toe te passen en het bedrag af te ronden op 1,00 euro (het meest nabije veelvoud van 1,00 euro).
Artikel 5: Vrijstellingen
§1. Van de leegstandsheffing zijn vrijgesteld:
1° de belastingplichtige die zakelijk gerechtigde is van één enkele woning, bij uitsluiting van enige andere woning. Deze vrijstelling kan maximaal 1 aanslagjaar worden toegekend.
2° de belastingplichtige natuurlijk persoon die zakelijk gerechtigde en laatste bewoner is van de geïnventariseerde woning en die in een erkende ouderenvoorziening verblijft of voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een psychiatrische instelling. Deze vrijstelling kan maximaal 2 opeenvolgende aanslagjaren worden toegekend.
3° de belastingplichtige die beperkt is in zijn handelingsbekwaamheid ingevolge een gerechtelijke beslissing. Deze vrijstelling kan maximaal 1 aanslagjaar worden toegekend.
4° de belastingplichtige die sinds minder dan twee jaar zakelijk gerechtigde is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor de twee heffingen volgend op het verkrijgen van het zakelijk recht.
Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten aan:
1. Vennootschappen waarin de vroegere zakelijk gerechtigde rechtstreeks of onrechtstreeks participeert;
2. Vzw's waar de zakelijk gerechtigde lid van is.
§2. Een vrijstelling wordt verleend indien het gebouw of de woning:
1° gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of geen voorwerp meer kan uitmaken van een omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld.
2° die krachtens het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten zijn beschermd als monument waarvoor bij de bevoegde overheid een ontvankelijk verklaard restauratiedossier is ingediend. De vrijstelling geldt gedurende de termijn van de behandeling van het restauratiedossier.
3° vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van drie jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging;
4° onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure.
Deze vrijstelling geldt vanaf:
- het aanslagjaar van de start van onmogelijk daadwerkelijk gebruik, indien deze datum valt voor de verjaardag van de inventarisatie.
- het aanslagjaar volgend op de start van onmogelijk daadwerkelijk gebruik, indien deze datum valt na de verjaardag van de inventarisatie
Deze vrijstelling geldt tot:
- het aanslagjaar van het einde van onmogelijk daadwerkelijk gebruik, indien deze datum valt voor de verjaardag van de inventarisatie
- het aanslagjaar volgend op het einde van onmogelijk daadwerkelijk gebruik, indien deze datum valt na de verjaardag van de inventarisatie
5° gerenoveerd wordt blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden. Deze vrijstelling geldt voor maximaal 3 opeenvolgende aanslagjaren in de drie jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de omgevingsvergunning. Deze vrijstelling kan slechts éénmaal ingeroepen worden, ongeacht het aantal dergelijke omgevingsvergunningen en is niet cumuleerbaar met de vrijstelling voor renovatiewerken waarvoor geen omgevingsvergunning is vereist.
6° het voorwerp uitmaakt van renovatiewerken waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning is vereist en die tijdens het aanslagjaar worden uitgevoerd. Deze vrijstelling geldt maximaal voor drie opeenvolgende aanslagjaren. De kostprijs van de aantoonbaar uitgevoerde werken bedraagt minstens 5.000,00 euro per aanslagjaar.
Onder aantoonbaar uitgevoerde werken wordt verstaan: de werkzaamheden waarvan de effectieve uitvoering ontegensprekelijk blijkt op basis van objectieve gegevens. Hiervoor worden aanvaard: gedetailleerde facturen, mits vermelding van werfadres, bedrag, datum van uitvoering, omschrijving van de werken of materialen; of kasticket van aangekochte materialen in combinatie met duidelijke foto’s van de uitgevoerde werken. Bij onduidelijkheid is een plaatsbezoek mogelijk. Deze vrijstelling is niet cumuleerbaar met de vrijstelling voor renovatie blijkens een omgevingsvergunning.
7° het voorwerp uitmaakt van een compromis betreffende de overdracht van het zakelijk recht van de woning. De compromis dateert van vóór het moment waarop de woning aan de belasting onderhevig werd, zijnde de verjaardag van de inventarisatiedatum. Uiterlijk zes maanden na datum van de compromis dient de definitieve overdracht te worden aangetoond aan de hand van een authentieke akte. De vrijstelling geldt enkel voor de eerstvolgende heffing volgend op de datum van de compromis.
8° gebruikt wordt als etalage of expositieruimte. De vrijstelling geldt als het gebouw gedurende minstens 6 maanden van het aanslagjaar gebruikt wordt als etalage of expositieruimte.
Deze vrijstelling kan enkel gebruikt worden voor gebouwen zonder woonfunctie of het handelsgedeelte van een gebouw met woonfunctie.
Deze vrijstelling moet jaarlijks worden aangevraagd.
§3. Een woning, gebouw of kamer kan in één onafgebroken inventarisatieperiode maximum voor 5 belastingtijdperken van een vrijstelling genieten.
§4. Na een volledige overdracht van het zakelijk recht kan de nieuwe zakelijk gerechtigde opnieuw gebruik maken van alle bovenvermelde vrijstellingen, met een maximum van 5 belastingtijdperken.
§5. Een vrijstelling van de belasting kan worden aangevraagd bij de administratie, ten vroegste vanaf 1 januari van het aanslagjaar waarin men heffingsplichtig wordt. De zakelijk gerechtigde die gebruik wenst te maken van een vrijstelling zoals vermeld in artikel 5 §1 en §2, moet hiervoor zelf de nodige bewijsstukken voorleggen aan de administratie.
Artikel 6: Invordering
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7: Bezwaar
De belastingschuldige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen volgens de modaliteiten van het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaarschriften kunnen eveneens via het formulier op de gemeentelijke website worden ingediend binnen de termijnen en onder de voorwaarden vermeld in bovenstaand lid. Het formulier kan ingevuld worden op de webpagina www.kuurne.be/belastingen2026-2031.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Indien de belastingschuldige wenst gehoord te worden dient dit uitdrukkelijk te worden vermeld in het bezwaarschrift.
Artikel 8: Overgangsbepalingen
§1: belastbaar tijdstip en berekening
De woningen en gebouwen die belastbaar waren in aanslagjaar 2025 en die ondertussen niet geschrapt zijn uit het gemeentelijk leegstandsregister blijven belastbaar volgens het tarief en de berekening uit artikel 4. Voor aanslagjaar 2026 zal voor de berekening van het aantal belastbare jaren vertrokken worden van het aantal belastbare jaren van aanslagjaar 2025 +1, indien de eigenaar ondertussen niet gewijzigd is.
Voor de daaropvolgende jaren zal voor de berekening van het aantal belastbare jaren vertrokken worden van het aantal belastbare jaren van aanslagjaar 2025+X waarbij X gelijk is aan het verschil tussen het aanslagjaar en 2025, zolang de zakelijk gerechtigde niet gewijzigd is.
§2: vrijstellingen
Een reeds toegekende vrijstelling op basis van dezelfde of gelijkaardige grond onder een vorig belastingreglement kan door dezelfde eigenaar voor dezelfde woning of gebouw niet opnieuw worden verkregen op basis van het huidige belastingreglement.
Indien op een vrijstelling gedurende meerdere aanslagjaren beroep kan worden gedaan, dan wordt het aantal jaren waarvoor, onder een vorig belastingreglement, al een vrijstelling werd toegekend in mindering gebracht van het totaal aantal jaren vrijstelling voorzien in dit belastingreglement.
Artikel 3
Deze beslissing wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Artikel 4
Het gemeenteraadsbesluit en het concrete belastingreglement zullen, overeenkomstig artikel 286, § 1, 1° en §3 en artikel 287 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, bekendgemaakt worden op de webtoepassing van de gemeente.
Artikel 170§4 van de grondwet.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Het decreet van 27 maart 2009 en latere wijzigingen, betreffende het grond- en pandenbeleid.
Het decreet van 15 juli 1997 en latere wijzigingen, betreffende de Vlaamse Wooncode.
Het decreet van 14 oktober 2016 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen.
Op 11 december 2025 ging de gemeenteraad akkoord met het reglement voor de inventarisatie van leegstaande woningen, gebouwen en kamers voor de periode 2026-2031.
In het reglement zijn een aantal definities opgenomen, waaronder de definitie van 'leegstaand gebouw', 'leegstaande woning', 'leegstand bij nieuwbouw' en 'leegstaande kamer'. Deze definities werden op aanraden van Bloom Law, die ons juridisch adviseerde tijdens de opmaak van de reglementen, aangepast ten opzichte van de definities in het vorige reglement.
Het reglement werd na de goedkeuring aan Agentschap Binnenlands Bestuur bezorgd. Er werden geen opmerkingen gemaakt over het reglement. Echter merkte Wonen in Vlaanderen op dat er niet kan worden afgeweken van de decretaal vastgelegde definities van leegstand.
Het gemeentelijk reglement zal dan ook moeten worden aangepast, zodat het voldoet aan deze decretale bepalingen.
Aan te passen definities:
- Leegstaand gebouw: een gebouw wordt als leegstaand beschouwd indien minstens drie indicatoren van leegstand vervuld zijn. ...
- Leegstaande woning: een woning wordt als leegstaand beschouwd wanneer minstens drie indicatoren van leegstand vervuld zijn. ...
- Leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning in laatste administratieve aanleg voldoet aan minstens drie indicatoren van leegstand.
-Leegstaande kamer: een kamer wordt als leegstaand beschouwd wanneer zij gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden voldoet aan minstens drie indicatoren van leegstand.
Correcte definities:
- Leegstaand gebouw: : een gebouw wordt als leegstaand beschouwd indien meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. ...
- Leegstaande woning: een woning wordt als leegstaand beschouwd wanneer zij gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie. ...
- Leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie.
- Leegstaande kamer: een kamer wordt als leegstaand beschouwd wanneer zij gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie.
Er zijn geen andere inhoudelijke wijzigingen.
Beslissing van de gemeenteraad van 25 februari 2021 betreffende de goedkeuring van het woonplan 2021-2025.
Het subsidiedossier van de intergemeentelijke samenwerking Woonwijs, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 18 september 2025, inzonderheid de actie onder beleidsprioriteit 1: Leegstaande gebouwen en woningen opsporen, registeren en aanpakken.
Beslissing van de gemeenteraad van 11 december 2026 betreffende de goedkeuring van het gemeentelijk reglement op gebouwen en woningen die beschouwd worden als leegstaand.
Artikel 1
Het gemeentelijk reglement op gebouwen, woningen en kamers die beschouwd worden als leegstaand, goedgekeurd door de gemeenteraad van 11 december 2025, wordt opgeheven.
Artikel 2
De gemeenteraad keurt onderstaand aangepast reglement goed met als doel de leegstand van gebouwen, woningen en kamers in de gemeente te inventariseren.
Artikel 1: Definities
1. Administratie: de gemeentelijke administratieve eenheid en / of intergemeentelijke administratieve eenheid die door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister.
2. Administratieve akte: het stuk waarin de leegstand wordt vastgesteld.
3. Woning: elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.
4. Gebouw: elk bebouwd onroerend goed dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten en dat niet beantwoordt aan de definitie van een woning zoals bedoeld onder 3.
5. Kamer: een soort woning waarin een toilet, een bad of een douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor één of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt.
6. Zakelijk gerechtigde: de houder van een van volgende zakelijke rechten: de volle eigendom, het recht van opstal of van erfpacht, het vruchtgebruik.
7. Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen: een aangetekend schrijven, een afgifte tegen ontvangstbewijs.
8. Inventarisatiedatum: de datum waarop het gebouw, de woning of de kamer in het leegstandsregister wordt opgenomen of na schrapping wordt heropgenomen.
9. Inventarisatieperiode: periode waarin het pand opgenomen is op de gemeentelijke inventaris leegstand.
10. Leegstaand gebouw: een gebouw wordt als leegstaand beschouwd indien meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Daarbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw. De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, of met de functie vermeld in een overeenkomstig eerdere wetgeving afgeleverde vergunning, gedane melding of aktename. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden. Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont, er zijn hoofdverblijfplaats heeft gevestigd en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
11. Leegstaande woning: een woning wordt als leegstaand beschouwd wanneer zij gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie. Handelshuizen waarvan het woongedeelte niet afzonderlijk toegankelijk is vanaf de straat en waarvan minstens het commercieel gedeelte wordt gebruikt, worden uitgesloten van inventarisatie.
12. Leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie.
13: Leegstaande kamer: een kamer wordt als leegstaand beschouwd wanneer zij gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie.
14. Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 2: Inventaris
§1. De administratie maakt drie afzonderlijke inventarissen: een inventaris leegstaande gebouwen, een inventaris leegstaande woningen en een inventaris leegstaande kamers. Alle inventarissen worden samen ondergebracht in het leegstandsregister.
§2. Woningen die door het Vlaams gewest geïnventariseerd zijn als ongeschikt en/of onbewoonbaar, worden niet opgenomen in het leegstandsregister.
§3. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in een van de inventarissen, vermeld in §1, aan de hand van een genummerde en gemotiveerde administratieve akte.
Artikel 3: Wijze van inventarisatie
§1. De administratie beoordeelt de leegstand van een gebouw of een woning aan de hand van objectieve indicatoren, zoals daar onder meer zijn (niet-limitatieve lijst):
§2. De ambtenaren van de administratie zijn bevoegd om leegstand van een gebouw en/of woning op te sporen en in een genummerde en gemotiveerde administratieve akte vast te stellen.
§3. De houder van het zakelijk recht wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname van leegstaande gebouwen, woningen en kamers in het leegstandsregister.
§4. De gemeentelijke inventaris leegstand wordt jaarlijks opgemaakt op 15 november.
Artikel 4: Betwistingen inventaris leegstand
§1. Binnen een termijn van 30 dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in artikel 3 §3, kan een zakelijk gerechtigde bij de beroepsinstantie, zijnde het college van burgemeester en schepenen, beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister.
§2 Het beroepsschrift dient ingediend met een beveiligde zending of door afgifte tegen ontvangstbewijs. Het beroepsschrift wordt gedagtekend en bevat minimaal de volgende gegevens:
Als het beroepsschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§3. Zolang de indieningstermijn van 30 dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepsschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepsschrift als ingetrokken beschouwd wordt.
§4 De beroepsinstantie registreert elk inkomend beroepsschrift in het leegstandsregister en meldt de ontvangst ervan aan de indiener van het beroepsschrift binnen een termijn van negentig dagen. De beroepsinstantie toetst de ontvankelijkheid van het beroepsschrift. Het beroepsschrift is alleen onontvankelijk in één van de volgende gevallen:
Als de beroepsinstantie vaststelt dat het beroepsschrift onontvankelijk is, deelt ze dat aan de indiener mee binnen een termijn van negentig dagen met de vermelding dat de procedure als afgehandeld wordt beschouwd.
§5. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepsschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling, of met een feitenonderzoek dat uitgevoerd wordt door een met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste ambtenaar. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§6. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het beroepsschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.
Als het college het beroep gegrond acht, of nalaat om binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, kennis te geven van zijn beslissing, kunnen de eerder gedane vaststellingen geen aanleiding geven tot een nieuwe beslissing tot opname in het leegstandsregister.
§7. Indien de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de zakelijk gerechtigde onontvankelijk of ongegrond is, neemt de administratie het gebouw of de woning in het leegstandsregister op vanaf de inventarisatiedatum.
Artikel 5: Schrapping uit de inventaris
§1. Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt, eens een zakelijk gerechtigde bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeld in artikel 1 §10, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden. Als datum van schrapping wordt vermeld de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie vermeld in artikel 1 §10.
§2. Een woning of kamer wordt uit het leegstandsregister geschrapt, eens een zakelijk gerechtigde bewijst dat deze woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend wordt in overeenstemming met de functie vermeld in artikel 1 §11 of §13. Als datum van schrapping wordt vermeld de eerste dag dat de woning of kamer weer ‘functie-eigen’ werd gebruikt, dus vanaf de eerste dag van deze zes maanden.
§3. Een gebouw, woning of kamer wordt uit het leegstandsregister geschrapt wanneer na sloop het puin verwijderd is.
§4. Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de zakelijk gerechtigde een gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending.
De administratie neemt een beslissing binnen een termijn van orde van twee maanden na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending indien ze voor de verzoeker negatief is.
§5. Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de zakelijk gerechtigde beroep aantekenen volgens de procedure vermeld in artikel 4.
§6 Indien de gemeente, zonder dat de belanghebbende zelf initiatief neemt, zelf vaststelt dat een gebouw, woning of kamer in aanmerking komt voor schrapping, dan kan de gemeente dit pand ambtshalve van de inventaris schrappen zonder dat dit voor de belanghebbende tot ruimere rechten kan leiden. De zakelijke gerechtigde wordt hiervan per gewone zending op de hoogte gebracht.
Artikel 3
Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht.
Artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Artikels 326 tot en met 341 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Het besluit van de Vlaamse regering houdende de subsidiëring van projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid van 16 november 2018.
De gemeenteraad besliste op 3 mei 2010 tot participatie in de ‘Interlokale Vereniging Wonen Deerlijk-Harelbeke-Kuurne-Lendelede’. Naar aanleiding van de participatie van de gemeente Zwevegem, op 1 januari 2020, werd de naam van deze vereniging omgevormd tot ‘Interlokale Vereniging Woonwijs’.
Op 19 december 2019 werden voor de periode ‘januari 2020 – december 2025’ subsidies toegekend door de Vlaamse overheid. Deze subsidies werden toegekend op basis van een subsidiedossier, waarin de acties en doelstellingen voor bovenvermelde periode werden opgenomen. Jaarlijks moet de uitvoering van deze acties via een stuurgroepvergadering worden aangetoond.
De overeenkomst met statutaire draagkracht bepaalt het volgende:
“De rekening van de interlokale vereniging wordt jaarlijks ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten en ter kennisname aan de andere deelnemers. Dit moet gebeuren uiterlijk binnen de zes maanden na de afsluiting van het werkjaar …
… Samen met de rekening wordt aan de deelnemers ook een jaarverslag ter beschikking gesteld. Dit jaarverslag wordt samen met de rekening aan de gemeenteraden ter goedkeuring voorgelegd. Ter gelegenheid van de behandeling van het jaarverslag geven de vertegenwoordigers van de gemeente in de interlokale vereniging toelichting aan de raad.
Het jaarverslag wordt gelijktijdig met de jaarrekening ter beschikking gesteld van de andere deelnemers, ter bespreking.
De jaarlijkse evaluatie door de gemeenteraden gebeurt ter gelegenheid van de bespreking van het jaarverslag.”
Het subsidiedossier van Woonwijs omvat 3 beleidsprioriteiten telkens met de ‘verplichte acties’ en optioneel gekozen ‘aanvullende acties’:
Beleidsprioriteit 1: De gemeente zorgt voor een divers en betaalbaar woonaanbod in functie van de woonnoden:
Aanvullende acties
Beleidsprioriteit 2: De gemeente werkt aan de kwaliteit van het woningpatrimonium en de woonomgeving:
Aanvullende acties:
Beleidsprioriteit 3: De gemeente informeert, adviseert en begeleidt inwoners met vragen over wonen:
Aanvullende acties:
Op de stuurgroepvergadering van 23 februari 2026 kwamen de cijfergegevens, acties en doelstellingen van werkjaar 15 (= kalenderjaar 2025) uitvoerig aan bod. Daarnaast werden ook de financiën van het voorbije werkjaar besproken. Deze maken integraal deel uit van het stuurgroepverslag. Al deze documenten vormen het jaarverslag van het voorbije werkjaar.
Aan de gemeenteraad wordt de rapportering van het werkingsjaar 15 voorgelegd.
Uit het jaarverslag blijkt dat de doelstellingen voor werkingsjaar 15 grotendeels gerealiseerd zijn. Het verslag in bijlage omvat een overzicht van alle acties en het resultaat per gemeente. Naast de reguliere taken had werkingsjaar 2025 volgende hoogtepunten:
Drie acties werden niet (volledig) uitgevoerd. Voor deze acties zal bijgevolg geen/ minder subsidie worden verkregen dan voorzien in het subsidiedossier:
Een volledig overzicht van de uitgevoerde activiteiten kan men terugvinden in het overzicht in bijlage.
Zoals overeengekomen in de samenwerkingsovereenkomst gebeurt de jaarlijkse evaluatie door de gemeenteraad ter gelegenheid van de bespreking van het jaarverslag.
De beslissing van de gemeenteraad van 3 mei 2010 tot oprichting, toetreding en goedkeuring van de samenwerkingsovereenkomst van de Interlokale Vereniging Wonen
DHKL.
De beslissing van de gemeenteraad van 26 juni 2019 tot goedkeuring van het subsidiedossier voor de periode 2020 - 2025, later goedgekeurd door de Vlaamse overheid.
De aangepaste samenwerkingsovereenkomst van de Interlokale Vereniging Woonwijs goedgekeurd door de gemeenteraad op 26 juni 2019.
De beslissing van de gemeenteraad van 25 februari 2021 tot goedkeuring van het woonplan Kuurne 2021-2025.
De beslissing van de gemeenteraad van 24 maart 2022 houdende goedkeuring van het jaarverslag en jaarrekening van werkingsjaar 11 (2021).
De beslissing van de gemeenteraad van 27 april 2023 houdende de goedkeuring van het jaarverslag en jaarrekening van werkingsjaar 12 (2022).
De beslissing van de gemeenteraad van 25 april 2024 houdende de goedkeuring van het jaarverslag en de jaarrekening van werkingsjaar 13 (2023).
De beslissing van de gemeenteraad van 5 juni 2025 houdende de goedkeuring van het jaarverslag en van de jaarrekening van werkingsjaar 14 (2024).
Het subsidiedossier van de Interlokale vereniging Woonwijs ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid waarin voor de periode 2020-2025 alle acties en doelstellingen zijn opgenomen.
Wat betreft het financieel verslag voor werkingsjaar 15 bedroeg de totale uitgave 320.942,18 euro waarvan de verwachte subsidie van Wonen Vlaanderen 136.497 euro bedraagt. Rekening houdende met de verwachte subsidie, bedraagt de verwachte bijdrage voor werkingsjaar 15 vanuit de gemeente Kuurne 29.358,14 euro. Er werd een voorschot betaald van 33.930 euro.
Zowel de personeelskost als de werkingskost liggen lager dan geraamd. De personeelskost ligt lager omdat 1 personeelslid tijdskrediet (ouderschapsverlof) opnam.
Pas na goedkeuring van de jaar- en financiële verslagen door Wonen in Vlaanderen en de raden van de deelnemende gemeenten, kunnen de saldo’s effectief verrekend worden.
Het verschil met de reeds betaalde voorschotten zal, rekening houdend met de verdeelsleutel volgens het aantal huishoudens, nadien aan de Woonwijsgemeenten terugbetaald worden.
Artikel 1
Het jaarverslag en de jaarrekening van werkingsjaar 15 (kalenderjaar 2025) van de Interlokale Vereniging Woonwijs worden goedgekeurd.
Artikel 2
Het jaarverslag en de jaarrekening van werkingsjaar 15 (kalenderjaar 2025) worden ter goedkeuring voorgelegd aan de subsidiërende overheid.
Artikel 3
De werking van de interlokale vereniging Woonwijs wordt positief geëvalueerd.
Artikel 4
Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikels 326 tot en met 341, betreffende het bestuurlijk toezicht.
Al enkele jaren werkt het gemeentebestuur aan de realisatie van het Vlaspark. Na het voltooien van de WinVorm wedstrijd waarbij een masterplan opgemaakt werd door Plusoffice en DELVA landscape Architects, werd Intercommunale Leiedal aangesteld om de projectregie op zich te nemen. Tevens werd een overeenkomst gesloten met de Intercommunale Leiedal waarbij ze aangesteld werden als bouwheer en coördinator van de realisatie van de site. Doel van deze overeenkomst is prioritair in te zetten op de Cluster Sabbe.
Leiedal diende bij de aankoop van roterij Sabbe met de Vlaamse inspectie Onroerend Erfgoed een minnelijke schikking te sluiten met de verplichting tot het uit voeren van herstelmaatregelen:
De gemeenteraad keurde in zitting van 28 maart 2024 de aankoop van de site Roterij Sabbe goed. Door de omvang van de werken en de ervaring uit het project Transfo, stelde Leiedal voor om Roterij Sabbe over te dragen.
Roterij Sabbe werd in de jaren ‘30 opgericht en door de familie Sabbe uitgebaat tot de jaren ‘70. Na een periode van verval renoveerden de gemeente Kuurne en intercommunale Leiedal het gebouw. Na deze renovatie wenst de gemeente Kuurne de roterij te verkopen eventueel samen met de twee vlasloodsen ten westen van de roterij. Bij deze verkoop is niet enkel de prijs van belang, maar ook de toekomstige functie en invulling die aan het gebouw wordt gegeven. Op basis van omgeving, erfgoedwaarde en ruimtes zijn kleinschalige verblijfsrecreatie, co-creatie, kantoren, horeca,... mogelijk zonder dat dit de enige mogelijkheden zijn.
Het pand wordt verkocht volgens de procedure ‘verkoop onder voorwaarden – bieding onder gesloten omslag’. Deze procedure wordt gebruikt om op een objectieve en transparante manier de beste koopvoorwaarden (prijs en programma) voor het pand te kunnen verkrijgen. In bijlage vinden jullie het verkoopdossier dat op eenvoudig verzoek zal overgemaakt worden aan kandidaat kopers.
Om te komen tot een goede herbestemming van roterij Sabbe op korte en lange termijn, zijn volgende voorwaarden belangrijk:
Er kan een bod ingediend worden tot uiterlijk 15 september 2026 om 12u.
Algemeen
Beoordelingscriterium ‘Prijs’ (60 punten)
Beoordelingscriterium 'Activiteit' (40 punten)
De kandidaat-koper beschrijft in maximaal 6 A4’s (inclusief figuren) de geplande invulling en activiteit van het pand. De beoordeling (max. 40 punten) gebeurt op basis van volgende subcriteria:
De belevingswaarde van de activiteit voor bezoekers en bewoners in de gemeente en regio.
De maatschappelijke meerwaarde van de activiteit.
De flexibiliteit van het programma, zowel op functioneel als ruimtelijk vlak. Het gebruik van de voorziene ruimte. De kandidaat-koper is expliciet in het gebruik van de ruimtes. De kandidaat-koper vermeldt of er een woning gekoppeld wordt aan de activiteit en welke ruimte deze inneemt.
De mate waarin de activiteit gericht op fietsers en autoluw is. De kandidaat-koper vermeldt expliciet bezoekersaantallen en benodigde parking.
De mate waarin de activiteit verweefbaar is met de woonomgeving. De openheid en toegankelijkheid van de roterij (zie pagina 16).
De aandacht voor het landschap. De kandidaat-koper meldt in hoeverre hij buitenruimte nodig heeft voor zijn activiteit en zo ja, hoe deze ingericht zal worden. De mate waarin de activiteit bijdraagt aan de realisatie van het Vlaspark.
Inpasbaarheid in de omgeving en conformiteit aan het RUP.
De mate waarin het aanwezige erfgoed en de activiteit elkaar versterken. De mate waarin de koper en zijn activiteit instaan voor het behoud en toekomstig beheer van roterij Sabbe als beschermd monument.
Gemeenteraadsbesluit van 28 maart 2024 houdende "Project Roterij Sabbe / Leiedal - Goedkeuren akte tot aankoop - Goedkeuren akte minnelijke schikking - Goedkeuren overname opdracht aNNo architecten - Vaststellen en goedkeuren bestek opdracht renovatie".
Gemeenteraadsbesluit van 4 juli 2024 houdende "Gemeentelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan 'Roterij Sabbe' - definitieve vaststelling".
Verkoopdossier Roterij Sabbe.
Artikel 1
Het verkoopdossier in bijlage bij dit besluit en de voorgestelde verkoopsprocedure worden goedgekeurd.
Artikel 2
Deze beslissing wordt onderworpen aan het bestuurlijk toezicht.
Artikel 162 van de grondwet.
Artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikels 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 betreffende het bestuurlijk toezicht.
Sociale Woonmaatschappij Elan verkreeg een omgevingsvergunning voor de sloop en herbouw van het project Spijker en Schardauw.
Binnen dit project wordt ook het openbaar domein van de site opnieuw aangelegd. De kost hiervan is deels gesubsidieerd en er werd dan ook een verdeelsleutel door de VMSW (Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen) vastgelegd.
In navolging hiervan werd samen met Woonmaatschappij Elan een samenwerkingsovereenkomst opgesteld om de taakverdeling en verantwoordelijkheid onderling goed af te stemmen. Deze samenwerkingsovereenkomst werd hier in bijlage opgenomen en ligt ter goedkeuring voor aan de raad.
Verdeelsleutel deel 1: Het centrale plein en het openbaar domein rondom de gebouwen wordt gesubsidieerd voor 97% ten laste van de VMSW, dit conform artikel 8, §2 van het MB van 27 mei 2014, 3% ten laste van de gemeente Kuurne.
Verdeelsleutel deel 2: De toegangen aan de Sprokkelweg en de Stormdreef, de voetpaden aan de Hulstestraat en de Hulstestraat zelf worden, conform art. 5.62, §3, 1° en 5° van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, gesubsidieerd aan 60% ten laste van de VMSW. 40% is ten laste van de gemeente Kuurne.
Verdeelsleutel deel 3: De huisaansluitputjes worden niet gesubsidieerd door de VMSW en bijgevolg 100% ten laste genomen door de WM Elan.
Deze werken worden gesubsidieerd volgens verdeelsleutel zoals hierboven vermeld tot een maximum van 30.500 € investeringsbudget voor infrastructuur, openbare verlichting, drinkwaterleiding en buurthuis per gerealiseerde sociale woning. Dit omvat ook meerwerken, prijsherziening, BTW en 10% algemene kosten.
Er worden 161 sociale woningen gecreëerd waardoor het plafondbedrag van de maximale subsidie vanuit de VMSW 4.910.500,00 euro bedraagt.
Gemeente en WM Elan engageren zich beiden om de realisatie van het publiek domein en de voorziene 161 m² buurthuis (casco) binnen dit budget te doen passen. Ten aanzien van de raming die bij de omgevingsvergunning ingediend werd, dient nog een besparing gerealiseerd te worden. Momenteel zitten we op basis van de laatste ramingen en inschattingen circa 420.000 euro boven het plafondbedrag. WM Elan en de gemeente gaan hiervoor in overleg met het ontwerpteam. Dit is een gedeelde verantwoordelijkheid. Mocht het budget uiteindelijk hoger uitvallen dan het prijsplafond van de VMSW, dan zullen beide partners deze niet-gesubsidieerde kost voor 50% dragen (momenteel 210.000 euro). Gezien de latere uitvoering in de tijd, kan dit nog oplopen.
Artikel 1
De samenwerkingsovereenkomst voor het project Spijker en Schardauw tussen het gemeentebestuur Kuurne en Woonmaatschappij Elan wordt goedgekeurd. De samenwerkingsovereenkomst in bijlage maakt integraal deel uit van dit besluit.
Artikel 2
De voorzitter van de raad, Chris Delneste, en de algemeen directeur, Els Persyn, worden gemachtigd om namens de gemeenteraad deze overeenkomst te ondertekenen.
Artikel 3
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de verdere uitvoeringsmodaliteiten.
Artikel 4
Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht.
Artikel 162 van de grondwet.
Artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikels 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De gemeente neemt deel aan Imog.
De gemeente werd opgeroepen per e-mail van 25 maart 2026 om deel te nemen aan de zitting van de algemene vergadering der aandeelhouders van Imog op dinsdag 19 mei 2026.
De e-mail van Imog van 25 maart 2026 met uitnodiging tot de algemene vergadering der aandeelhouders op dinsdag 19 mei 2026, vermeldt volgende agenda:
E-mail van Imog van 25 maart 2026 met bijlagen.
Artikel 1
De gemeenteraad verleent zijn goedkeuring aan volgende agendapunten van de algemene vergadering der aandeelhouders van Imog op dinsdag 19 mei 2026:
Artikel 2
De gemeenteraad zal de aangeduide vertegenwoordiger de heer Marc Plets en/of zijn plaatsvervanger mevr. Greta Verhaeghe opdragen hun stemgedrag af te stemmen op de beslissing genomen in onderhavig raadsbesluit en als dusdanig de op de agenda geplaatste punten van de algemene vergadering der aandeelhouders van Imog op dinsdag 19 mei 2026, waarvoor een beslissing moet worden genomen, goed te keuren.
Artikel 3
Een afschrift van deze beraadslaging zal worden overgemaakt aan Imog, Kortrijksesteenweg 264 te 8530 Harelbeke.
Artikel 4
Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht.
Artikel 162 van de grondwet.
Artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikels 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De gemeente neemt deel aan Leiedal.
De gemeente werd opgeroepen per aangetekende brief van 27 maart 2026 om deel te nemen aan de zitting van de algemene vergadering van Leiedal op woensdag 27 mei 2026.
De aangetekende brief van Leiedal van 27 maart 2026 met uitnodiging tot de algemene vergadering op woensdag 27 mei 2026, vermeldt volgende agenda:
1. Verslag over de activiteiten in 2025;
Aan de raad van bestuur wordt een toelichting gegeven over de activiteiten van Leiedal in het werkingsjaar 2025.
2. Goedkeuring van de jaarrekening per 31/12/2025;
In uitvoering van Artikel 52 van de statuten stelt de vergadering de jaarrekening vast aan de hand van het verslag van de raad van bestuur en het verslag van de commissaris.
3. Kwijting van bestuurders en commissaris;
In uitvoering van Artikel 52 van de statuten verleent de algemene vergadering terzelfdertijd kwijting aan de bestuurders en de commissaris.
4. Benoeming commissaris voor de werkingsjaren 2026-2028;
In uitvoering van Artikel 41 van de statuten benoemt de algemene vergadering voor een periode van drie jaar.
5. Benoeming bestuurders en deskundigen;
Pro memori
6. Varia.
Aangetekende brief van Leiedal van 27 maart 2026 met bijlagen.
Artikel 1
De gemeenteraad verleent zijn goedkeuring aan volgende agendapunten van de algemene vergadering van Leiedal op woensdag 27 mei 2026:
1. Verslag over de activiteiten in 2025;
Aan de raad van bestuur wordt een toelichting gegeven over de activiteiten van Leiedal in het werkingsjaar 2025.
2. Goedkeuring van de jaarrekening per 31/12/2025;
In uitvoering van Artikel 52 van de statuten stelt de vergadering de jaarrekening vast aan de hand van het verslag van de raad van bestuur en het verslag van de commissaris.
3. Kwijting van bestuurders en commissaris;
In uitvoering van Artikel 52 van de statuten verleent de algemene vergadering terzelfdertijd kwijting aan de bestuurders en de commissaris.
4. Benoeming commissaris voor de werkingsjaren 2026-2028;
In uitvoering van Artikel 41 van de statuten benoemt de algemene vergadering voor een periode van drie jaar.
5. Benoeming bestuurders en deskundigen;
Pro memori
6. Varia.
Artikel 2
De gemeenteraad zal de aangeduide vertegenwoordiger mevr. Hilde Vanhauwaert en/of haar plaatsvervanger de heer Marc Plets opdragen hun stemgedrag af te stemmen op de beslissing genomen in onderhavig raadsbesluit en als dusdanig de op de agenda geplaatste punten van de algemene vergadering van Leiedal op woensdag 27 mei 2026, waarvoor een beslissing moet worden genomen, goed te keuren.
Artikel 3
Een afschrift van deze beraadslaging zal worden overgemaakt aan Leiedal, President Kennedypark 10 te 8500 Kortrijk.
Artikel 4
Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht.
Artikel 162 van de grondwet.
Artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikels 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De gemeente neemt deel aan Zefier cv.
De gemeente werd opgeroepen per e-mail van 24 maart 2026 om deel te nemen aan de zitting van de jaarvergadering van Zefier cv op donderdag 11 juni 2026.
De e-mail van Zefier cv van 24 maart 2026 met uitnodiging tot de jaarvergadering op donderdag 11 juni 2026, vermeldt volgende agenda:
E-mail van Zefier cv van 24 maart 2026 met bijlagen.
Artikel 1
De gemeenteraad verleent zijn goedkeuring aan volgende agendapunten van de jaarvergadering van Zefier cv op donderdag 11 juni 2026:
Artikel 2
De gemeenteraad zal de aangeduide vertegenwoordiger de heer Jan Deprez opdragen zijn stemgedrag af te stemmen op de beslissing genomen in onderhavig raadsbesluit en als dusdanig de op de agenda geplaatste punten van de jaarvergadering van Zefier cv op donderdag 11 juni 2026, waarvoor een beslissing moet worden genomen, goed te keuren.
Artikel 3
Een afschrift van deze beraadslaging zal worden overgemaakt aan Zefier cv, Koning Albert II-laan 37 te 1030 Brussel.
Artikel 4
Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht.
Artikel 162 van de grondwet.
Artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikels 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De gemeente neemt deel aan Cipal (C-Smart).
De gemeente werd opgeroepen per e-mail van 27 maart 2026 om deel te nemen aan de zitting van de algemene vergadering van Cipal (C-Smart) op donderdag 25 juni 2026.
De e-mail van Cipal (C-Smart) van 27 maart 2026 met uitnodiging tot de algemene vergadering op donderdag 25 juni 2026, vermeldt volgende agenda:
De raad van bestuur stelt voor de officiële naam van de dienstverlenende vereniging te wijzigen in “C-smart”. De naam C-smart wordt vandaag reeds door de dienstverlenende vereniging gebruikt als merknaam voor haar dienstverlening, waaronder de rol van aankoopcentrale.
De statuten regelen de organisatie en de werking van de dienstverlenende vereniging. Het ontwerp van statutenwijziging werd samen met het advies van de Vlaamse Regering over de statutenwijziging op 27 maart 2026 via e-mail overgemaakt.
Artikel 427 van het decreet over het lokaal bestuur bepaalt dat uiterlijk negentig kalenderdagen voor de algemene vergadering die de statutenwijzigingen moet beoordelen, een door de raad van bestuur opgesteld ontwerp samen met het advies van de Vlaamse Regering over de statutenwijzigingen aan alle deelnemers wordt voorgelegd. De beslissingen daarover van hun raden die de oorspronkelijke statuten hebben goedgekeurd, bepalen het mandaat van de respectieve vertegenwoordigers op de algemene vergadering en worden bij het verslag gevoegd. De algemene vergadering waarvan sprake in deze alinea wordt voorzien op 25 juni 2026.
E-mail van Cipal (C-Smart) van 27 maart 2026 met bijlagen.
Artikel 1
De gemeenteraad verleent zijn goedkeuring aan volgende agendapunten van de algemene vergadering van Cipal (C-Smart) op donderdag 25 juni 2026:
Artikel 2
De gemeenteraad keurt het ontwerp van statutenwijziging van de dienstverlenende vereniging Cipal (C-smart), medegedeeld bij e-mail van 27 maart 2026 en te behandelen op de algemene vergadering van 25 juni 2026, goed.
Artikel 3
De gemeenteraad zal de aangeduide vertegenwoordiger de heer Willem Vanwynsberghe en/of zijn plaatsvervanger de heer Johan Schietgat opdragen hun stemgedrag af te stemmen op de beslissing genomen in onderhavig raadsbesluit en als dusdanig de op de agenda geplaatste punten van de algemene vergadering van Cipal (C-Smart) op donderdag 25 juni 2026, waarvoor een beslissing moet worden genomen, goed te keuren.
Artikel 4
Een afschrift van deze beraadslaging zal digitaal worden overgemaakt aan Cipal (C-Smart) via infoavdv@cipal.be.
Artikel 5
Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht.
Artikel 162 van de grondwet.
Artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikels 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De gemeente neemt deel aan Fluvius West.
De gemeente werd opgeroepen per aangetekende brief van 2 april 2026 om deel te nemen aan de zitting van de algemene vergadering van Fluvius West op 9 juni 2026.
De aangetekende brief van Fluvius West van 2 april 2026 met uitnodiging tot de algemene vergadering op 9 juni 2026, vermeldt volgende agenda:
Aangetekende brief van Fluvius West van 2 april 2026 met bijlagen.
Artikel 1
De gemeenteraad verleent zijn goedkeuring aan volgende agendapunten van de algemene vergadering van Fluvius West op 9 juni 2026:
Artikel 2
De gemeenteraad zal de aangeduide vertegenwoordiger Bert Deroo en/of zijn plaatsvervanger Marc Plets opdragen hun stemgedrag af te stemmen op de beslissing genomen in onderhavig raadsbesluit en als dusdanig de op de agenda geplaatste punten van de algemene vergadering van Fluvius West op 9 juni 2026, waarvoor een beslissing moet worden genomen, goed te keuren.
Artikel 3
Een afschrift van deze beraadslaging zal worden overgemaakt aan Fluvius West, t.a.v. het secretariaat van Fluvius West, uitsluitend op het mailadres vennootschapssecretariaat@fluvius.be.
Artikel 4
Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht.
Artikel 162 van de grondwet.
Artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikels 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De gemeente neemt deel aan Farys ov.
De gemeente werd opgeroepen per aangetekende brief van 1 april 2026 om deel te nemen aan de zitting van de algemene vergadering van Farys ov op 19 juni 2026.
De aangetekende brief van Farys ov van 1 april 2026 met uitnodiging tot de algemene vergadering op 19 juni 2026, vermeldt volgende agenda:
1. Wijzigingen in deelnemers en/of kapitaal
2. Wijziging van bijlage 1 en 2 aan de statuten ingevolge wijzigingen in deelnemers en/of kapitaal
3. Verslag van de Raad van Bestuur over het boekjaar 2025
4. Verslagen van de commissaris
5. a. Goedkeuring van de maatschappelijke jaarrekening over het boekjaar 2025 afgesloten per 31 december 2025
b. Goedkeuring van de geconsolideerde jaarrekening over het boekjaar 2025 afgesloten per 31 december 2025
6. Kwijting aan de bestuurders en de commissaris
7. Actualisering presentievergoeding
8. Statutaire benoemingen
Varia
Aangetekende brief van Farys ov van 1 april 2026 met bijlagen.
Artikel 1
De gemeenteraad verleent zijn goedkeuring aan volgende agendapunten van de algemene vergadering van Farys ov op 19 juni 2026:
1. Wijzigingen in deelnemers en/of kapitaal
2. Wijziging van bijlage 1 en 2 aan de statuten ingevolge wijzigingen in deelnemers en/of kapitaal
3. Verslag van de Raad van Bestuur over het boekjaar 2025
4. Verslagen van de commissaris
5. a. Goedkeuring van de maatschappelijke jaarrekening over het boekjaar 2025 afgesloten per 31 december 2025
b. Goedkeuring van de geconsolideerde jaarrekening over het boekjaar 2025 afgesloten per 31 december 2025
6. Kwijting aan de bestuurders en de commissaris
7. Actualisering presentievergoeding
8. Statutaire benoemingen
Varia
Artikel 2
De gemeenteraad zal de aangeduide vertegenwoordiger de heer Marc Plets en/of zijn plaatsvervanger de heer Chris Delneste opdragen hun stemgedrag af te stemmen op de beslissing genomen in onderhavig raadsbesluit en als dusdanig de op de agenda geplaatste punten van de algemene vergadering van Farys ov op 19 juni 2026, waarvoor een beslissing moet worden genomen, goed te keuren.
Artikel 3
Een afschrift van deze beraadslaging zal worden overgemaakt aan Farys ov, hetzij per elektronische post op avfarys@farys.be, hetzij per post t.a.v. Farys ov, Intercommunaal Beheer, Stropstraat 1, 9000 Gent.
Artikel 4
Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht.
Artikel 162 van de grondwet.
Artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikels 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De gemeente neemt deel aan Psilon.
De gemeente werd opgeroepen per mail van 10 april 2026 om deel te nemen aan de algemene vergadering van Psilon op woensdag 17 juni 2026.
De mail van Psilon van 10 april 2026 met uitnodiging tot de algemene vergadering op woensdag 17 juni 2026, vermeldt volgende agenda:
Mail van Psilon van 10 april 2026 met bijlage.
Artikel 1
De gemeenteraad verleent zijn goedkeuring aan volgende agendapunten van de algemene vergadering van Psilon op woensdag 17 juni 2026:
Artikel 2
De gemeenteraad zal de aangeduide vertegenwoordiger de heer Geert Lesage en/of zijn plaatsvervanger de heer Johan Bossuyt opdragen hun stemgedrag af te stemmen op de beslissing genomen in onderhavig raadsbesluit en als dusdanig de op de agenda geplaatste punten van de algemene vergadering van Psilon op woensdag 17 juni 2026, waarvoor een beslissing moet worden genomen, goed te keuren.
Artikel 3
Een afschrift van deze beraadslaging zal worden overgemaakt aan Psilon, Ambassadeur Baertlaan 5, 8500 Kortrijk.
Artikel 4
Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht.
Artikel 162 van de grondwet.
Artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikels 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 betreffende het bestuurlijk toezicht.
Artikels 432 en 459 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
De gemeente neemt deel aan Creat Services dv.
De gemeente werd opgeroepen per aangetekende brief van 3 april 2026 om deel te nemen aan de zitting van de algemene vergadering van Creat Services dv op dinsdag 16 juni 2026, die fysiek zal plaatsvinden met digitale inbelmogelijkheid via Zoom.
De aangetekende brief van Creat Services dv van 3 april 2026 met uitnodiging tot de algemene vergadering op dinsdag 16 juni 2026, vermeldt volgende agenda:
1. Wijziging van vermogen
2. Actualisering van bijlagen 1 en 2 aan de statuten ingevolge wijziging van vermogen
3. Verslag van de Raad van Bestuur over het boekjaar 2025
4. Verslag van de commissaris
5. a. Goedkeuring van de jaarrekening over het boekjaar 2025 afgesloten per 31 december 2025
b. Goedkeuring van de voorgestelde resultaatsverdeling over het boekjaar 2025
6. Kwijting aan de bestuurders en de commissaris
7. Actualisering presentievergoeding
8. Statutaire benoemingen
Varia
Aangetekende brief van Creat Services dv van 3 april 2026 met bijlagen.
Artikel 1
De gemeenteraad verleent zijn goedkeuring aan volgende agendapunten van de buitengewone algemene vergadering van Creat Services dv op dinsdag 16 juni 2026:
1. Wijziging van vermogen
2. Actualisering van bijlagen 1 en 2 aan de statuten ingevolge wijziging van vermogen
3. Verslag van de Raad van Bestuur over het boekjaar 2025
4. Verslag van de commissaris
5. a. Goedkeuring van de jaarrekening over het boekjaar 2025 afgesloten per 31 december 2025
b. Goedkeuring van de voorgestelde resultaatsverdeling over het boekjaar 2025
6. Kwijting aan de bestuurders en de commissaris
7. Actualisering presentievergoeding
8. Statutaire benoemingen
Varia
Artikel 2
De gemeenteraad zal de aangeduide vertegenwoordiger mevr. Hilde Vanhauwaert en/of haar plaatsvervanger mevr. Eveline Van Haverbeke opdragen hun stemgedrag af te stemmen op de beslissing genomen in onderhavig raadsbesluit en als dusdanig de op de agenda geplaatste punten van de algemene vergadering van Creat Services dv op dinsdag 16 juni 2026, waarvoor een beslissing moet worden genomen, goed te keuren.
Artikel 3
Een afschrift van deze beraadslaging zal worden overgemaakt aan Creat Services dv, hetzij per elektronische post op AVCreatServices@creat.be, hetzij per post t.a.v. Creat Services dv p/a Intercommunaal Beheer, Stropstraat 1 te 9000 Gent.
Artikel 4
Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht.
Artikel 162 van de grondwet.
Artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikels 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De gemeente neemt deel aan Poolstok CV.
De gemeente werd opgeroepen per e-mail van 15 april 2026 om deel te nemen aan de zitting van de algemene vergadering van Poolstok CV op vrijdag 29 mei 2026.
De e-mail van Poolstok CV van 15 april 2026 met uitnodiging tot de algemene vergadering op vrijdag 29 mei 2026, vermeldt volgende agenda:
Desgevallend: varia.
E-mail van Poolstok CV van 15 april 2026 met bijlagen.
Artikel 1
De gemeenteraad verleent zijn goedkeuring aan volgende agendapunten van de algemene vergadering van Poolstok CV op vrijdag 29 mei 2026:
Desgevallend: varia.
Artikel 2
De gemeenteraad zal de aangeduide vertegenwoordiger de heer Jeroen Dujardin en/of zijn plaatsvervanger de heer Willem Vanwynsberghe opdragen hun stemgedrag af te stemmen op de beslissing genomen in onderhavig raadsbesluit en als dusdanig de op de agenda geplaatste punten van de algemene vergadering van Poolstok CV op vrijdag 29 mei 2026, waarvoor een beslissing moet worden genomen, goed te keuren.
Artikel 3
Een afschrift van deze beraadslaging zal worden overgemaakt aan Poolstok CV, Vaartdijk 3/101, 3018 Wijgmaal, t.a.v. de heer Raf Drieskens, voorzitter.
Artikel 4
Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht.
Artikels 119, 119bis en 135 van de Nieuwe Gemeentewet.
Wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer.
Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg.
Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties en latere wijzigingen.
Koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, laatst gewijzigd bij Koninklijk besluit van 14 januari 2026 tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen.
Wet van 11 december 2023 tot wijziging van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, van de Nieuwe Gemeentewet en van de wet van 15 mei 2007 tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet (hierna genoemd 'de wijzigingswet').
Artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Door de wijziging van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties werden in 2024 enkele aanpassingen doorgevoerd aan de bijzondere politieverordening inzake GAS 4.
Op basis van artikel 3, 3° van de GAS-wet kon een gemeente vanaf 8 januari 2024 overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en overtredingen betreffende de verkeersborden C3, F103 en F111 sanctioneren met een gemeentelijke administratieve sanctie.
Tegelijkertijd schrijft artikel 4, §4, tweede lid van de GAS-wet evenwel voor dat GAS 4-inbreuken maar kunnen gesanctioneerd worden, nadat een koninklijk besluit deze uitdrukkelijk vaststelt en er een welbepaald boetebedrag aan koppelt. En precies daar wrong tot voor kort het schoentje. Op 9 maart 2014 werd voor het eerst een koninklijk besluit uitgevaardigd dat de eerste generatie GAS 4‑inbreuken van een concreet boetebedrag voorzag. De lijst van inbreuken die in artikel 2 van dit koninklijk besluit zijn opgenomen, diende in aansluiting op de wetswijziging van 11 december 2023 te worden aangevuld met de “inbreuk op het verkeersbord F111 voor wat betreft het inhaalverbod”. Tot zolang beschikte de sanctionerend ambtenaar op grond van de GAS‑wet wel over de bevoegdheid om kennis te nemen van vaststellingsverslagen inzake inbreuken op het inhaalverbod in fietszones en deze te beoordelen, maar kon hij niet overgaan tot een effectieve sanctionering ervan. Deze noodzakelijke aanvulling van het koninklijk besluit van 9 maart 2014 is uiteindelijk pas doorgevoerd bij koninklijk besluit van 14 januari 2026 tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 23 januari 2026; inwerkingtreding op 1 maart 2026).
Het is dan ook noodzakelijk om deze sanctiemogelijkheid effectief op te nemen in de bijzondere politieverordening door het reeds in 2024 “pro forma” ontwikkelde artikel 24bis op te nemen in de tekst van artikel 29 van diezelfde verordening. Hierdoor verliest artikel 24bis zijn “pro forma”-karakter en kan de destijds voorziene voetnoot worden geschrapt.
Daarnaast voorziet het KB van 14 januari 2026 nog een aantal kleine tekstuele aanpassingen, teneinde opnieuw in overeenstemming te zijn met enkele recente wijzigingen van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg ( “de Wegcode”).
Gemeenteraadsbesluit van 30 mei 2024 houdende "Bijzondere politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3, F103 en F111 - goedkeuring wijzigingen".
Gemeenteraadsbesluit van 4 juli 2024 houdende "Bijzondere politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3, F103 en F111 - goedkeuring opheffing artikel 28".
Bijzondere politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
Artikel 1
De gemeenteraad hecht goedkeuring aan volgende wijzigingen aan de bijzondere politieverordening (de wijzigingen worden in het vet aangeduid):
Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld :
- Buiten de rijbaan op de gelijkgrondse berm of, buiten de bebouwde kommen, op eender welke berm;
- Indien het een berm betreft die de voetgangers moeten volgen, moet langs de buitenkant van de openbare weg een begaanbare strook van ten minste 1,50 meter breed vrijgelaten worden;
- Indien de berm niet breed genoeg is, moet het geparkeerd voertuig gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op de rijbaan opgesteld worden;
- Indien er geen bruikbare berm is, moet het geparkeerd voertuig op de rijbaan worden opgesteld worden.
- Indien de berm niet breed genoeg is, moet het stilstaand voertuig opgesteld worden gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op :
- Indien er geen bruikbare berm is, moet het stilstaand voertuig opgesteld worden op :
1° Op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter van de plaats waar de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om op het fietspad te rijden;
2° Op de rijbaan op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter voor de oversteekplaatsen voor voetgangers en de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen;
3° In de nabijheid van de kruispunten, op minder dan 5 meter van de verlenging van de naastbijgelegen rand van de dwarsrijbaan, behoudens plaatselijke reglementering;
4° Op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten op de kruispunten, behoudens plaatselijke reglementering;
5° Op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten buiten de kruispunten behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeerslichten zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;
6° Op minder dan 20 meter voor de verkeersborden behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeersborden zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt.
7° op de verhoogde inrichtingen, behoudens plaatselijke inrichtingen.
Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:
Het is verboden een voertuig te parkeren :
1° Op minder dan 1 meter zowel voor als achter een ander stilstaand of geparkeerd voertuig en op elke plaats waar het voertuig het instappen in of het wegrijden van een ander voertuig zou verhinderen;
2° Op minder dan 15 meter aan weerszijden van een bord dat een autobus-, trolleybus- of tramhalte aanwijst;
3° Voor de inrij van eigendommen, behalve de voertuigen waarvan het inschrijvingsteken leesbaar op die inrij is aangebracht;
4° Op elke plaats waar het voertuig de toegang tot buiten de rijbaan aangelegde parkeerplaatsen zou verhinderen;
5° Buiten de bebouwde kommen op de rijbaan van een openbare weg waarop het verkeersbord B9 is aangebracht;
6° Op de rijbaan wanneer deze verdeeld is in rijstroken, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a of E9b is aangebracht;
7° Op de rijbaan langs de gele onderbroken streep, bedoeld in artikel 75.1.2° van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
8° Op rijbanen met tweerichtingsverkeer tegenover een ander stilstaand of geparkeerd voertuig, wanneer twee andere voertuigen daardoor elkaar moeilijk zouden kunnen kruisen;
9° Op de middelste rijbaan van een openbare weg met drie rijbanen;
10° Buiten de bebouwde kommen, langs de linkerkant van een rijbaan van een openbare weg met twee rijbanen of op de middenberm die deze rijbanen scheidt;
11° op de zijdelingse stroken bedoeld in artikel 75.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:
Het niet respecteren van de stilstaan of parkeren is verboden op witte markeringen die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen moeten staan, bedoeld in artikel 77.5 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen moeten staan.
Artikel 24bis wordt als volgt gewijzigd:
Het niet in acht nemen van het verkeersbord F111, behalve wat de snelheidsbeperking betreft.
De voetnoot bij artikel 24bis wordt geschrapt.
Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:
De inbreuken op de artikelen 5 tot en met 24bis worden gesanctioneerd met een gemeentelijke administratieve geldboete of een onmiddellijke betaling, zoals bepaald in artikel 2,§1 van het koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, met latere wijzigingen. betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F 103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen.
Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:
De inbreuken op de artikelen 25 tot en met 27 28 worden gesanctioneerd met een gemeentelijke administratieve geldboete of een onmiddellijke betaling, zoals bepaald in artikel 2,§2 van het koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, met latere wijzigingen. betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F 103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen.
Onderhavige bijzondere politieverordening is in werking getreden op 1 januari 2015, met uitzondering van:
Artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikel 166-169 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
De lokale rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel, vastgesteld bij beslissing van de gemeenteraad van 22 december 2008 en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 145.
In zitting van 26 februari 2026 aanvaardde de gemeenteraad het ontslag van de financieel directeur. Aan de heer Jurgen Vanoverberghe werd ontslag verleend uit zijn functie van financieel directeur met ingang van 1 mei 2026. De betrekking van financieel directeur werd vacant verklaard.
Om de continuïteit van de dienstverlening en de goede werking van de financiële dienst te garanderen is het nodig om op een vlotte manier in een vervanging te voorzien. Overeenkomstig artikel 166 van het decreet over het lokaal bestuur regelt de gemeenteraad de vervanging van de algemeen directeur en de financieel directeur bij hun afwezigheid of verhindering. Er wordt in elk geval in een waarneming van het ambt van algemeen directeur of financieel directeur voorzien als de afwezigheid of verhindering van de algemeen directeur of financieel directeur langer dan honderdtwintig dagen duurt of als het ambt vacant werd verklaard.
De waarnemend financieel directeur oefent alle bevoegdheden uit die aan het ambt verbonden zijn. Het decreet over het lokaal bestuur legt geen voorwaarden op waaraan de vervanger of de waarnemer moet voldoen. Er wordt voorgesteld om mevr. Sara Bruyneel, stafmedewerker financiën, aan te stellen als waarnemend financieel directeur.
Gemeenteraadsbesluit van 26 februari 2026 houdende "Gemeentepersoneel - aanvaarden ontslag financieel directeur".
Gemeenteraadsbesluit van 26 februari 2026 houdende "Gemeentepersoneel - vacant verklaren betrekking financieel directeur en aanleg wervingsreserve".
Artikel 1
De gemeenteraad stel mevrouw Sara Bruyneel, stafmedewerker financiën, aan als waarnemend financieel directeur.
Artikel 2
Mevrouw Sara Bruyneel neemt het ambt van financieel directeur waar gedurende de afwezigheid of verhindering van de financieel directeur.
Artikel 3
De waarnemer krijgt hiervoor de wedde van financieel directeur.